Uitgestorven beroepen (1): reetveger, parlevinker, vinkenvanger

De mevrouw van het postkantoorloket, de uitbater van de videotheek, de man die fotorolletjes ontwikkelt – ze zijn in het nabije verleden allemaal werkloos geworden, simpelweg omdat hun baan is opgehouden te bestaan.

Dat is ook helemaal niet erg. Met het verstrijken van de tijd verdwijnen er beroepen, dat is altijd al zo geweest en dat zal ook altijd zo blijven. Maar er zijn ontzettend veel beroepen waarvan wij geen idee hebben dat ze er ooit zijn geweest. Wie heeft er ooit gehoord van een reetveger of een kindermaker en wie kent er nog een snuifmolenaar? HP/De Tijd zette enkele uitgestorven beroepen op een rij.

Lees hier deel 2 en deel 3.

Vinkenvanger
Een vinkenvanger is iemand die vinken vangt. Goh. Maar waarom zou je vinken willen vangen? Vinken werden vroeger gebruikt om grote (roof)vogels mee te vangen. De vinken zaten in een kooitje, begonnen te zingen en de grote vogels kwamen hongerig op ze af. En dan: pats, de grote vogel werd gevangen en opgegeten. In de periode tussen de vangsten werd het kleine zangvogeltje gebruikt voor de vinkenzetting – een zangwedstrijd waarin werd bepaald welke vink van welke boer het snelst en het best kon zingen. Niet zelden werden de ogen van het vogeltje dichtgeschroeid, omdat een vink het mooist zingt als het donker is. Tegenwoordig is het vangen van vinken strafbaar, maar de vinkensport bestaat nog wel. De blinde vink trouwens ook.

Reetveger
Nee, een reetveger is niet iemand die achterwerken schoonveegt. ‘Reet’ betekent namelijk letterlijk ‘kier’ of ‘spleet’ – al wordt het woord tegenwoordig eigenlijk alleen nog maar gebruikt als ordinair synoniem voor ‘achterwerk’. Een reetveger (een minder chique benaming voor railleurs) was iemand die de rails van de paardentram schoonmaakte. Niet alleen de ontlasting van de paarden werd opgeruimd, ook bladeren en andere rommel werden dagelijks vakkundig verwijderd. In Bussum werd dit volgens deze website vóór zeven uur in de ochtend gedaan, om te voorkomen dat de witte was smoezelig zou worden door het opwaaiende stof.

Rattenvanger
De rattenvanger kennen wij alleen nog van het verhaal De rattenvanger van Hamelen van de Gebroeders Grimm, maar we zouden bijna vergeten dat dit lange tijd een echt beroep is geweest. Rattenvangers werden in Europa ingezet om de verspreiding van ziekten (bijvoorbeeld de pest) en schade aan de oogst te beperken. Het beroep van rattenvanger was overigens zeker niet zonder gevaar: je liep elke dag kans om gebeten te worden en zo geïnfecteerd te raken met een dodelijke ziekte. De rattenvanger is inmiddels verleden tijd, maar de muskusrattenvanger (een iets veiliger beroep) bestaat nog steeds.

Rattenvanger


Schillenboer
De Schillenboer

Zijn klompen slaan in rappen maat
Hun roffel op de regenstraat
Als door de straten van de stad
Over de keien nat en glad
De kleine schillenjongen gaat.

Schillen!

Ik ben de schillenboer
Geef mij voor onze beesten voer
Dames, Heeren van de straat
geef mij wat gij over laat
geef mij schillen, geef mij brood
anders gaan ons beesten dood

Schillen!

Ik ben de schillenboer
Geef mij voor onze beesten voer
De beesten staan in warmen stal
Waarin ook ik straks slapen zal
Geef mij wat niemand anders nam
Dan heb ook ik mijn boterham.

Schillen!

Zijn klompen slaan in rappen maat
Hun roffel op de regenstraat
En geen die in de gaten heeft
Als hij toevallig schillen geeft
Hoe blij ’t gezichtje staat.

Jef Last (1898-1972)

Schillenboer

(via)

Afzetter
Ook wel ‘verluchter’ genoemd. Een afzetter deed in feite niets anders dan het inkleuren van (en soms ook het aanbrengen van schrift op) prenten. Landkaarten, plattegronden, maar ook allerlei ander prentwerk werd door de afzetter afgeschilderd. Zo rond de achttiende eeuw, toen het steeds makkelijker werd om ook in kleur te drukken, raakte het beroep in de vergetelheid.

Aapjeskoetsier
Een aapjeskoetsier was een koetsier van huurkoetsen – een ouderwetse taxichauffeur eigenlijk. De naam is waarschijnlijk rond 1880 in Amsterdam ontstaan, toen daar een nieuw paardentaxibedrijf werd opgericht: de Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij. De koetsiers op de koetsen van deze nieuwe maatschappij moesten zich onderscheiden van de rest, en dus kregen ze een opvallende havanakleurige rijrok, een rood vest en een witgelakte hoed aangemeten. Al snel werden de clowneske koetsiers door de Amsterdammers tot ‘aapjes’ gebombardeerd.

Bonenpikker
Een bonenpikker? Ook wij hadden niet eerder van dit ambacht gehoord. En of het beroep daadwerkelijk bestaan heeft, is ook maar zeer de vraag – wij kunnen er in ieder geval geen informatie over vinden. Feit is wel dat de onvolprezen Drs. P een lied heeft geschreven over ‘bonenpiksters in de bonenpikkerij’ – en dat willen wij u toch niet onthouden.

Parlevinker
Een parlevinker is iemand die goederen, meestal levensmiddelen, verkoopt vanaf het water. Een parlevinker op de rivier werd ook wel een ‘zoetelaar’ genoemd, in de haven heette een parlevinker ook wel ‘kaaidraaier’. Dit beroep is nog niet eens zo heel lang uitgestorven: ruim vijf jaar geleden stopte de laatste parlevinker van Nederland, Wim van Hooren uit Belfeld, ermee. Hij ging na 44 jaar op de Maas te hebben gevaren met pensioen.

Krullenjongen
Nee, dit beroep slaat niet op huispakkenontwerper annex kapper Roy Donders. Een krullenjongen is een jongen die pas in dienst is bij een timmermansbedrijf, en in die hoedanigheid enkel houtkrullen mag opvegen – hij moet letterlijk onderaan de ladder beginnen.