Exclusief: opwindende voorpublicatie uit Het Grote Foute Jongensboek

‘Mijn eerste keer duurde korter dan de 200 meter van Dafne Schippers’

De een was een Alkmaarsche Waterrat, de ander voetbalde in het gristelijke Ede. In een voorpublicatie uit Het Grote Foute Jongensboek van Rob Hoogland en Arthur van Amerongen halen de schrijvers herinneringen op uit hun jeugd: in de knop gebroken romances, ontknapingen op het strand en ander puberleed.

Arthur: Ooit, met de Tienertoer, bezocht ik die als een oordeel meurende kaasmarkt van jullie. Het eindigde in die hoerensteeg, waar ik wederom ontknaapt werd. Ik zei namelijk altijd tegen de kommersjele sekswerksters dat ik nog maagd was, want dan kreeg ik korting. Dat ging goed tot vorig jaar in Lissabon, toen ik van bil ging bij Diamantina uit Angola. Enfin, dat bleek een transseksueel (bouwdoos in de volksmond) te zijn en ik heb haar daarom na lang onderhandelen uiteindelijk toch maar de helft van haar gangbare soldij uitgekeerd. Daarmee wil ik tevens even fijntjes benadrukken dat ik een groot voorstander ben van diversiteit.

Rob: Ah, u bedoelt de Achterdam. De Alkmaarse buurt van lichte zeden. Ik wandelde daar als jongeling weleens doorheen, vond de gordijn- en verlichtingskeuze in de diverse appartementen opvallende overeenkomsten vertonen en snapte nooit waarom de dames achter die ramen altijd zo vriendelijk naar me zwaaiden. Dat deden vrouwen nooit naar mij. Later, toen een van de jongedames mij geduldig achter gesloten gordijnen uitlegde wat ze daar zoal, tegen betaling, aan handelingen verrichtten, begreep ik dat er via via sprake was van enige zakelijke verbintenissen met de heer Willem Holleeder. Ik heb een vraag voor u: is Ede het Alkmaar van Gelderland?