Joris Demmink tussen Donner, Korthals, Borghouts, Teeven, Ficq en Vrakking

Toen Harry Borghouts in 2006 afzwaaide als secretaris-generaal op het ministerie van Justitie waarschuwde hij zijn baas Piet Hein Donner voor de benoeming van Joris Demmink als zijn opvolger. Acht jaar eerder wist hij al dat er onderzoek werd gedaan naar Joris Demmink, schrijft NRC Handelsblad.

Het nieuws uit het interview met Hans Vrakking, ex-hoofdofficier te Amsterdam: in het zogeheten Rolodex-onderzoek kwam Joris Demmink wél in beeld, in tegenstelling tot de indruk die tot nu toe werd gewekt. Vrakking kreeg er een verwijtend telefoontje over van Borghouts, voormalig secretaris-generaal van Justitie.

Borghouts zelf ontkent. En hij is een belangrijke dominosteen. Ik interviewde Borghouts twee jaar geleden over onder meer de kwestie-Demmink, ook met een vallende dominosteen tot gevolg (zie onder). Ik speurde daarna verder, richting de ministers Donner en Sorgdrager en de gewezen BVD-chef Arthur Docters van Leeuwen, maar kreeg hen niet te spreken. NRC-verslaggever Marcel Haenen deed het nu beter. Hij toog naar Vrakking, nadat deze werd genoemd in de Volkskrant, en met succes. Waar staat de zaak nu?

Ten eerste is er geen sluitend bewijs over kindermisbruik door Joris Demmink en geen grond voor veroordeling, en de kansen daarop zijn nog steeds vrij gering. Maar dat is nu wellicht minder relevant dan de vraag hoe Justitie met de kwestie is omgegaan.

Een korte terugblik. Twee weken terug: eerst moeizame verhoren van vermeende slachtoffers van Demmink, vervolgens (Moest Demmink worden weggejorist?) de ex-rechercheurs van wie er eentje Demmink als verdachte in de Rolodex-zaak noemde en de ander dat ontkende.

Daarop in de Volkskrant René Ficq, in 1998 als procureur-generaal verantwoordelijk voor het veelbesproken Rolodex-onderzoek: Demmink was er niet bij. Ficq zei echter ook: “Op 2 december 1998 schreef ik: ik word gebeld door Vrakking, omdat hij is gebeld door secretaris-generaal Borghouts. Deze was aangesproken door Demmink. Hij had vernomen dat hij voorwerp van onderzoek zou zijn in Amsterdam, alsmede een hoofdofficier van justitie. Ik heb daarbij geschreven: hoe kan dat? Er loopt helemaal geen onderzoek tegen Demmink.”

Ficq zegt Borghouts gebeld te hebben. Deze zei dat Demmink over Rolodex had vernomen van ‘een andere hoofdofficier’. NRC ging door op dit spoor en toog naar Vrakking. Hij bevestigt wat Ficq zegt over Borghouts, maar ook dat Ficq wellicht zelf niets wist over Demmink als verdachte.

Echter, NRC tekent op uit wederhoor: “Borghouts zegt desgevraagd zich ‘absoluut niet te kunnen herinneren’ Vrakking te hebben gebeld. ‘Een buitengewoon ongeloofwaardig verhaal’, noemt hij Vrakkings lezing. ‘Het ligt ook niet in de lijn van de manier waarop ik opereer.’”

Dan volgt: “Borghouts zegt dat hij wel op de hoogte was van het Rolodex-onderzoek, omdat de toenmalige baas van het OM, René Ficq, dit op een regulier overleg had gemeld bij de minister en de secretaris-generaal.”

Samenvattend:
* In het Rolodex-onderzoek is Demminks eventuele betrokkenheid volgens Vrakking toen niet verder onderzocht, na overleg met justitieofficier Fred Teeven.

