Dichtende Safa’a (15) en chef Fouad (38) zijn meer dan ‘die vluchteling’

Fotograaf Thijs Heslenfeld en journaliste Rinke Verkerk publiceren al enkele jaren over de vluchtelingencrisis als gevolg van de oorlog in Syrië. In hun boek Anything out of nothing zijn de meest indrukwekkende foto’s en verhalen samengevat.

Voor het boek reisden ze langs verschillende officiële en officieuze vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon om het vage begrip ‘de vluchtelingen’ en naam, een gezicht en een verhaal te geven. Een indruk.

Lees hier het interview met fotograaf Thijs Heslenfeld over dit boek.

Turkye (25) uit Aleppo
Nu in de Bekaa-Vallei, Libanon

“Ik kan niet langer sterk blijven. Ik heb iemand nodig die tegen me praat, die bij me is. Ik houd het alleen zijn niet meer vol.”

Tijdens een autorit door de Bekaa-vallei zien we een tent staan. Eenzaam, middenin een veld. Dat valt op, want vrijwel alle Syrische vluchtelingen hier in Libanon wonen in kleine kampen dicht op elkaar. Wie wil er nu zo alleen wonen?

We kloppen aan. Turkye opent de deur op een kier. Ze is 25. Even oud als ik. Ze heeft geen kinderen. Ze is alleen thuis. Even twijfelt ze of ze ons wel wil binnenlaten. Dan trekt ze de deur helemaal open. En vertelt haar verhaal.

“Ik heb hier één vriendin. Die woont een stuk verderop. Ik zie haar één keer per week. Ik voel me ontzettend eenzaam.”

“In Aleppo stond ik om zes uur op. Ik werkte mee op onze familieboerderij, op het land. Iedere twee, drie uur hielden we pauze. Dan kon ik douchen, relaxen, en gingen we later weer verder. Om zeven uur hielden we op om te eten met de hele familie.”

“Nu sta ik om twaalf uur op. Ik maak wat schoon. Daarna zit ik de hele dag. Alleen. Tot mijn man terugkomt van zijn werk. Ik mis mijn vriendin Khadija het meest. Ik mis het om met haar te lachen, te praten, om mijn geheimen met haar te delen.”

“Waarom woon je dan zo alleen?”

“Dat weet ik eigenlijk niet.”

CNX2_jordania-lebanon_0074thijsheslenfeldA
Turkye

Rachad (6) uit Dara’a
Nu in Umm el-Jimal, Jordanië

“Toen ik in mijn Jordaanse geboortedorp terugkeerde zeiden mijn oude dorpsgenoten: Hassan, je vertrok hier als een normale man. En je keert terug als een vluchteling.”

Terwijl haar vader Hassan de tragische geschiedenis van hun gezin vertelt, let ik op zijn dochtertje Rachad. Ze is zes. Er is niemand bij wie ik zo sterk zie dat het rauwe willekeur is of je vluchteling wordt of niet. Ze is een kleine ballerina, zo sierlijk. De caravan waarin ze woont is eigenlijk ontzettend lelijk, en tegelijkertijd heel mooi. Want ik zie veel zorgzaamheid en aandacht. In de kleurige dekens langs de muur, in de blauwe gordijntjes, de spelletjes in de kast, de stapel knuffels er bovenop, de stenen muur die haar vader om de caravan metselt voor de winter.

Hassan: “Ik groeide op in dit Jordaanse dorp, Umm el-Jimal. Ik zwom in het zwembad naast de ruïne van de oude stad. Ging hier naar school. Had hier al mijn vrienden. Tien jaar geleden verkocht ik mijn huis om bij mijn broer in Syrië te zijn. Het was een goede beslissing, op het verkeerde moment.”

“Ons huis was af, de kinderen waren geboren, en toen brak de oorlog uit. Ik ben met mijn broer naar Umm el-Jimal gevlucht. Eerst huurden we een huis. Maar de eigenaar had het zelf nodig. Dus kocht ik een caravan en bouwde er een stenen buitenkant omheen.”

“Het is goed om in mijn oude dorp te wachten tot de oorlog over is, en niet in een kamp zoals veel Syriërs. Mijn kinderen krijgen hier geen ruzie omdat ze te dicht op andere kinderen leven. Ze kunnen rustig buiten spelen, de buren kennen hun naam. Mijn gezin is vrij. Vroeger had ik hier een huis. Nu wonen we misschien maar in een caravan. Maar hij is wel van ons.”

CNX2_jordania-lebanon_0484thijsheslenfeldA
Rachad

Fouad (38) uit Damascus
Nu in vluchtelingenkamp Al Za’atari, Jordanië

In één van de twee grote winkelstraten van het uitgestrekte vluchtelingenkamp Al Za’atari ontdekken we een gloednieuw restaurantje. De uitbaters zijn erin geslaagd om met de weinige materialen waarover je hier kunt beschikken een verzorgd en sfeervol tentje neer te zetten.

Binnen decoreert de chef hummus met bloemetjes gemaakt van komkommer en wortelschil. De liefde voor het vak straalt er vanaf. Hij vermaakt ons met grapjes. En laat trots deze foto van zijn dochtertjes zien; Zafirah en Ain, zes en zeven jaar.

Wij denken dat hij zegt dat ze slapen. Hij maakt dat gebaar: twee handen op elkaar en dan zijn oor erop.

“Lief!” roepen we.

Tot we begrijpen dat hij bedoelt: dood.

“Bashar. Assad.” Fouad doet een vliegtuig na, dat bommen gooit. “Mort.”

Niemand zegt meer wat. Dan pakt de chef zijn peuken en schudt er een paar los. “Sigaret?”

jordan-1418-thijsheslenfeldA
Fouad

Safa’a (15) uit Dara’a
Nu in vluchtelingenkamp Al Za’atari, Jordanië

Safa’a is een tikje ongemakkelijk. Ze geeft korte antwoorden, er vallen stiltes. Dus begin ik over school. Wat is je lievelingsvak? “Arabisch.” Schrijf je zelf ook? “Ja.” Wat schrijf je? “Gedichten.”

Ik ben verrast. Kun je er één voordragen? Ze schudt haar hoofd. Maar dan haalt ze een stukje papier uit haar zak en begint voor te lezen. Haar schuchterheid verdwijnt en haar monotone stem verandert in gezang.

Rustig maar, wacht, rustig maar
Want we zijn ver weg van huis

 Zend mijn vrede en mijn liefde
Aan ons land, waar we zijn opgegroeid

 Zend de vogels in ons land mijn groeten
Want ze zullen zingen als we thuiskomen

 Groet onze citroenbomen, groet mijn familie
Die me voedde, voor me zong, me het leven leerde

Mijn moeder ruikt nog steeds haar bed van thuis
Groet mijn buren, mijn geliefden

 Groet alle moedige mensen
Buig voor onze laatste krachten

 Die we samen geven voor ons land

jordania2013-0817-thijsheslenfeldA
Safa’aH

Het boek ‘Anything out of nothing’ van Thijs Heslenfeld en Rinke Verkerk is hier te koop en via bol.com. Per verkocht boek (€27,50) gaat er vijf euro naar mensen die in vluchtelingenkamp Al Za’atari in Jordanië verblijven.