Ben ik eigenlijk wel rechts genoeg?

Dat is uiteraard een zeer goede en mijns inziens terechte vraag. De wat oudere lezer c.q.  baby boomer weet onmiddellijk naar wat ik toe parafraseer: naar de titel van een legendarisch bundeltje columns van Jan Blokker.

Blokker was begin jaren zeventig de schrik van Nederland. Hij was in mijn verbeelding een wat morsige man die vieux dronk en kettingrookte en begon te stotteren zodra hij op de treurbuis moest, bij Mies Bouwman of bij Willem ‘O’ Duys.

Eigenlijk zagen alle mannen er toentertijd zo uit: van Godfried Bomans tot Simon Carmiggelt en weer terug via Kees Schilperoort en Wim Kan. Mannen die overal sigarenas achterlieten en ongetwijfeld wel eens een ferme al dan niet corrigerende tik of klinkende pets op een vrouwenbil gaven.

Jan Blokker had een column in de Volkskrant en daarin sloopte hij alles wat met de pijprokende baardapen van de Sociale Academie te maken had. In feite was Blokker reactionair en tegen iedere vorm van vernieuwing. Ik geef u een voorbeeld van een column uit het jaar onzes heren 1974, getiteld X = X.

Als er iets gemakkelijk te voorspellen is, dan wel dit: de terreur van de z.g. sociale wetenschappen zal in de komende decennia nog schrikbarende vormen aannemen. Denken hoeft er binnenkort waarschijnlijk ook formeel niet eens meer aan te pas komen: een werkgroep van de Academische Raad bepleit nu openlijk wat luie kinderen al jarenlang wensten, en wil de wiskunde-opleiding voor studenten aan sociale faculteiten aanzienlijk terugschroeven.

De eisen op dat gebied wáren al bijna niks, hetgeen niet verhinderde dat jaarlijks tientallen zo niet honderden kandidaat-sociologen sjezen omdat ze voor hun tentamen statistiek een beetje de stelling van Pythagoras nodig hebben. Niet dat dát nou weer noodlottig was, want wie te dom is voor de sociale wetenschap kan in Nederland altijd nog terecht op een ‘sociale academie,’ waar het leuterkonten exclusief wordt aangeleerd.

Geen vierkante meter Hollandse bodem of er staat een vormingscentrum, een jeugdhonk, een cultuurhuis dan wel een opvangherberg met een staf onder leiding van iemand die Dirk-Jan of Arnold heet, een baard draagt, de hele dag over communicatiepatronen en tolerantiegrenzen praat, ‘s nachts droomt dat hij na een conflict met de Gevestigde Orde wordt geslagen door een paar lederen binken van de motormarechaussee, maar die niet weet wat de sinus van 90 graden is omdat het, zal hij zeggen, in dit leven niet om de sinus gaat, maar om de mens – en als je hem vraagt wat hij onder een mens verstaat volgt er meestal een signalement dat het dichtst in de buurt komt van het gezicht van Bas de Gaay Fortman. De dictatuur van de kletskoek.

Ik was toen 15 en was net afgewezen op de beruchte Sociale Academie De Horst, een smerig goor en conspiratief marxistisch bolwerk te Driebergen, zeg maar een filiaal van het Kremlin. Tijdens de Open Dag lag iedereen daar lekker te blowen en te neuken op gore matrassen vol mijt en luis en beri-beri. Ik wilde als gezonde Hollandse knul ook wel eens lekker neuken, en dat ik dan meteen platjes kreeg en herpes en sief en een druiper, vond ik prima.

Dan hoorde ik tenminste ergens bij. Men deed niet aan kapotjes in die tijd omdat latex de duivel was, zeg maar wat nu de gluten zijn. In die tijd hoefde een zwangere vrouw de ongewenste vrucht niet langer door te prikken met breinaalden maar kon ze naar de Bloemenhovekliniek te Heemstede. En als ze dan een postnatale depressie had, of hoe je dat dan ook noemt, postabortaal van mijn part, kon ze naar Dennendal, die beroemde kliniek der antipsychiatrie.

De antipsychiatrie ging ervan uit dat niemand gek was en dat volkomen geschifte kinderverkrachters en seriemoordenaars gewoon in de maatschappij moesten functioneren, bij voorkeur in een leuk arbeiderswijkje.