* Wie heeft er gelekt naar Justitie? Vrakking staat voor een raadsel. Demmink zei het nieuws van een hoofdofficier te hebben gehoord. Dat hoeft niet waar te zijn. Het kan een ander zijn. Of er kan afgeluisterd zijn.

* De BVD, destijds geleid door Sybrand van Hulst, droeg volgens Vrakking de verdenking jegens Demmink aan. Zijn directeur Staatsveiligheid was Rita Verdonk. De MIVD werkte apart van de BVD.

* Vrakking zegt dat Demmink ‘in beeld’ kwam in het Rolodex-onderzoek. Zijn baas Ficq wist dit wellicht niet.

* Ficq ontkent de naam Demmink direct gehoord te hebben, maar bevestigt dat Vrakking meldde telefoon gehad te hebben van Borghouts over Demmink.

* Borghouts ontkent Vrakking gebeld te hebben, maar zegt door Ficq op de hoogte te zijn gesteld van het bestaan van het Rolodex-onderzoek (zonder dat deze Demmink noemde).

Interview Borghouts
Dat laatste bevestigde Borghouts me in het vraaggesprek van twee jaar geleden, dat hij recent op mijn verzoek bevestigde. Passages:

Is Demmink besproken in het overleg over de Rolodex-zaak? Of in ander overleg met het OM?
“Nee.”
Ook in de zaak-Demmink schuurde het belang van het ministerie, in dit geval persoonlijk, met dat van mogelijke strafvordering. Demmink heeft als secretaris-generaal frequent overleg gehad met het OM. Kan dat?
“Als het over zijn zaak zou gaan, dan verliet hij de kamer en overlegden de minister en de voorzitter. Dat weet ik zeker. Er was in mijn tijd wel overleg over het onderzoek naar een aantal ‘hoge heren’ die werden genoemd in verband met seksueel niet toelaatbaar gedrag, het Rolodex-onderzoek. Ook weet ik zeker dat er geen onderonsje over die zaak is geweest tussen Demmink en de voorzitter of een andere officier. De scheiding is helder.”
Wat vindt u van die zaak?
“Er is drie keer door de Rijksrecherche onderzoek gedaan. In mijn tijd heb ik ook de BVD nog gevraagd om de hele Bestuursraad (de top van het ministerie – PO) aan een onderzoek te onderwerpen. Dat moet elke vijf jaar periodiek gebeuren. Ook daar kwam niets uit…
“Al die complotten zijn verzonnen. Ik heb nooit iets meegemaakt met hem… Over Demmink is geen bewijs gevonden. Maar ik heb de minister destijds wel gewezen op politieke risico’s. Dat zou volgens mij voortdurend opspelen en zowel Demmink, de minister zelf als Justitie als geheel kunnen schaden.”
Waarom sloeg minister Donner uw advies in de wind?
“Omdat er geen bewijzen waren voor de verhalen en de heer Demmink een uitermate bekwame ambtenaar is met veel internationale ervaring. Hij was zeer geschikt en een heel goede kandidaat.”
Kan iemand binnen de kringen waarin Demmink zich bewoog chantabel zijn geweest?
“Nee, dat speelde geen rol voor zover ik weet. Ik heb dat tijdens mijn 23-jarige loopbaan in Den Haag nooit meegemaakt.”
Wanneer bent u verhoord door de Rijksrecherche?
“Voor het laatst in 2011…”
Wat heeft u kunnen vertellen?
“Dat gaat u niets aan…”

Hier staat het hele vraaggesprek. De minister gedurende het Rolodex-onderzoek was Benk Korthals, de voorganger van Piet Hein Donner. Korthals was de opvolger van Winnie Sorgdrager, die ook veel met Demmink werkte als directeur-generaal Vreemdelingenzaken. Demmink was deelnemer in het min of meer heimelijke EU-ambtenarenclubje K4, dat onder meer intensief overlegde met Turkije over Koerdische vluchtelingen. Borghouts, toen Demminks baas, zei me echter van K4 nooit gehoord te hebben.