Zelfportret: Armando

Hij is kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, dichter, violist, bokser, acteur en film-, televisie- en theatermaker. Armando (Amsterdam, 1929) mag met recht een veelzijdig talent worden genoemd.

Om bij leven een eigen museum te krijgen is best speciaal, maar om bij leven twee eigen musea te krijgen is nog veel bijzonderder. Nadat het Armando Museum enkele jaren geleden door brand werd verwoest, werd de collectie (of wat daar nog van over was) ondergebracht in het achttiende-eeuwse landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik. Dit landhuis is nu een museum geworden, Museum Oud Amelisweerd – een museum dat opnieuw voor een groot deel is gewijd aan het werk van Armando.

Het museum wordt vrijdag geopend door prinses Beatrix. Reden voor HP/De Tijd om de inmiddels hoogbejaarde alleskunner op te zoeken en te onderwerpen aan een ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Dezelfde als dertig, veertig, vijftig en – hoe oud ben ik? – tachtig jaar geleden: rustig onrustig.

Wie zijn uw helden?
Ik. Maar ik ben een held van niks, ik heb niet zo’n hoge dunk van mezelf – alleen de schilderijen die ik maak bewonder ik.

Aan wie ergert u zich?
Aan mezelf. Ik zit voortdurend op mezelf te schelden. “Gore klootzak!” Ik ben door ziekte (Armando kreeg enkele jaren geleden een hersenbloeding – NM) beperkter geworden. Als ik iets laat vallen, laat ik het altijd zo vallen dat ik er net niet bij kan. En dat vind ik dan stom.

Lijkt u op uw vader?
Totaal niet. Mijn vader was een aardige man. Ik niet. Ik vind het sowieso raar dat mensen zeggen dat ze op hun vader of hun moeder lijken. Je lijkt veel meer op de mensen uit je omgeving – vrienden, mensen die je hebt ontmoet – dan op je vader of je moeder.

Wat zijn uw dagdromen?
Heb ik niet.

Wat is uw grootste angst?
Het sterven. De ideale dood is lekker gaan slapen en niet meer wakker worden. Maar waar ik angst voor heb, is een lang ziekbed. Pijn. Dat lijkt me verschrikkelijk. En misschien is die angst voor het sterven wel ongegrond en blijk ik onsterfelijk, maar dat weet ik dus niet.

Bidt u weleens?
Nee. Ik denk ook niet dat God tijd heeft om mijn gebeden te verhoren. Hij heeft wel wat anders te doen. Ik denk dat-ie op dit moment nog bezig is met Auschwitz, omdat-ie destijds de andere kant opkeek toen de mensen hem nodig hadden.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee.

Bent u aantrekkelijk?
Ik? Ik ben wel ijdel, maar ik vind mezelf niet aantrekkelijk. Ook nooit over nagedacht eigenlijk.

Wat is uw definitie van geluk?
Het gevoel dat iets, een moment, volmaakt is.

Waar schaamt u zich voor?
Nergens voor. Ik ken geen schaamte.

Bent u monogaam?
Tamelijk. Ik ben niet zo’n jager. Nooit geweest ook. Maar dat had een doodeenvoudige reden: ik drink niet en hou niet van gezelligheid, dus ik kwam nooit in de kroeg.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Toen ik twaalf was. Ik weet het nog precies. Ik las Old Wabble van Karl May, een boek over een notoire schurk die christen wordt. Dat vond ik dermate ontroerend dat ik moest huilen. Daarna nooit meer.

Wat is uw grootste ondeugd?
Ik ben soms intolerant. Terwijl ik eigenlijk een heel tolerant persoon ben, maar voor mijn naaste omgeving ben ik soms zeer intolerant. Om een voorbeeld te geven: iedereen zit tegenwoordig met zo’n ding in zijn hand. Zo’n telefoon. Overal waar je komt. Dan ben je met ze aan het praten en dan turen ze ondertussen steeds maar weer op dat ding. Zo onbeschoft vind ik dat! ‘Je bent een klootzak,’ denk ik dan, en dat zeg ik dan ook.