Ik was toen in de ban van Jan Foudraine, een bal gehakt die later geïncarneerd is in Swami Deva Amrito. Ik fapte iedere avond onder de dekens, nadat mama het licht uit had gedaan, op zijn meesterwerk Wie is van hout…

Eigenlijk kwam die hele antipsychiatrie er op neer dat je met je baard en je tuinbroek gewoon alles kon neuken wat los en vast zit, al dan niet in communaal verband. Zeg maar een beetje wat die knullen aan het einde van het jaar weer gaan doen op het stationsplein van Keulen. Ik ben toen afgewezen op de Horst omdat ik niet katholiek was, althans geen jezuïet. Dat heette destijds: verzuiling.

Ik ben toen nog wel even leeggezogen door de toenmalige directeur, ik meen dat hij de oprichter was van het JAC, het Jongeren Advies Centrum. Dat was een dekmantel van drugspromotie (in het bijzonder heroïne en lsd) en een onverhoolde belangenvereniging van knapenschenders. Enfin, ik had geen echte bezwaren tegen een fellatio in die tijd – alles was meegenomen, nietwaar, en van het soldij van mijn krantenwijk kon ik echt niet naar de hoeren in het Spijkerkwartier te Arnhem – al had ik ‘s anderendaags na de Open Dag van de Horst wel een gemene zakschurft door de heftige wrijving der baard van die meneer. Op mijn klootzakje, beter gezegd.

Ik mocht als dank een zwaar shekje rollen, terwijl hij zijn tuinbroek dichtknoopte. Ik ruik die geur nog steeds, van die zware shag van de Weduwe Van Nelle. Er zat een aardappelschil in het pakje tabak, dat was om uitdroging te voorkomen. Enfin, ik ben toen naar Berlijn gaan liften en maakte enige tijd deel uit van de kindertjes van Bahnhof Zoo.

Jan Blokker, die ik al eerder memoreerde, haatte sociale academies, abortusklinieken en antipsychiatrische bolwerken als het gekkenhuis Dennendal. Hij was reactionair. Bovendien was hij eeuwenlang de baas van het Filmfonds, een eng-rechtse club die het liefst films als De Fanfare en ander blank-Hollands cultuurgoed subsidieerde. Ik meende even dat de antipsychiatrische uitspraak: ik ben oké, jij bent een lul van de ouwe Blokker was. Maar ik heb dat net even gegoogeld en het was de door mij zeer bewonderde Henk Jurriaans.

Oom Henk deed het met de kunstenares Marte Röling en die rookte hele dikke sigaren. Later deed Ien Dales van de PvdA dat ook, maar dat vond ik wat minder tot de verbeelding spreken. Laat ik het zo zeggen: Marte Röling gaf wat meer urgentie tot manisch fappen dan Ien, die ik verder hartstikke hoog had zitten, als bestuurder wel te verstaan.

Oom Henk was dus van de antipsychiatrie. Ik later ook. Mijn moeder zat in het beruchte dolhuis van Wolfheze en daar werkten ze nog met elektroshocks en lobotomie. Niet voor niks stond het spoorlijntje van Ede-Wageningen naar Arnhem bekend als het zelfmoordlijntje omdat er regelmatig jumpers waren, uit het gesticht dus dat om mij onbekende redenen naast het spoor was gebouwd.

Dat doet mij denken aan een anekdote die ik zelf heb meegemaakt. Een van mijn diverse verloofdes (vrouw) was chirurg in het Academisch Ziekenhuis Maastricht. Een domme Limbo had besloten dat de semi-gesloten inrichting op de hoogste verdieping moest komen, met uitkijk op het gezellige atrium waar een groenteboer zat, een vlaaientoko en volgens mij een Marokkaanse koffieshop die Al Riffi heette. Van dikke Mo, waar ik goed mee was. Ik haalde mijn lieve doktertje eens op, het was tijdens de Amstel Gold Race, en toen was er net een mafkees naar beneden gesprongen, boven op de kistjes tomaten van de groenteboer. Ik verzin dit niet, kijkt u de archieven van De Limburger er maar op na, anno domino 1999 of daaromtrent.

Sindsdien ben ik allergisch voor gekkies. Wat dat betreft sta ik als vunzige dwerg op de schouders van de reus Jan Blokker (die in mijn beleving een heel slecht gebit en onder de roos zat maar dat vond men mooi in die tijd).

Ik ben veertig jaar later net zo reactionair als Jan Blokker. Vandaar mijn woordgrapje: ben ik wel rechts genoeg.  En dat is wel geruststellend eigenlijk, dat er niks verandert in het leven, ook al denkt u van wel. Een lief plaatje, tot besluit. En nu ga ik even mijn neus snuiten, omdat ik aan mijn moedertje moet denken. Dat haar herinnering tot een zegen mag zijn.

Meer scherpe opinie? Like ons op Facebook