Waarom het drugsbeleid van Portugal zo effectief is

De ‘War On Drugs’ lijkt veertig jaar nadat deze door president Nixon uitgeroepen werd, wereldwijd alleen maar verliezers te kennen. Miljarden dollars zijn verspild in een eindeloze strijd, gemeenschappen zijn ontwricht en talloze (onschuldige) levens verwoest.

De enigen die profiteren van de war on drugs zijn de criminelen, de Midden-Amerikaanse kartels en de heroïneproducenten in Afghanistan en Pakistan – partijen die maar lastig te bestrijden zijn.

Dat moet anders kunnen, vindt Sir Richard Branson. De Britse zakenman en oprichter van  holdingmaatschappij Virgin Group pleit voor een hervorming van drugswetten in het Verenigd Koninkrijk. Aan de andere van het kanaal zijn ze op dit gebied nog iets conservatiever dan in Nederland, al lijkt ons drugsbeleid ook een deel van het liberale imago te verliezen. Zo stelt de nieuwe de nieuwe Opiumwet, die sinds het begin van deze maand van kracht is, dat illegale hennepteelt vanaf heden wordt gezien als een ‘ernstige en ondermijnende vorm van criminaliteit’.

Voorbeeld
Het Nederlandse gedoogbeleid steekt in sommige opzichten schraal af tegen de progressie die in het buitenland wordt gemaakt op het gebied van drugsbeleid. Zo wordt nu in Jamaica gepleit voor een legalisering van cannabisconsumptie. Al vindt Branson dat niet genoeg. Hij pleit voor een drugsbeleid in het Verenigd Koninkrijk zoals dat van Portugal.

De Portugezen kampten een decennium geleden namelijk met een van de grootste heroïneproblemen van Europa. Een ongekend hoog percentage van 0,7 procent van de Portugese volwassen had destijds minstens één keer heroïne gebruikt, met alle gevolgen van dien. Jaarlijks nam het aantal hiv-patiënten bijvoorbeeld met 3.000 gevallen toe.

Jury
Maar in plaats van een harde aanpak, koos Portugal in 2001 voor een andere weg. Het doel was niet langer om de verslaafden op te pakken en te straffen, maar om ze terug de maatschappij in te brengen. Het op zak hebben van kleine hoeveelheden drugs werd niet langer stafbaar gesteld; hetgeen overigens niet wil zeggen dat drugsbezit legaal was.

In de praktijk zit het in Portugal zo. Als een verslaafde gepakt wordt, bijvoorbeeld, met een kleine hoeveelheid heroïne komt hij voor een jury te staan. Deze jury bestaat uit een advocaat, een sociaal werker of psycholoog, en een arts. Zij worden geacht een behandeling voor de beklaagde voor te stellen, hem een (kleine) boete te geven of simpelweg niets te doen. Op deze manier krijgt de verslaafde dus een kans om zijn leven te beteren zonder in een sociaal isolement te geraken in de gevangenis – waar drugs overigens ook voorradig zijn. Dealers worden uiteraard wel nog steeds aangepakt.

Drugsverslaving wordt in Portugal gezien als een medisch probleem, en niet als een crimineel vergrijp. En het beleid lijken zijn vruchten te hebben afgeworpen. Het aantal hiv-infecties en drugsgerelateerde sterfgevallen namen af en het drugsgebruik in Portugal zit nu onder het Europese gemiddelde. Het zal moeten blijken of dit beleid ooit een kans van slagen heeft in het Verenigd Koninkrijk, of hier bij ons.