Laat u bij beursgang ABN AMRO niet in het pak naaien

Op deze plaats heb ik al meerdere malen geschreven over de voorgenomen beursgang van ABN AMRO, ooit Neerlands parel in de bankenwereld, nu door nationalisatie ons aller bezit.

U en ik hebben er flink in geïnvesteerd en we gaan een fors verlies lijden. Als mijn inschatting klopt wordt het verlies veel groter dan als de inschatting van Jeroen Dijsselbloem klopt. Ik denk dat een opbrengst van zo’n zes miljard het maximaal haalbare is, Dijsselbloem denkt eerder aan 15 miljard.

Daarnaast is er de kwestie van de timing: ABN AMRO lijkt zich op te maken voor een beursgang ergens in de eerste helft van komend jaar. Ik denk dat dat veel te vroeg is, het is nog volstrekt niet duidelijk wat voor bank ABN AMRO is of wil zijn. Dat zien we elk kwartaal weer als de resultaten bekend worden gemaakt: die worden na de nationalisatie van inmiddels al weer jaren geleden nog steeds gedomineerd door incidentele mee- en tegenvallers die één ding gemeen hebben: ze zijn altijd fors. Hoe het met de onderliggende normale bedrijfsvoering gaat – daar zou je als belegger toch primair een beeld van willen hebben – dat beeld is troebel.

Als u inmiddels klaar bent met de mede door de media geëntameerde collectieve juichsessie over hoe onze Nederlandse banken met vlag en wimpel door de jongste stresstest kwamen, dan neem ik u even mee naar de kennis over hoe het er werkelijk voor staat.

Het zou bij die test maar om één ding moeten gaan: is het eigen vermogen van onze banken – dat vertaalt zich in een leverage-ratio (verhouding eigen vermogen en schulden) – groot genoeg om mogelijk nog optredende calamiteiten te doorstaan. Omdat we het de banken natuurlijk niet al te moeilijk willen maken eist Europa pas per 2018 dat deze ratio op 3 procent staat. Nederland wil nog verder gaan – en voor een keer ben ik het daar zeer mee eens – met een ratio van 4 procent. In concurrentietermen betekent dat wel dat Nederlandse banken één derde méér eigen vermogen moeten aanhouden dan hun Europese concurrenten. Dat zet hun potentiële winstgevendheid onder druk en leidt nu al tot gekrakeel van die zwaar onderbetaalde bankenjongens en -meisjes. Die zouden misschien eerst eens naar de feiten moeten kijken want het bijzondere is intussen wel dat die andere Europese banken vrijwillig al tussen de 5 en 6 procent zitten.

In Nederland doet alleen de Rabobank met 4,39 procent al mee maar die is dan ook niet beursgenoteerd. De Nederlandse banken zitten gemiddeld nog niet eens op 3 procent maar de twee banken die er het verst van verwijderd zijn – van die gewenste 4 procent – zijn de twee staatsbanken SNS en ABN AMRO.

In het geval van ABN AMRO zou er zo’n drie miljard bij moeten en dat zullen de aandeelhouders op tafel moeten leggen want van de door Gerrit Zalm te verdienen ingehouden winst gaat het er op korte termijn niet van komen. Dus: óf Jeroen Dijsselbloem moet nog even 3 miljard bijstorten – ziet u het gebeuren (het verhoogt ons begrotingstekort) – of u krijgt vrij snel nadat u bij de beursgang aandelen heeft gekocht de mededeling dat er een extra emissie nodig is.

Er is nog één andere mogelijkheid: ABN AMRO gaat naar de beurs waarbij de opbrengst minus 3 miljard naar de Staat gaat want die 3 miljard is nodig om de bank-zelf te stutten. Dat maakt dat mijn geschatte opbrengst voor ons allen van die 6 miljard in plaats van 15 miljard weer wat realistischer wordt.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, Philips, SBM, Shell en Unilever en is Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.