Tom Dumoulin en een dag om niets van te vergeten

Het is een kwartier geleden. Buiten wordt het langzaam heiig, binnen is alles in association with Tel Aviv-Jerusalem en Tom Dumoulin heeft de Giro gewonnen.
Hij kan nu ieder moment het podium op geroepen worden. Dan is er confetti en als prijs een vergulde afgerolde rol wc-papier en een roze trui. Dan zijn er twee getuite kusmissmondjes er honderdduizenden foto’s en even veel huilende mensen en armen vol vellenkip. En misschien geloof ik het dan.

Over sommige dingen is het moeilijk schrijven. Omdat ze je overweldigen, omdat er duizend dingen door je hoofd glijden die allemaal opgeschreven moeten worden, omdat je niks wilt vergeten, omdat alles exact even wezenlijk lijkt.
Omdat Tom Dumoulin de Giro gewonnen heeft.
Sommige mensen op internet schrijven niks, maar plaatsen alleen een roze vierkant op hun profiel. Alsof ze zeggen willen: meer heb ik er ook niet over te melden.
Ik ga het gewoon even een paar keer herhalen, ter oefening.
Tom Dumoulin heeft de Giro gewonnen.
Tom Dumoulin heeft de Giro gewonnen.
Nee. Jammer. Nog steeds niet.

Bron: ANP / Bas Czerwinski

Dumoulisme en niet zomaar een kroket in Kockengen

Ik moet alles noteren, ik mag niks vergeten. De poepstop, Tel Aviv-Jerusalem, die rit naar Oropa, die eerste tijdrit, hard tegen onzacht, Bobbie Traksels uitspraak van de naam ‘Jungels’ (een ongemakkelijk huwelijk tussen de woorden ‘junk’ en ‘kinkels’), Gaviria, de vinger van Kelderman, two cities one break… Ik moet Steven Kruijswijk niet vergeten, vorig jaar bezongen en nu in Bergamo in een hotel, eenzaam wachtend op een terugvlucht zonder eerbewijzen, zonder spandoeken in de aankomsthal, zonder roze Steven Kruijswijk-gebakjes en zonder opening van de Stevenstraat in de Kruijswijk in het vooruitzicht. Gewoon: een jongen met rood haar en magere armen die niemand mag vergeten.

Niet vergeten: Aike Visbeek. De Ab Klink van de koers.
Niet vergeten: Bauke Mollema en zijn Briekschottesque rijden.
Niet vergeten: De koers is het beautyshot. Door B. Traksel.
Niet vergeten: nooit meer iets aanschaffen bij bedrijven die reclametijd inkochten tijdens de slottijdrit.
Nooit vergeten: “Jongens jongens. Jongensjongensjongensjongens.”

Ook niet vergeten: de spanning. Het verheugen-met-voorbehoud. De hitte. De rug van de Dumoumeister, hoe zijn fiets over het asfalt gleed, stil en zeker, met benen als wieken in een storm, benen die de tijd fijnstampen. Even boodschappen doen. Die bochten… Mijn god, die bochten… Jezusjozefmaria, die bochten… Geef me veertig reclameblokken in ruil voor een rechte lijn naar de finish. En later, met die camera op zich. Hoe hij eruit zag in die minuten, Tom, dat moet ik onthouden. Als iemand die een paar jaar in een magnetron heeft gewoond. Dat perfecte haar van ’m in de war, en een kop als een Katusha-tenue. Hij keek naar Nibali, die hard reed. Naar Pinot, die door Franse lijm leek te fietsen. Naar Quintana, die er in zijn roze tijdritpak uitzag als een nieuw soort Jamin-snoepgoed dat jaren later giftig zal blijken te zijn. En hoe hij steeds verder naar voren boog, Tom, om het als eerste te zien, als eerste te weten. Omdat hij wist: dit is een dag om niets van te vergeten. Tom wist dat en zat op een krukje en vrat zijn handdoek op.

En ik moet het allemaal opschrijven. Ik moet opschrijven dat ik nog nooit een Nederlandse Grote Ronde-winnaar heb meegemaakt. Ik moet me blijven herinneren dat ik Tours heb meegemaakt waar ik dagelijks nauwgezet het klassement van Marc Lotz in de gaten hield om mijn chauvinisme te bevredigen.
Wacht, er komt een zin binnenzeilen.
Tom Dumoulin heeft de Giro gewonnen.
Haha. Nee joh.

