Generatie Y, de ‘screenagers’ of toch millennials?

Een portret van een generatie

Hoe kunnen we de millennials kenschetsen? Ze zijn wat braaf en conformistisch, soms naïef-moraliserend over seks en drugs en gaan een onzekere economische toekomst tegemoet. Portret van een generatie.

Het eerste beeld dat in me opkomt bij het begrip ‘millennials’ is jonge mannen met baarden en jonge vrouwen in, nu ja, alle mogelijke uiteenlopende outfits, die op een schermpje zitten te scrollen. Of ze alleen zijn of in gezelschap verkeren maakt niet uit; hun smartphone is er altijd bij, even vanzelfsprekend en onontbeerlijk als een zintuig.

Eerst maar eens wat relativeringen om de gedachten te bepalen. Formeel gesproken bestaat de millennial-generatie uit mensen die geboren zijn tussen 1980 en 2000. Maar jonge tieners zitten zo mogelijk nog meer aan hun telefoontje gekleefd dan twintigers, en veertigers kunnen er ook wat van. Een willekeurige achttienjarige heeft niet zo gek veel gemeenschappelijk met iemand van 37. Tieners op de rand van volwassenheid zitten in een heel andere levensfase dan eind-dertigers.

De makke van een generatiemodel is dat het aan de uiteinden altijd wringt. Ook bestaat er verschil van mening over begin en eind van een generatie, en over hoeveel jaar een cohort eigenlijk in beslag neemt. Sommige sociologen nemen hiervoor een periode van twintig jaar, anderen houden het op vijftien jaar, waardoor de meest uitgesproken generatie van allemaal, de babyboomers, nu eens loopt van geboortejaar 1945 tot 1960, dan weer van 1940 tot 1960. Het startpunt van de millennial-generatie wordt ook weleens bij 1985 gelegd.

Het zijn met de natte vinger vastgestelde afbakeningen die niet heel veel zeggen over de verschillen tussen mensen die zich binnen en die zich buiten de jaartalgrenzen bevinden. Het begrip ‘generatie’ zelf is te arbitrair om veel waarde aan te hechten – wetenschappelijke waarde komt er in ieder geval nauwelijks aan te pas.

Beatrijs Ritsema