Hoe moedig bent u?
Om moedig te zijn moet je angst overwinnen, maar ik ken geen angst. Ik ben te dom om angstig te zijn. Ik heb in mijn leven hele grote risico’s genomen, financiële risico’s ook, dat zou je moedig kunnen noemen. Maar zo noem ik het zelf niet. Ik heb die risicovolle beslissingen gewoon genomen en er geen minuut minder om geslapen. Ik ben niet zo’n zenuwenlijder van nature.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mensen uit mijn omgeving.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Dat ze vrouwelijk is. Ik heb een ontzettende hekel aan van die dominante manvrouwen.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Moed. Ik heb jarenlang in de theaters gestaan met Cherry Duyns. Hij vond het verschrikkelijk om te spelen. Vanwege de zenuwen. Ik vond het juist heerlijk om te spelen. Ik stond elke avond te trappelen als een paard – geldingsdrang. Hij zei weleens dat hij me bewonderde omdat ik nooit zenuwachtig was voor ik op moest. En dan zei ik: “Ik heb juist bewondering voor jou! Want als ik zo zenuwachtig was als jij, dan zou ik het optreden niet eens durven.”

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Ik moet het er maar mee doen. Ik heb niet om mijn geboorte gevraagd, ik ben maar op de wereld gesmeten, dus ik maak er maar het beste van.

Hoe ontspant u zich?
Door te lezen. Krimi’s van Agatha Christie, boeken van Karl May. En wekelijks de Donald Duck, Der Spiegel en Voetbal International. En nog veel meer hoor. Ik lees me de pleuris.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn huidige verloofde, Christiane, anders krijg ik op mijn sodemieter.

Gelooft u in God?
Nee.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Schilderen en schrijven.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
In mijn eigen leed ben ik niet geïnteresseerd, maar andermans leed trek ik me wel aan. En ja: als je leeft, dan doe je andere mensen soms leed aan. En dat betreur ik. Maar daar wil ik geen voorbeeld van geven.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Wat ik een beetje mislukt vind, is dat ik vroeger niet goed genoeg was in boksen om met de top mee te kunnen. Topsport moet je, nog meer dan kunst, met totale toewijding doen. En dat deed ik niet, daar had ik te veel afleiding voor. Ik had destijds ook veel liever topsporter willen worden dan kunstenaar – sport staat voor mij veel hoger in aanzien dan kunst – maar dat is er dus niet van gekomen.

Wanneer was u het gelukkigst?
Ik was bij een store, ergens in een woestijn in Amerika, en zat op een bankje op iemand te wachten. Ik was totaal tevreden. Ik kon alleen nog maar denken:“Waarom ga ik hier nog weg?” En toch ga je dan weer weg. Altijd op zoek naar een nog mooiere plek – nieuwsgierigheid houdt een mens in leven.

Wat is de beste plek om te wonen?
Californië. Dat is mijn ideaal. Maar het leven is er duur. Ik mag dan in Nederland en Europa wel een hele piet zijn, in de Verenigde Staten ben ik niks. En daar gaan schilderen en de schilderijen naar Europa sturen is ook geen optie, daar is het transport veel te duur voor.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Vreemden die enorm tegen je aan ouwehoeren. Lastposten zijn het. Dat is het nadeel van bekend zijn: mensen willen met je praten en nemen je in beslag. Ik ben te beleefd om te zeggen dat ik dat onplezierig vind.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Niet. Dat overkomt je. Ik heb bijvoorbeeld iemand gekend die op zijn elfde onder de tram is gekomen. Hij heeft zijn hele verdere leven met maar één been geleefd, enkel omdat hij op de verkeerde plaats was op de verkeerde tijd. Je hele leven kan veranderen door één ongeluksdag.

Wat is uw devies?
Gewoon doorgaan.

Vanaf zaterdag 22 maart 2014 is Museum Oud Amelisweerd geopend voor het publiek.

Museum Oud Amelisweerd, Koningslaan 9, Bunnik.
Meer informatie: www.moa.nl

Armando
Armando

Meer leuke content? Like ons op Facebook