Dat ik Dumoulist ben, moet ik ook niet vergeten. Dat mag ik niet vergeten, nooit, ik, nota bene stichter van het dumoulisme, een vreedzame religie die altijd en overal heilig gelooft in de kansen van Tom Dumoulin. En dat ik dacht dat het nooit, misschien wel nooit meer… Dat ik heb getwijfeld of het überhaupt wel kon, een Nederlander die…-
(Ik was -6 toen een Nederlander voor het laatst een grote ronde won, dus daar herinner ik me weinig van.)
“Hij lacht. Hij lacht! Yes!”

De tekst gaat hieronder verder. 

Tom Dumoulin wint de Giro (‘Io sono Dumoulisto!’)

Bobbie Traksels stem klom een paar octaven en klonk nu als die van een achtstegroeper oog in oog met Enzo Knol. Bobbie Traksel, dezelfde Bobbie Traksel die ooit Kuurne-Brussel-Kuurne won in weer waar alle andere renners van moesten huilen, in temperaturen ver onder nul, die destijds minzaam glimlachend op het podium stond tussen een eskimo en een ijsbeer, die Bobbie Traksel snoot nu zijn neus in de Eurosport-microfoon. Ik hoorde het en dacht: dit moet ik niet vergeten.

Tom Dumoulin
Bron: ANP / AFP Foto/ Luk Benies

Zeker ook niet vergeten: Jos van Emden. Die tranen, dat bijna uit elkaar barsten van vreugde. Op het moment dat het Dumoulisme overal door de straten kolkte, stond Jos van Emden in een hoekje te janken. Hij had de tijdrit gewonnen en Tom ging de Giro winnen en de zon scheen en Maarten Tjallingii nam hem in zijn armen en alles leek goed. Die uitbarsting van Van Emden, ik had het ervoor gedaan als het daarbij gebleven was. Op alle andere dagen dan deze was ik te buiten gegaan aan een analyse van alle interviews met Jos na de streep (Interviewer: “Waar kwamen die tranen vandaan?”. Jos: “Uit mijn tenen.”). Op elke andere dag had ik geschreven: mooier dan dit gaat sport niet worden. Onmogelijk. En ik had mezelf geloofd, want ik had niet beter geweten.
(Alle grapjes die ik bedacht heb = niet vergeten. Bewaren. Ook de slechte.)

Wat ik heb gegeten vandaag = niet vergeten. Dat het zonnig was, en zoel, en dat ik een kroket had in Kockengen moet ik ook niet vergeten. Je zou kunnen zeggen: het is maar een kroket.
Je kunt elke andere dag een kroket eten, en die onthouden.
Maar ja. Dit is niet elke andere dag, niet zomaar een kroket. Dit is vandaag.
“Het is zover. Het is zover. Het. Is. Zover.”
Een dag waarop vrienden die nooit iets van wielrennen moesten hebben, jongens die alleen demarreerden als er ergens gratis kroketten werden uitgedeeld, opeens opbellen om te vragen waar ze in de stad de tijdrit kunnen kijken. Een dag waarop de stem van Bobbie Traksel brak en in scherfjes de ether in ging. De eigenaar van de stem was intussen gesmolten van aandoening.
En toen ging Juan-Antonio Flecha ook nog Nederlands praten.

Van T tot N

Misschien maak ik het groter dan het is. Het is maar sport, en het is maar een jongen met wie ik niets anders deel dan een nationaliteit en een enorm charisma. Het is maar een wielerronde.
Wacht. Wat?
Tom Dumoulin heeft de Giro gewonnen.
Ja. Verdomd. Ik geloof het.
Niet vergeten. Nooit vergeten. Niets vergeten. Alles onthouden en doorvertellen zolang je kunt. Aan iedereen die er zelf ook bij was (of toch een soort-van bij was), aan iedereen die er niet bij was en aan alle mensen die er zeker bij geweest waren als ze er al waren geweest.
Nooit ofte nimmer vergeten: Tom Dumoulin. Van A tot Z, van T tot N.

Het is nu drie uur geleden.
Tom Dumoulin heeft de Giro gewonnen.
Ik zou nooit opschrijven dat de hemel even roze kleurt als het niet werkelijk zo was. En ik moet het opschrijven. Omdat ik het moet onthouden. Dit is een dag om niets van te vergeten.