Thomas Dekker verdient een pluim, geen drek

De hele week draaide de sportjournalistiek rond de biografie Mijn gevecht van voormalig wielrenner Thomas Dekker. De een (Matthijs van Nieuwkerk en consorten) veroordeelde het boek, een ander (Thijs van den Brink) liet zijn conclusie in het midden. Komt er ook nog wat erkenning voor de omerta-brekende Dekker? 

De kritiek was niet mals voor Thomas Dekker. Het begon met een oorwassing in de Wereld Draait Door van Matthijs van Nieuwkerk, Erben Wennemars en Frits Barend. Over de openhartige biografie van de voormalig wielrenner, waarin hij praat over doping, masturberen met teammaat Steven de Jongh en Oostblok-prostituees op de kamer met Michael Boogerd, is de stamtafel van DWDD hard. “Je had geen namen mogen noemen,” reageert tafelheer en Erben Wennemars.

Waarop Van Nieuwkerk de in de achtergrond zittende Frits Barend aanspoort tot een tweede salvo. “Thomas moet namens zichzelf praten. Laat Michael Boogerd erbuiten. Er is een soort erecode in de kleedkamer.” Je kon de tenen van auteur van het boek en AD-journalist en schrijver van het boek Thijs Zonneveld horen krommen. “Ik vind het nogal wat voor een journalist om zo te zeggen,” stelde hij. Hier botste de oude met de nieuwe journalistiek.

Het gaat door in de uitzending van Langs de Lijn en Omstreken waarin Dekker kritische vragen krijgt van presentator Thijs van den Brink. Hij reageert als een gebeten hond en vraagt de presentator of hij vindt ‘dat het boek anders niet geschreven had moeten worden’. Op zichzelf is het een hele wonderlijke vraag om te moeten stellen aan een journalist wanneer juist een van de grootste sporttaboes gebroken werd. Er wordt duidelijk een open zenuw met Mijn gevecht geraakt.

Meerdere doelen
Natuurlijk is de biografie uitgebracht met twee doelen. Allereerst zoveel mogelijk delen (verkopen) van het verhaal. Dat gaat geheid gebeuren met de feestdagen voor de deur. Het is immers in de mode om een biechtbiografie te schrijven, concludeerde HP/De Tijd-journalist hier eerder deze week al. Ten tweede wil het boek echt afrekenen met de erecode die doping in het verleden tolereerde. Of zoals Zonneveld vrijdag in zijn column schrijft: “Renners, ploegleiders, managers, artsen, maar soms ook journalisten en fans – iedereen werkte er aan mee.”

Het wielrennen is beter aan het worden, maar dat betekent niet dat de verhalen uit het verleden ineens vergeten moeten worden. Toch zijn er journalisten die liever hadden dat Dekkers relaas niet opgeschreven werd. Van den Brink onder meer.

Biechten
Hij wil, als de wielerwereld niet veranderd is, dat de stal verder uitgemest wordt. Maar schrijft na zijn botsing met Dekker ook het volgende. “Als het echt zo is dat de wielerwereld inmiddels is veranderd, vind ik dat dit boek niet op deze manier had hoeven te verschijnen. Dan had Dekker kunnen biechten bij de mensen die daar recht op hebben en het gevecht kunnen aangaan met mensen die hem onrecht hebben aangedaan.”

Mijn journalistieke hart wil het uitschreeuwen. Zo creëer je zelf het beeld dat de media deel uitmaken van een bepaald establishment dat elkaar indekt. Thomas Dekker verdient een pluim van jewelste voor zijn openbaringen. Of zoals Zonneveld schrijft: “Een deel van de sport, de fans en het journaille wil nog altijd het liefst dat de deksel van de beerput dicht blijft. Het sterkt me alleen maar in een overtuiging die Thomas Dekker en ik al jaren hebben: dat deze biografie geschreven moest worden.”

Amen.