Leuk, die pr van Defensie, maar nog steeds loopt onze krijgsmacht achter

In een enthousiast persbericht viel gisteren te lezen dat er in 2016 extra geld gaat naar de krijgsmacht. Daarnaast kreeg het ministerie van Defensie verrassend veel aandacht van media nadat ook bekend werd dat zestien Leopard-tanks toch weer zullen worden ingezet. Maar hoe goed gaat het werkelijk met onze krijgsmacht?

Uit de pr-machine van Defensie rolde gisteren een positief bericht: het leger gaat toch weer zestien niet-verkochte Leopard 2A6-tanks inzetten. Hartstikke leuk en helemaal geen slecht plan, maar je zou bijna vergeten dat het er niet goed voor staat, daar bij de Nederlandse krijgsmacht.

“Hiermee blijft de kennis en expertise over het optreden met en tegen tanks behouden,” zo sprak de minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert. Ook dat klinkt mooi; tanks spreken immers tot de verbeelding. Hoe kunnen we, als het ooit nodig is, onze landsgrenzen verdedigen als we geen tanks meer hebben? Het beeld is, niet geheel onterecht, dat tanks heus nog van waarde zijn in dit tijdperk van jachtvliegtuigen, drones en cyberoorlogen.

Ja, de Nederlandse krijgsmacht behoudt enige expertise met betrekking tot tanks in handen op deze manier. Dat is niet gelogen. Maar met de zestien tanks, die worden gebruikt in een intensieve samenwerking met Duitsland, kunnen we heel weinig doen. Vorig jaar verkochten we 100 van diezelfde tanks aan Finland, omdat de politiek had besloten dat we ze niet nodig hadden (lees: er moest en zou flink worden bezuinigd, dus dan kunnen die tanks ook wel weg). Wat moeten we dan met ‘slechts’ zestien tanks? (Ter illustratie: de Russen hebben er duizenden.)

Naast dit vrolijke nieuws kondigden ze bij het ministerie ook aan dat de Defensiepot er volgend jaar 220 miljoen euro bij krijgt, oplopend naar 345 miljoen in 2020. “Het is de vierde keer op rij dat er geld bij komt. Hiermee continueert het kabinet de ingezette opwaartse lijn.” De minister zelf: “Veel Nederlanders maken zich terecht zorgen over de ontwikkeling van de veiligheidssituatie, dichtbij en elders in de wereld. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg.”

Het klopt dat Nederlanders zich zorgen maken. We balanceren al langer op het randje als het gaat om onze veiligheid, zoals experts steeds weer waarschuwen. Maar het echte verhaal is dat er nog steeds netto wordt bezuinigd op Defensie, ook met de paar honderd miljoen extra die nu naar de krijgsmacht gaat. Defensie is uitgekleed in een wereld die met de dag chaotischer wordt, met conflicten in Oost-Europa en het Midden-Oosten.

Minister Hennis werd gisteren in Nieuwsuur kritisch ondervraagd over de operationele luchtmacht van het Nederlandse leger. Hoeveel straaljagers kunnen we nu in feite inzetten? Een handjevol, blijkt. Er moeten geen spelletjes worden gespeeld met onze veiligheid. Het budget voor Defensie moet worden verdubbeld om op de NAVO-norm van twee procent van het bruto binnenlands product voor het Defensie-budget te komen. Nu geeft Nederland – volgens de NAVO-standaard – te weinig uit aan Defensie, waardoor we weinig lijken te kunnen betekenen voor onszelf en onze bondgenoten. Helaas, maar volkomen terecht, wordt Nederland gezien als free-rider.

Een paar honderd miljoen extra voor de krijgsmacht is zwaar onvoldoende. Daar verandert een vrolijk persbericht of wat niets aan.