Er is maar één kunstenaar in dit verhaal, en dat is Daan Roosegaarde

Met andermans veren pronken’. Dat is nogal een beschuldiging wanneer mensen dat over je zeggen. En wanneer het in dikgedrukte letters boven een publicatie over jou staat, dan kom je moeilijk van dat stigma af.

Het overkwam kunstenaar Daan Roosegaarde deze week in HP/De Tijd. In de aanhef van het stuk waarin zogezegd ‘vriend en vijand’ aan het woord komen, las ik: ‘Tijdens een tv-uitzending werd op pijnlijke wijze duidelijk dat hij vaak met de eer strijkt voor ideeën die anderen bedachten’, gevolgd door een uitspraak van oud-collega Christiaan Jansen: ‘Hij neemt heel Nederland in de maling.’

Foto: Katinka Simonse (Tinkebell) in Shanghai.
Foto: Katinka Simonse (Tinkebell) in Shanghai.

Ik ken Daan persoonlijk. We zijn bevriend. We ontmoetten elkaar ongeveer vijf jaar geleden in Shanghai waar hij toen aan het werk was in zijn pop-upstudio. Ik kan dus bevestigen: zijn pop-upstudio bestaat. To start with.

Maar veel belangrijker dan dit soort feitelijk geneuzel is dat genoemd artikel pijnlijk zichtbaar maakt hoe weinig men in het algemeen lijkt te begrijpen van de realiteit van de kunstenaarspraktijk. Daarom ga ik voor het gemak even terug naar de basis, in Jip-en-Janneketaal voor de kunstleek.

Een kunstwerk bestaat bij de gratie van zijn context. Dat klinkt ingewikkeld, maar is simpel. Neem bijvoorbeeld een schilderij gemaakt door Rembrandt, De Nachtwacht. Er bestaat, daar ga ik even vanuit, geen twijfel over dat dit kunstwerk gemaakt werd door Rembrandt van Rijn.

Maar Rembrandt heeft niet de verf uitgevonden. En ook niet het doek. Deze materialen bestonden al en de techniek om kleuren te mengen was ook niet nieuw. Hij heeft dus bestaande materialen (verf en doek) in een andere context geplaatst door er een schilderij van te maken. De (semi-)waardeloze verf heeft door de verplaatsing van het palet naar het doek, op de manier die Rembrandt bedacht, een andere waarde gekregen. Het werd hierdoor een meesterwerk: De Nachtwacht.

Niemand weet wie die gebruikte verf uitvond of maakte. Er staat geen naam achter op het doek van een leverancer of uitvinder van materialen. Bovendien werkte Rembrandt niet alleen. Er hebben mensen geholpen om de verf op het doek uit te smeren op aanwijzing van Rembrandt. Of daar al dan niet artistieke inbreng van deze mensen in zit, daar kunnen we slechts naar gissen. Toch staat alleen Rembrandts naam onder het doek.

Ook vandaag is een dergelijke werkwijze heel gangbaar voor veel kunstenaars. Zeker wanneer kunstenaars groter/succesvoller worden, werken ze veelal met een heel team van mensen. En een kunstwerk maken gaat vaak niet meer ‘slechts’ om het maken van een schilderij, maar het basisprincipe blijft hetzelfde: bestaande zaken worden in een andere context geplaatst en die nieuwe context máákt het kunstwerk.

Wanneer Daan Roosegaarde zijn ‘smog tower bedenkt is het dus niet meer dan logisch dat hij met een heel team van mensen bestaande technieken, materialen en ideeën samenvoegt tot dat wat híj als kunstenaar heeft bedacht. Wat hem kunstenaar maakt, en wat hem bijzonder getalenteerd maakt is zijn vermogen om te bedenken hóe al deze facetten, in een nieuwe context, naar een hoger, artistiek plan kunnen worden getild.

Het lijkt mij dan ook een grote eer voor een wetenschapper, of eigenlijk voor wie dan ook, om mee te werken aan een van de onderdelen die Daan inzet voor een dergelijk meesterwerk. De wetenschappers en medewerkers zijn in die zin onmisbare (!) materialen. Onmisbaar, maar niet belangrijk genoeg om zelf met de kunstenaarsveren te mogen pronken.

Er is maar één de kunstenaar in dit verhaal, en dat is Daan. Laat daar geen twijfel over bestaan. Die veren zijn terecht van hém.

P.S. Wat niet hoeft (kijk maar naar Rembrandt), maar wat Daan wel altijd doet, is netjes vermelden wie meewerkt aan zijn projecten. Dus waar hébben we het eigenlijk over?

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Tinkebell