‘Veel journalisten zijn helemaal niet nieuwsgierig’

We leven in tijden van fake news en alternative facts. Hoe stellen journalisten zich teweer? Journalist Rick Nieman, Volkskrant-columnist Bert Wagendorp en voormalig hoogleraar journalistiek Jeroen Smit spreken over het infotainment-bombardement, het morrende volk en de tekortkomingen van de pers. “We zijn onderdeel geworden van de elite die we moeten controleren.”

Toen op internet het nieuws gratis aangeboden werd, zijn kranten meningen gaan verkopen. Zijn ze daarmee de feiten een beetje uit het oog verloren?
Bert Wagendorp: “Ja. Je ziet het nu weer wat kantelen, maar dat is zeker zo. De gedachte was: nieuws is onze handelswaar niet meer, we moeten iets anders bedenken. En toen is het infotainment erbij gekomen, en al die meningen. Ter vervanging van het nieuws.”
Rick Nieman: “En daardoor polariseert het natuurlijk. Want in dat meningencircus moet je je pro leren. Dus is het vaak een kwestie van heel hard schreeuwen. We zochten in de praatprogramma’s die ik maakte altijd zoveel mogelijk tegengestelde meningen. Te genuanceerd wordt saai, dat wilden we niet!”
Wagendorp: “Altijd botsende meningen.”
Nieman: “Ja, als het maar lekker fel was. Want daar kijken mensen naar. Bij Buitenhof zijn kijkers nog wel bereid om een uur lang voor een genuanceerd gesprek te gaan zitten, maar als je bij RTL 4 of 5 werkt, moet je er toch wel met gestrekt been in. Daar zijn Barend & Van Dorp mee begonnen met Jan Mulder. En iedereen zag dat het werkte. Dus dat gingen we allemaal doen. We putten steeds uit hetzelfde mandje aan gasten. Aan het begin van deze eeuw had ik het praatprogramma Nieuws aan tafel, en toen waren dat mensen als Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Bram Moszkowicz, en Willem Oltmans. Alles draaide erom je mening nog extremer en nog harder neer te zetten. Daar zet je dan iemand tegenover van wie je hoopt dat die daar niet tegen kan. Dat is een van de redenen dat ik ben gestopt met dat programma. Want waar leidt het toe? Dat meningencircus werd op een gegeven moment te leeg. Dan was het: zullen we Bram maar weer bellen? Ja, we bellen Bram.”

Nathalie Huigsloot