‘Vluchtelingen zijn eng of zielig. We nemen die mensen niet serieus’

Fotograaf Thijs Heslenfeld en journaliste Rinke Verkerk publiceren al enkele jaren over de vluchtelingencrisis als gevolg van de oorlog in Syrië. In hun boek Anything out of nothing zijn de meest indrukwekkende foto’s en verhalen samengevat.

Voor hun boek reisden Heslenfeld en Verkerk langs verschillende officiële en officieuze vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon om het vage begrip ‘de vluchtelingen’ en naam, een gezicht en een verhaal te geven. Het is een indrukwekkend boek geworden waarin de schrijnende levens van deze mensen wordt geschetst, maar waardoor je ook gegrepen wordt door de schier onuitputtelijke levenslust, positiviteit en overlevingsdrang van de geportretteerde mensen. HP/De Tijd sprak met fotograaf Thijs Heslenfeld:  “Vluchtelingen worden ofwel neergezet als eng en gevaarlijk ofwel als zielig en kwetsbaar. In beide gevallen nemen we die mensen in mijn optiek niet serieus.”

Lees hier alvast vier verhalen uit het boek.

Wanneer dacht u voor het eerst: ik ga de verhalen van Syrische vluchtelingen vertellen – en waarom?
“In 2013 werd ik door Het Parool gevraagd om samen met Rinke Verkerk naar Jordanië te gaan. Daar werden we gegrepen door de verhalen van de mensen. Het was zó anders om thee te drinken met de mensen waarover we tot dat moment alleen maar in de krant hadden gelezen. En wat mij het meeste is bijgebleven van dat eerste bezoek is de ongelooflijke veerkracht van mensen. Het gevoel dat de echt belangrijke dingen in het leven – zoals liefde, respect en vertrouwen – nog volop aanwezig bleken. Terwijl ik had verwacht dat die als eerste gesneuveld zouden zijn.”

Hoe is het leven in een vluchtelingenkamp?
“Het leven in een vluchtelingenkamp is zwaar, hard en eentonig. Wie in een groot, officieel kamp zit, is feitelijk opgesloten. Er is geen werk en het is heel moeilijk om echt aan je eigen plek te werken, want er is niks en er kan niks. In de officieuze kampjes die je bijvoorbeeld veel in de Libanese Bekaa-Vallei ziet, is dat alweer anders. Daar kunnen mensen meer hun eigen plek opbouwen en ook werken, al is dat dan wel illegaal en tegen een hongerloon.”

Hoe kijken de vluchtelingen die u daar heeft gesproken zelf aan tegen hun positie?
“Mij valt altijd weer op dat veel vluchtelingen er ondanks al deze problemen iets van weten te maken. En wat ook opvalt is dat iedereen hetzelfde verlangen deelt: zo snel mogelijk weer terug naar Syrië. Mensen missen niet alleen hun familie en vrienden vreselijk, maar ook hun land, waar ze enorm aan verknocht zijn.”

Welk verhaal bleef u bij?
Het meeste indruk heeft een meisje van vijftien, Safa’a, op mij gemaakt. We ontmoetten haar in een groot vluchtelingenkamp in Jordanië en spraken wat over koetjes en kalfjes. Op een gegeven moment kwam ter sprake dat ze graag gedichten schreef. Rinke vroeg haar om een gedicht voor te dragen; ze haalde een papiertje uit haar zak en las een prachtig gedicht voor, waarin ze de dag bezong dat haar familie terug zal keren naar huis. De tranen biggelden over mijn wangen, het was zo’n bijzonder moment – ook omdat we niet zo goed contact met haar konden maken en we op deze manier opeens in haar hart mochten kijken. Een deel van dit gedicht staat nu op de omslag van het boek.”

