Het Bero-effect blaast het doodgewaande IFFR nieuw leven in

Het is nog maar een paar jaar geleden dat het International Film Festival Rotterdam (IFFR), het grootste filmfestival van Nederland, bijna dood werd verklaard. De bezoekersaantallen namen vanaf 2012 schrikbarend af en de filmprofessionals en -journalisten vonden het festival nietszeggend en irrelevant.

Er was meer aan de hand in het Rotterdamse. Het festival zou met de enorme hoeveelheid films geen keuzes durven maken. En het festival aan het publiek verkopen, lukte al helemaal niet. “Duidelijk communiceren is een vak dat men op het filmfestival in Rotterdam slecht beheerst,” aldus de Filmkrant in 2014. Toen ook nog de subsidiekraan stevig werd dichtgedraaid, zat het IFFR in een echte identiteitscrisis. Tot de wat kleurloze festivaldirecteur Rutger Wolfsson in 2015 werd opgevolgd door de flamboyante Bero Beyer.

IFFR
Bero Beyer. Beeld: ANP Kippa/Robin van Lonkhuijsen

Dit jaar mag hij voor de derde keer het festivalschip een nieuwe koers geven. Mede door zijn energie en stuurmanskunst zit het festival weer in de lift. En niet zo’n beetje ook. Het IFFR is van een lelijk eendje waar iedereen zijn rug naar toe keert geworden tot een plek die er weer toe doet in filmland.

Niet alleen met een groeiende schare bezoekers en donateurs, maar ook de filmpers looft het nieuwe beleid van Beyer: een heldere festivalprogrammering dat goed uit te leggen is, spannende evenementen met grote namen (Barry Jenkins van Moonlight vorig jaar, Paul Thomas Anderson, Paul Schrader en Charlotte Rampling dit jaar) én meer aandacht voor vernieuwende Nederlandse cinema.

“We moeten zowel een warm feest vol liefdevolle gekte zijn als de plek waar het tegengeluid te horen is,” aldus Beyer in een eerder interview aan ondergetekende. “Voor ons kan het niet avontuurlijk genoeg!” En dat geldt zeker voor de Nederlandse films waar hij sinds zijn aantreden meer de nadruk op legt dan zijn voorgangers. In 2016, Beyers eerste festival, koos hij als openingsfilm Beyond Sleep van het Nederlandse talent Boudewijn Koole, die liet zien dat een boekverfilming ook spannende sensitieve cinema kan opleveren.

Vorig jaar was de experimentele mozaïekfilm Quality Time één van de grote verrassingen op het IFFR. Als enige Nederlandse film was dit speelfilmdebuut van Daan Bakker geselecteerd voor de Tiger Competitie, het hart van het festival. Al greep Quality Time naast een Tiger Award (maar won wel de MovieZone Award), het IFFR bleek als podium van onschatbare waarde voor de film.

Dit jaar gaat er opnieuw veel aandacht naar een niet-traditionele boekverfilming van eigen bodem. Regisseur Rene Eller werkte jaren aan de verfilming van Wij, de controversiële roman van Elvis Peeters. Het hedonistische verhaal over een groep losgeslagen tieners die elkaars seksualiteit verkent en de grenzen ervan probeert op te rekken, doet denken aan jaren ’90 films als Kids en Gummo, maar eindigt grimmiger en cynischer.

Wij is een fascinerende rollercoaster langs op drift geraakte emoties en een wel heel vrije seksuele moraal. In vier hoofdstukken blikken vier totaal verschillende personages terug op hun eigen herinneringen aan de periode die begon als onschuldig vermaak in een lome zomer maar eindigde in een orgie van geweld en seksueel misbruik. Het laat hiermee genadeloos zien dat moraal niet losstaat van tijd, persoon of plaats.

Niet voor niets ging de Franse actrice Catherine Deneuve vorige week hard in tegen de seksuele bekrompenheid in Hollywood vanwege de in haar ogen doorgeschoten effecten van #metoo. Waar ontspoort de vrijheid en wie bepaalt eigenlijk de grenzen aan moraal? Een vraag die bij uitstek thuishoort op het IFFR van Bero Beyer, die met zijn festival nadrukkelijk weer een rol in het maatschappelijk debat wil spelen.

Niet alleen wil Rotterdam urgent en relevant zijn, ook wil het festival dé plek worden voor de Nederlandse arthouse cinema, ten koste van het Nederlands Film Festival. Beyer weet met zijn netwerk, flair en vernieuwende concepten een flink aantal wereldpremières binnen te halen.

Het IFFR draait dit jaar bijvoorbeeld nieuw werk van documentairemaakster Digna Sinke (Bewaren – of hoe te leven), Azië-fanboy David Verbeek (An Impossibly Small Object), Rene Hazekamp (Gangway to a Future) en Saskia Diesing (Dorst) die eerder het fantastische Nena maakte. Ook krijgt het festival steeds meer oog voor filmmakers uit eigen land of stad. Zo is er dit jaar voor het eerst een uitgebreide Rotterdamdag (RTM) en vertoont het buiten de festivalperiode steeds vaker films in de stad: van het hippe KINO tot het multiculturele Afrikaanderplein.

De tekst gaat hieronder verder. 

Maar tegelijk verloochent het festival ook dit jaar niet zijn open blik op de wereld. Naast veel films uit alle windstreken zijn er ook bijzondere projecten als SLEEPCINEMAHOTEL van de Thaise filmkunstenaar Apichatpong Weerasethakul, waarbij in de monumentale Staalzaal van het Rotterdamse WTC een hotelbed is neergezet, inclusief enorm projectiescherm. Of de Pan-African Cinema Lounge, waar de grootsheid van het continent filmisch wordt verbeeld.

De nieuwe energie stroomt niet alleen door Bero Beyer, maar door het hele festival heen, en straalt zelfs uit naar de hele stad, met het prijswinnende pop- en filmpodium Worm, het succes van het eigenzinnige KINO en de nieuwe wind die de nieuwe directeur van LantarenVenster door zijn foyer en zalen wil laten waaien.

Letten we goed op, Nederlands Film Festival?

Het IFFR vindt van woensdag 24 januari tot en met zondag 4 februari plaats in Rotterdam.

Meer leuke content? Like ons op Facebook