Zelfportret herman de vries: “Ik heb mijn leven te danken aan lsd”

Hij schrijft zijn naam zelf altijd zonder hoofdletters, om “hiërarchieën te vermijden.”

herman de vries (Alkmaar, 1931) is al meer dan zestig jaar actief als kunstenaar. In 1953 begint hij zich, als plantkundige van de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen, bezig te houden met het maken van collages van gevonden materiaal. Blaadjes, steentjes, flarden van posters. Hij voert hiervoor de term collages trouvés in, verwijzend naar de objet trouvés van Marcel Duchamp. Het was in deze periode, de periode dat hij zich aansloot bij de Nul-groep, dat de basis werd gelegd voor zijn verdere carrière.

Afgelopen zaterdag opende een in het Stedelijk Museum van Schiedam een overzichtstentoonstelling van zijn werk. herman de vries. all toont de veelzijdigheid van de kunstenaar in al haar vormen. Ook in het wereldvermaarde Guggenheim Museum in New York is vanaf 5 oktober werk van hem te bewonderen in de tentoonstelling Zero: countdown to tomorrow, 1950s – 60s.

Daarnaast zal de inmiddels 83-jarige kunstenaar volgend jaar Nederland vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. De jury die hem heeft benoemd roemde de “soberheid en kernachtigheid” van zijn werk en oordeelde dat zijn werk “actueel is in een tijd waarin waarin ecologische kwesties op een bredere maatschappelijke aandacht kunnen rekenen.

Reden genoeg om de vries te onderwerpen aan een ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Optimistisch. Er liggen vele leuke dingen in het verschiet. Maar ik ben ook wel erg vermoeid – ik heb een paar drukke weken achter de rug.

Wie zijn uw helden?
Ik heb geen helden.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die vlees eten en dan een portie laten staan. Dat vind ik crimineel, daar zijn die dieren niet voor gestorven.

Lijkt u op uw vader?
Ja, een beetje. In mijn gezichtsuitdrukkingen… Hij was een heel vriendelijke man, en ik ben ook vaak net iets te vriendelijk… En mijn vader was ook een grote vriend van de natuur. Als kind nam hij me altijd mee naar de duinen. Mijn liefde voor de natuur heb ik grotendeels van hem. En van mijn moeder.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom veel over landschappen. Over een tropisch bos, de zanderige sahara, dat soort landschappen. Ongerepte natuur. En ik fantaseer ook veel over seks. Daarover geen details.

Wat is uw grootste angst?
Dat ik een longontsteking krijg, zoals ik al wel vaker heb gehad. Angst voor de dood heb ik niet. Sterven is niet leuk, maar de dood is niet verschrikkelijk. De dood is oké. De dood is gewoon een leegte die optreedt en waar ik geen zorgen over heb.

Bidt u weleens?
Nooit.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Vroeger was ik zwaar astmatisch en had, door die zware astma-aanvallen, een hele korte levensverwachting. ‘Ik word vijftig’, dacht ik altijd, ‘en misschien haal ik zelfs dat niet eens.’ Totdat ik op een avond in 1969 in mijn tweede lsd-trip zat en in dat moment letterlijk vaarwel zei tegen mijn astma. Ik heb er daarna ook nooit geen last meer van gehad. Ik heb mijn leven te danken aan lsd, zoveel is zeker.

Bent u aantrekkelijk?
Er zijn een hoop dames die het leuk vinden om me te zien. Maar of ik mezelf aantrekkelijk vind… als ik in de spiegel kijk kan ik niet zeggen dat ik bijzonder aantrekkelijk ben, maar ook niet onsympathisch.

Wat is uw definitie van geluk?
Geluk is geluk is geluk is geluk. Dat kun je niet in taal vatten.

Waar schaamt u zich voor?
Voor alle pijnlijke dingen die ik ooit heb gezegd.

Bent u monogaam?
Ik ben monogaam, maar het is niet zo dat andere vrouwen geen aantrekkingskracht op me hebben. Er zijn genoeg vrouwen die ik aantrekkelijk vind, waar ik gerust iets mee zou kunnen hebben. Mijn leeftijd houdt me alleen een beetje tegen.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Vijf jaar geleden, toen onze schwarze Katze gestorben ist.

Hoe moedig bent u?
Ik vind mijzelf helemaal niet zo moedig, maar er zijn momenten dat ik helemaal geen angst heb. Ik herinner me dat ik in 1969 in Istanbul was met een toenmalige vriendin. We zaten in een park. Opeens kwamen er twee stevige Turkse jongens die haar lastig begonnen te vallen. Ik ben geen Armando, ik ben niet zo’n vechter, maar ik twijfelde geen moment. Ik stond op en sloeg een van de twee met mijn volle vuist in z’n gezicht – die lag meteen knock-out natuurlijk. De tweede man probeerde me meteen daarna een trap te geven, maar vlak voordat zijn voet mijn lichaam zou raken greep ik ‘m beet en smeet ‘m zo over het hek in het parkje. Daarna hebben we ons omgedraaid en zijn we heel koel verder gelopen. Daarna heb ik ook nooit meer gevochten.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vader.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Dat ze er betrouwbaar uitziet.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Dat hij een vrije geest heeft.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Daar is het ook te laat voor. Ik ben zoals ik ben en dat is goed.

Hoe ontspant u zich?
Door uit mijn venster te kijken. En ook door te wandelen in de natuur kom ik tot gedachteloosheid – een heel prettige toestand. En ik gebruik af en toe ’s avonds mijn pijpje cannabis. Dat doet me al bijna zestig jaar goed.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw Susanne. We zijn al meer dan veertig jaar bij elkaar.

Gelooft u in God?
Nee. Al ben ik geen atheïst, eerder een belijdende heiden.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan mijn zintuigen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik heb vroeger op een instituut gewerkt waar ik rattengif moest testen. Op proefdieren.
Ik heb daar hele slechte herinneringen aan, aan het leed dat ik die stervende dieren aangedaan heb. Dat is ook de reden dat ik al bijna vijftig jaar geen vlees meer eet. Ik wil geen leed meer aan dieren veroorzaken. Het is zelfs zo dat ik, als ik een slak op de weg zie lopen, ik ‘m oppak en in de berm neer zet.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn eerste huwelijk. Zonder meer. Er bleven vier prachtige kinderen van over, daar ben ik heel gelukkig mee, maar dat huwelijk had er gewoon nooit moeten komen.

Wanneer was u het gelukkigst?
Vanmorgen. Ik werd uitgerust wakker, er scheen zonlicht door het venster, Susanne lag naast me… Ik voelde me gelukkig.

Wat is de beste plek om te wonen?
Waar ik nu woon. In het Steigerwald in Duitsland. Ik wil hier altijd weg, en ik wil hier altijd weer terugkomen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Mensen die ik heb vertrouwd en die mijn vertrouwen beschadigd hebben.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Door wakker en waakzaam te zijn. Een van mijn grootste voorbeelden in het leven is een eekhoorntje. Want je ziet dat die constant aanwezig is in zijn wereld. Met zijn oren, met zijn ogen, met zijn bewegingen – hij is compleet altijd aanwezig. Dat wil ik ook.

Wat is uw devies?
Altijd doen waar je zin in hebt.

herman_de_vries_door_Robin_de_Puy_Large (1)
herman de vries. Foto: Robin de Puy.

De overzichtstentoonstelling herman de vries. all is tot 18 januari 2015 te zien in het Stedelijk Museum in Schiedam.

 

Meer leuke content? Like ons op Facebook