Claudia de Breij: ‘Mijn zaal lijkt net een zaterdag bij IKEA’

De veelgeprezen cabaretier Claudia de Breij, kersvers draagster van de Louis Davidsring, is de veertig voorbij en heeft het drukker dan ooit: ze brengt een nieuw album uit, een single met Waylon, een boek, en haar laatste show Teerling trok stampvolle zalen. Een openhartig gesprek over haar teruggetrokken kindertijd, strijdlust en de kracht van taal. ‘Ik hou níks in.’

Gefeliciteerd: net de veertig gepasseerd, hoe voelt dat?
“Heel fijn, hoor. Begin dertig werd ik altijd al veertig geschat. En als ik dan schrok, zei men meteen: ‘Nee, niet om hoe je eruitziet, maar door wat je allemaal al hebt gedaan.’ Ik ben jong begonnen met werken en was daar vroeg best zichtbaar in. En nu ben ik weer de jongste van de ouden. Het is ook een leeftijd waarop je zou kunnen denken: ik heb een onvervulde kinderwens, mijn carrière is niet wat het moet zijn en ik ben ook nog ongelukkig in de liefde. En dan kan veertig een vervelend ijkmoment zijn.”

In je succesvolle voorstelling Teerling zijn de dobbelstenen wat dat betreft geworpen. En ook in je laatste boek Neem een geit – Leven voor gevorderden maak je de balans op. Is het echt zo’n cesuur?
“Nou ja, je hebt Veertig van Kees van Kooten en Cornald Maas heeft er niet voor niks een interviewbundel aan gewijd. Wat ik er heel aangenaam aan vind: je bent onontkoombaar volwassen, daar kun je niks meer op afdingen, en er is niks veelbelovends meer aan. Je bent echt geen meisje of jongen meer.”

Ik zie je nog steeds als een meisje, hoor.
“Zo voel ik me ook. Niet zozeer in het meisjesachtige, maar ik kijk soms wel als een achtjarige naar de wereld in het lichaam van iemand van veertig. Zoals in de flauwe film Big met Tom Hanks die als kind in een volwassen lichaam terechtkomt.”