Waarom de digitale strijd tegen terrorisme onze vrijheid bedreigt

Terreurorganisatie IS heeft de aanval geopend op het Westen, en heeft in een jaar tijd veel terrein gewonnen. Dat is het beeld dat we dagelijks krijgen voorgeschoteld door de media. Onze vrijheid wordt bedreigd, en dat vraagt om harde maatregelen. Maar niet iedere poging om IS de mond te snoeren is een opsteker voor die vrijheid. Het is soms eerder een aantasting daarvan.

Hoe ver mag een (Westerse) overheid gaan om terroristische uitlatingen te censureren? De discussie rondom die vraag laaide in 2012 al eens op. CleanIT, een veiligheidsproject opgezet door de Europese Commissie dat terroristische internetactiviteiten moet traceren en aanpakken, deed veel stof opwaaien omdat hiermee niet alleen de terrorist van zijn recht op privacy werd beroofd, maar ook de gewone burgerman.

Het iets algemenere vraagstuk ‘hoeveel van onze vrijheid mag de overheid opofferen voor een veilige samenleving?’ is almaar relevanter geworden. Afgelopen januari ondertekenden elf Europese overheden, waaronder Nederland, een verklaring (hier te lezen) waarin staat dat het internet geen platform mag zijn voor haatdragende en gewelddadige boodschappen. De verantwoordelijkheid om dit te verwijderen ligt bij de internetproviders. De Nederlandse overheid liet destijds weten geen nieuwe wettelijke maatregelen te treffen naar aanleiding van deze verklaring, maar bedrijven persoonlijk aan te spreken op hun verantwoordelijk om jihadistische berichten, accounts en websites te verwijderen.

Frankrijk gaf maandag een duidelijk signaal af. In opdracht van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve werden vijf websites geblokkeerd die terrorisme verheerlijkten. Volgens Cazeneuve valt terrorismeverheerlijking niet onder vrijheid van meningsuiting; berichten die ervoor kunnen zorgen dat de Fransen ‘hun wapens oppakken’ zouden volgens hem verboden moeten zijn. De blokkade is het resultaat van een anti-terrorismemaatregel die in november goedgekeurd werd door het Franse parlement.

Anonymous
De strijd tegen IS wordt voor een deel online uitgevochten, zoals we allemaal weten, en zoals deze week weer bleek toen een anonieme hacker 9.200 Twitter-accounts van IS-sympathisanten openbaarde, in de hoop dat Twitter de accounts zou blokkeren. De lijst van accounts was het resultaat van een samenwerking van honderden hackers uit de hackersgroepen Anonymous, GhostSec and Ctrlsec. Al in januari verklaarde hackerscollectief Anonymous de terreurgroep Islamitische Staat de oorlog.

De ‘hacktivisten’ van Anonymous staan bekend om hun strijdlustigheid als het aankomt op vrijheid. Niet alleen maakten zij zich hard voor WikiLeaks door Operation Avenge Assange te lanceren, ook speelde de groep een belangrijke rol in de Occupy-beweging. En met het idee dat IS in eerste instantie een gevaar is voor onze vrijheid, is de interventie van hackersgroeperingen geen verrassing.

Maar ergens rammelt er iets in de logica van dergelijke acties. De namenlijst werd geopenbaard om ervoor te zorgen dat de Twitter-accounts opgeheven zouden worden door Twitter zelf. Het is een oproep aan social-mediaplatformen om te bepalen wie zich wel of niet op het platform mag verwoorden, in de hoop dat ze op de burelen van Twitter straks roepen: “Verwerpelijke meningen horen hier niet thuis!”

Twitter zelf is altijd terughoudend geweest als het aankomt op het blokkeren van gebruikers. Pas in 2012 blokkeerde het bedrijf voor het eerst een twitteraar in Duitsland , omdat deze persoon neonazistische taal zou gebruiken – hetgeen verboden is in Duitsland.

Het probleem dat hier te zien is, gaat verder dan de discussie om vrijheid van meningsuiting. Wanneer we de verantwoordelijkheid neerleggen bij bedrijven en overheden, perken we ook onze eigen vrijheid in. Het is een groot recht om websites te mogen blokkeren. De maker van een website kan dit natuurlijk al, maar als een overheid ook mag ingrijpen bij de eerste de beste website die haar niet aanstaat, dan is het hek van de dam.

Verheerlijking
Op het eerste gezicht lijkt het een makkelijk te maken keuze: het inleveren van klein beetje vrijheid om zo de veiligheid te waarborgen. Zolang u geen terroristische netwerken opzet, lijkt de inperking van vrijheid mee te vallen, maar de lijn is dun.

De Franse wet zorgt ervoor dat de overheid sites kan blokkeren zonder tussenkomst van een rechter. Daarbij gaat het niet alleen om het aanzetten tot, maar ook om het verheerlijken van terroristische daden. Hoewel er geen twijfel over mag bestaan dat het verheerlijken van terrorisme fout is, lijkt het definiëren van deze daad niet makkelijk.

Marloes van Noorloos, universitair docent op het gebied van strafrecht, stelt dat dergelijke wetgeving de vrijheid om jezelf politiek of religieus te uiten in gevaar brengt. Met name omdat het begrip ‘terrorisme’ vaak wordt gehanteerd en het begrip ‘verheerlijking’ geen duidelijke definitie kent. Vorig jaar lag CDA-leider Sybrand Buma nog onder vuur door een voorstel te doen om verheerlijking van terrorisme ook in Nederland strafbaar te stellen. Het werd sterk bekritiseerd door SP-leider Emile Roemer: “De rechtstaat beschermen doe je niet door hem af te breken.”  En dat is precies wat er nu is gebeurd in Frankrijk.

Achtjarig jongetje
De burger is bang, en is bereid de overheid, die hem moet beschermen, meer verantwoordelijkheid en dus meer macht te geven. Mede-oprichter van La Quadrature du Net – een groep die de vrijheid van meningsuiting verdedigt – Felix Tréguer, sprak zich ook uit tegen de blokkade in Frankrijk. Hij noemt de maatregel een begrenzing van een van de pijlers van de democratie: de vrijheid van meningsuiting. Daarbij noemt hij blokkades achterhaald, omdat ze makkelijk te omzeilen zijn en zou het risico groot is dat legale content ook geblokkeerd wordt.

Ook wetenschapper Linda Duits waarschuwde in haar column na de aanslagen al voor deze maatregelen: de staat maakt graag gebruik van de angst om ons meer regels door de strot te duwen. In Frankrijk zijn ze al zo ver, hoe lang zal het duren voordat ook in Nederland blokkades opgeworpen zullen worden? Wanneer we het recht om te blokkeren zowel bij een overheid áls bij bedrijven zelf neerleggen, ontstaat een milieu van censuur. En wie zegt dat het bij die ene maatregel blijft? Een schrijnend voorbeeld van de consequenties van zo’n systeem is de zaak van een achtjarig jongetje, dat in Frankrijk werd verhoord omdat hij zich positief zou hebben uitgelaten over de terreuraanslagen in januari.

Juist hetgeen waartegen we lijken te willen vechten, komt nu steeds dichterbij. We lopen het risico te moeten inleveren op onze vrijheid, en angst maakt zorgt ervoor dat niet iedereen dat ziet. We krijgen er immers veiligheid voor terug. De daden van IS zijn op geen enkele manier te bagatelliseren, maar laten we zuinig zijn op onze vrijheid.