Waarom zo veel Nederlanders aan depressie lijden

Depressiegala, het leest als contradictie. Maar vanavond zal de eerste editie plaatsvinden in Theater Amsterdam. Een avond vol vermaak en hapjes om de depressie als psychische aandoening in een positief daglicht te zetten.

Grofweg een half miljoen Nederlanders lijden op dit moment aan een depressie, en er is veel aandacht voor het ziektebeeld. Een week geleden nog sloegen we ons door Blue Monday heen, de meest deprimerend dag van het jaar, een fenomeen bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall in 2005. De dag in januari krijgt nogal wat kritiek te verduren, omdat het oneerbiedig zou zijn voor de personen die lijden aan een echte depressie.

Aan de vooravond van het Depressiegala vragen we een van de organisatoren, psychiater Bram Bakker, om wat opheldering over de dag, het gala en depressie.

bram bakker

Om direct maar wat verwarring de wereld uit te helpen: op de site van het Depressiegala staat ‘Save the date: Blue Monday 25 januari’. Vierden we niet afgelopen maandag al‘Blue Monday?
“Het geeft eigenlijk de tragische stand van zaken rondom aandacht voor depressies aan. Volgens de Wikipediadefiniëring is het wel degelijk deze maandag ‘Blue Monday’, namelijk de maandag van de laatste volle week van januari, maar de bedenker heeft later geroepen dat het toch 18 januari is. Waarom weet ik niet, want ik ken de man niet, het is eigenlijk een beetje flauwekul, maar wel een goed kapstokje om het onder de aandacht te brengen.”

Vindt u het idee van een meest deprimerende dag flauwekul?
“Op welke dag het precies is maakt niet zoveel uit. Of het nu blauwe maandag of groene woensdag wordt genoemd. Maar het is wel zo dat januari voor veel mensen een moeilijke maand is. Iedereen heeft een kater van de decemberfeestjes, het geld is op en het weer helpt ook niet echt mee. Het is daarom ook een goed moment om het depressiegala te organiseren, want we blijven achter met initiatieven voor psychische klachten. Voor kanker- en ALS-patiënten wordt al een heleboel georganiseerd. Er zijn nu zo veel patiënten in Nederland die lijden aan depressie of angststoornissen dat daar ook meer aandacht voor moet komen.”

Hoe komt het volgens u dat er op dit moment zo veel Nederlanders lijden aan depressie?
“Het zijn er geloof ik zelfs 680 duizend. We zijn in toenemende mate met ons hoofd gaan werken, de hersenen raken daardoor overbelast. Vroeger waren er meer fysieke beroepen en daardoor ontstonden er minder psychiatrische klachten. De balans lijkt nu zoek te raken. In Afrika zie je dat er veel minder depressie voorkomt.”

Misschien zijn er hier in Nederland slechts meer gevallen bekend. Dat hoeft nog niet te betekenen dat er ook meer klachten zijn.
“Nee, ook in Afrika wordt onderzoek gedaan naar depressie door middel van vragenlijsten aan de inwoners. De cijfers baseren zich niet op basis van mensen die om hulp komen vragen. Vooral in rijke landen komt depressie veel voor.”

Een gala insinueert toch iets feestelijks, terwijl depressie dat niet is. Waarom toch die positieve aandacht?
“We organiseren iets wat leuk is, we willen geen klaagavond, er wordt al genoeg geklaagd door patiënten, maar dat hoort ook bij de aandoening. Dat wil niet zeggen dat mensen die depressief zijn of een angststoornis hebben niet ook talent kunnen hebben. Daarom laten we ook artiesten als Mike Boddé en Javier Guzman optreden; ervaringsdeskundigen met talent. Bovendien willen we duidelijk maken dat depressie ook een leerzame ervaring kan zijn. Als je de schouders eronder zet en er wat aan doet kan je er sterker uitkomen. Dat gaat makkelijker als het taboe wegvalt. Mensen ervaren vaak een gevoel van schaamte als ze erkennen dat ze het niet meer trekken. Door er een leuke avond van te maken hopen we ook een beetje de taboe te doorbreken. De opbrengst gaat naar een project voor jongeren over depressie.”

Maandag 25 januari om 20.00uur vindt het Depressiegala plaats in Theater Amsterdam, er zijn nog kaarten beschikbaar. Minister Edith Schippers opent de avond en optredens worden verzorgd door onder anderen Mike Boddé, Karin Bloemen en Marjolijn van Kooten.