Drie oud-nieuwslezers: ‘De tv legt nu te veel nadruk op uiterlijk’

Ze waren de vaste nieuwsgezichten van de jaren tachtig en volgen de actualiteit nog steeds op de voet. Oud-nieuwslezers Maartje van Weegen, Noortje van Oostveen en Joop van Zijl over het Journaal van vroeger en nu, zestig jaar later. ‘Dat gedrentel van tegenwoordig leidt zo af. Je denkt eerst: o, wat een leuke billen.’

Jullie stonden als nieuwslezers in de frontlinie van de actualiteit. Wat vinden jullie de belangrijkste gebeurtenissen uit de jaren tachtig?
Maartje van Weegen: “De val van de Muur is wel een van de belangrijkste dingen geweest.”
Noortje van Oostveen: “Gorbatsjov, glasnost en perestrojka. Irak-Iran. Het afbrokkelen van de apartheid. Het verongelukken van de spaceshuttle Challenger, die na zeventig seconden…”
Joop van Zijl: “Afzwaaide.”
Noortje: “Wat zeven mensen het leven kostte. Dat waren tegelijkertijd ook wel de goede momenten, in die zin dat het er dan op aankomt of je geschikt bent voor de baan als nieuwslezer.”
Maartje: “En Tsjernobyl natuurlijk.”
Joop: “Tsjernóbyl moet je eigenlijk zeggen. Sommige uitspraken veranderden ook in de tijd.”
Maartje: “Zoals bij Lech Walesa. Eerst was het Walésa, toen Walensa, en later moest je eigenlijk Walenschja zeggen. Bij landen als Bosnië, waar die namen voor niemand uit te spreken waren, zorgden we er wel voor dat we in ieder geval allemaal hetzelfde zeiden. Later kwam daarvoor de taalcommissie, onder leiding van Henny Stoel.”
Noortje: “De Taaltaliban.”
Joop: “Haha, de Taaltaliban.”

Nathalie Huigsloot