Wat vindt u van de vluchtelingendiscussie in Nederland?
“Ik erger mij aan het gepolariseerde karakter van de discussie, omdat die politiek getint is en voorbij gaat aan de mensen waar het nu juist over gaat. De ene groep roept ‘testosteronbommen!’ en smijt bakstenen naar gemeentehuizen, kamp twee staat applaudisserend op het station, probeert ons wijs te maken dat er louter cardiologen en gepromoveerde sterrenkundigen onze kant op trekken en heeft het steeds maar weer over die ‘kwetsbare mensen’ die we moeten ontzien. Mensen leveren ladingen speelgoed af bij de azc’s of ze gaan er eieren gooien. Maar wie loopt er ’s gewoon naar binnen en gaat thee drinken met de bewoners? (Ik geloof trouwens dat het niet eens kán, want je komt er gewoon niet in.) Kortom: vluchtelingen worden ofwel neergezet als eng en gevaarlijk ofwel als zielig en kwetsbaar. In beide gevallen nemen we de mensen waar het over gaat in mijn optiek niet serieus.”

Wat is volgens u de juiste manier, als Nederland zijnde, als Europa zijnde, om met de vluchtelingenproblematiek om te gaan?
“Ik vind dat een lastige vraag omdat elk antwoord bijna onvermijdelijk ook politiek geladen is. Met dit boek hebben we ons nu juist heel bewust buiten die discussie willen houden. In Libanon en Jordanië hebben we ook met iedereen gepraat, of mensen nu voor of tegen Assad zijn  – dat maakt uiteindelijk helemaal niks uit als je alles kwijt bent en met je gezin in een tent zit, zonder perspectief. Ik denk dat het heel goed zou zijn als mensen éérst eens goed beseffen dat de vluchtelingen gewoon mensen zijn zoals jij en ik. Dat helpt waarschijnlijk om meer vanuit gevoel en medemenselijkheid naar het verhaal te kijken, en minder vanuit oordeel of vooroordeel. Persoonlijk valt mij wel op dat mensen die in de regio zijn gebleven in elk geval nog op allerlei manieren binding hebben met de plek waar ze nu zitten: taal, religie, eten, klimaat. Dat raken ze óók allemaal kwijt als ze in Europa terecht komen. Maar ja, als ze in Libanon, Jordanië en Turkije geen serieus perspectief op een nieuw leven krijgen, wat moeten ze dan?”

Wat wilt u bereiken met dit boek?
Met het boek willen we een bijdrage leveren aan het contact, de verbinding – simpelweg door met mensen te gaan praten en ze met hun verhalen af te beelden. Want de mensen die wij al jarenlang ontmoeten zijn helemaal niet eng en gevaarlijk, en evenmin kwetsbaar en zielig. Ze zijn vaak juist heel krachtig, blijken heel goed in staat hun eigen lot in handen te nemen en beschikken over een zeldzaam vermogen om er ondanks alle ellende nog iets van te maken. Die ervaring wilden we met dit boek laten zien.”

“De verhalen in het boek zijn allemaal heel persoonlijk en juist daardoor zo krachtig en belangrijk. Ik denk dat dit de enige manier is om mensen dichter bij elkaar te brengen. De eerste reacties op het boek maken ook duidelijk dat dit werkt; dat mensen zich opeens veel meer betrokken voelen bij die ander, dat ze de verhalen en het verdriet ook een beetje kunnen ervaren omdat ze de mens achter het verhaal ontdekken en dat ze beseffen: verdomme, dat had mijn buurman kunnen zijn! En wat iedereen dáár dan weer mee doet, dat mag-ie zelf weten, want dit boek is geen manifest, er zit geen politiek doel achter en wij hebben de oplossingen voor het vluchtelingenprobleem ook niet in huis.”

Het boek ‘Anything out of nothing’ van Thijs Heslenfeld en Rinke Verkerk is hier te koop en via bol.com. Per verkocht boek (€27,50) gaat er vijf euro naar mensen die in vluchtelingenkamp Al Za’atari in Jordanië verblijven.

Meer leuke content? Like ons op Facebook