Denken is voor sukkels (het nieuwe rendementsdenken)

Vannacht droomde ik dat ik op bezoek ging bij Maarten Biesheuvel. Hij woonde op een boot vlakbij Ruigoord en was slechts bereikbaar via een ingewikkeld traject van gevlochten graspaden. We dronken thee en aten kaakjes. Hij vertelde dat er een moord was gepleegd die nacht. Er lag een mensenhoofd naast de boot en even verderop een lichaam. Ik zei dat hij James Herriot moest inschakelen, pseudoniem van de Engelse schrijver en dierenarts James Alfred Wight, die zou er wel raad mee weten.

“Ben je niet in de war met Peter R. de Vries?” vroeg Maarten. Oooh ja, stom. Ik legde uit dat ik de avond daarvoor Nostalgienet had gekeken, waar vier seizoenen van de oude James Herriot-serie werden vertoond. Maarten keek me verward aan, waar had ik het over? “Je weet wel,” antwoordde ik, “die zender waar mannen uit 1969 met staccatostemmen nog alle klinkers en medeklinkers in één zin uitspreken.” Over 1969 gesproken, ik zag ook beelden van de toenmalige Maagdenhuisbezetting voorbijkomen. Zwart-wit, welteverstaan.

Relevant
Laatst vroeg iemand mij of ik een relevant stukje wilde schrijven. Ik dacht lang na maar na zeven dagen wist ik nog niet wat relevant was en wat niet. En in zeven dagen kun je veel doen, hoor. Een inleidende cursus in de bekende Hannover stemtechnieken bijvoorbeeld, popjes maken van antroposofische sojasjablonen, een aarde scheppen, noem het maar. Relevantie wilde er bij mij echter maar moeilijk in.

Ik besloot een filosoof te bellen. Dat zouden meer mensen moeten doen. Filosofie is een van de moeilijkste studies op aard maar veel afgestudeerde filosofen zitten thuis op een houtje te bijten. Waarom? Omdat nadenken op hoog niveau niet relevant meer is, natuurlijk. Nadenken is voor sukkels. Je kunt er niks mee kopen, niks mee verdienen en het brengt geen rente op. Nou, dan ben je uitgeluld. De filosoof zei dat alles relevant was en daardoor niks. Dat vond ik een hele mooie zin maar erg praktisch was het waarschijnlijk niet. Ik bedoel: moest ik dan iets over niets schrijven?

Maagdenhuis
Toen zag ik afgelopen zaterdag op de Amsterdamse zender AT5 hoe de ME (op verzoek van het College van Bestuur van de UvA) onnodig hard optrad tegen de bezetters van het Maagdenhuis die nota bene hadden aangegeven na het weekend vrijwillig het pand te verlaten. De rigide regentenhouding van het College van Bestuur tegenover de studenten die zes weken geleden het Maagdenhuis bezetten om (o.a) te protesteren tegen de bezuinigingen op de faculteit geesteswetenschappen, het visieloze rendementsdenken. De studenten werden beschuldigd van grove vernielingen van het pand. Zwaar overdreven natuurlijk, maar het leidde mooi af van waar het werkelijk om ging: het rigide wanbestuur. Dat is de overbekende ‘rode lap-techniek’ waar zwak staande partijen zich graag van bedienen. Ergens ver weg van het probleem met een rooie lap gaan staan zwaaien, zodat iedereen die kant op kijkt in plaats van naar het probleem zelf. Werkt altijd.

Ruigoord
Ondertussen wist ik nog steeds niet wat relevant was en wat niet. Ik belde Maarten Biesheuvel en vroeg of hij een relevant verhaal kende. Maarten dacht na en begon te vertellen over Ruigoord, een lang geleden gekraakt dorp aan de rand van Amsterdam dat al jaren een vrijplaats is voor kunstenaars, schrijvers en buitenbeentjes. De meest bijzondere soorten flora groeien er op en rondom deze plek. Gewoon, omdat het met rust gelaten wordt en het landschap de tijd en ruimte krijgt dat het nodig heeft om zijn eigen loop te bepalen. Zonder landverkaveling, ingrijpende sloop/bouwwerkzaamheden of andere vormen van rendementsdenken.

“Mmm,” bromde ik, “maar eh, levert dat nog wat op, dat Ruigoord?” Maarten lachte zo hard dat de hoorn bijna uit zijn hand viel. Toen zei hij dat ik er geen zak van begrepen had. En dat hij op moest hangen, want zijn vrouw Eva riep, ze keken naar het tweede seizoen van James Herriot op Nostalgienet, ik wist wel, die zender waar mannen uit 1969 met staccatostemmen nog alle klinkers en medeklinkers in een zin uitspraken.