‘De familie is de bron van al het kwaad’

Strafrechtadvocaten Gerard Spong, Inez Weski en Peter Plasman maken zich grote zorgen over de ontwikkelingen binnen hun vak. Een openhartig gesprek over de wraakzucht van officieren van justitie, humor in de rechtszaal en de overheid als bullebak. ‘De waarheidsvinding in Nederland loopt op dit moment ernstige schade op. Dát is het grootste probleem.’

Peter Plasman komt met zijn motor naar Hotel Pulitzer in Amsterdam geracet om daar precies op tijd te kunnen aanschuiven bij zijn confrères Gerard Spong en Inez Weski. Hij had een zitting in Zutphen en een verhoor in Arnhem. Zijn kantoorgenote kon hem in Zutphen op de eerste zittingsdag vervangen omdat de cliënt zich op zijn zwijgrecht beroept.

Peter Plasman: “Al weet je nooit helemaal zeker of je daarmee de rechter niet per ongeluk tegen de haren in strijkt.” Zeker in deze zaak, waarin een vader en zoon ervan worden verdacht de overlijdensadvertenties nauwlettend in de gaten te houden zodat ze tijdens de uitvaart hun slag konden slaan, borrelt de irritatie bij de rechter wat sneller op.
Plasman: “In Zutphen zijn ze sowieso heel streng en serieus, daar wordt in de rechtszaal ook weinig gelachen.”
Gerard Spong: “In Almelo hetzelfde.”
Plasman: “De meeste humor vind je in Amsterdam en Rotterdam. Dat vind ik wel prettig. Een beetje humor moet op zijn tijd kunnen.”
Spong: “Soms kan lachen wel erg verkeerd vallen. Ik stond een keer een gynaecoloog bij die werd verdacht van dood door schuld bij een baby. Het ging over de betrouwbaarheid van het meten van het aantal centimeters ontsluiting door toucheren, en toen zei een professor in de gynaecologie dat dat toch ‘een beetje nattevingerwerk’ was. Ik lachen. Daarna werd er geschorst en kreeg ik op mijn kop. Daarna ging de zitting weer door en ging het over de vraag of het allemaal wel wetenschappelijk bewezen was en maakte een professor de opmerking dat het toch een beetje verhalen zijn ‘uit de oude doos’. Nou, ik moest me echt omdraaien om te voorkomen dat ze me weer zagen lachen. Daar maak je in Almelo geen vrienden mee.”

Nathalie Huigsloot