‘De eerste subsidie van Het leven is vurrukkulluk verdween in de flipperkast’

Met de verschijning van de speelfilm Het leven is vurrukkulluk is voor regisseur Frans Weisz een eind gekomen aan een decennia durend traject. Weisz zette na een reis naar Rome in 1962 zijn zinnen op een verfilming van het beroemde boek van schrijver Remco Campert. De realisatie had de nodige voeten in de aarde, vertelt hij aan filmjournalist Nico van den Berg. 

Het is een paar dagen na de rode-loper première van Het leven is vurrukkulluk in Tuschinski. Thuis bij regisseur Frans Weisz gaat onophoudelijk de telefoon. Niet alleen van journalisten, net belde zijn zoon nog om trots te zeggen dat de hele stad vol hangt me posters van de film. De stem van Weisz maakt bij het praten hierover net zulke enthousiaste sprongen als de hoofdpersonen in de film doen. “Het is niet dat ik zo trots op de posters ben” lacht Weisz, “nee, mijn hart gaat sneller kloppen omdat de film er eindelijk is. Mijn kind is eindelijk geboren”.

Frans Weisz had al sinds het uitkomen van Remco Camperts Het leven is vurrukkulluk in 1961 zijn zinnen op de verfilming ervan gezet. Nu de film er eindelijk is, is wel duidelijk dat de weg ernaartoe verre van verrukkelijk was. Het is een wonder dat de film na ruim 55 jaar alsnog het levenslicht heeft gezien. Al klinkt de totstandkoming van de film ook als een spannend jongensboek, met Campert en Weisz als trouwe vrienden.

Filmdebuut na Rome

“Onlangs realiseerde ik me voor het eerst dat het mijn moeder was die mij voor het eerst in aanraking heeft gebracht met het boek Het leven is vurrukkulluk“ zegt Weisz nadenkend. “Ze gaf het mij in 1962 in Rome, waar ik heen was gegaan omdat ik gefascineerd was door de circuskant van de cinema.”

“Met Het leven is vurrukkulluk wilde ik heel graag mijn filmdebuut maken. Dus ging ik terug naar Nederland, om aan Remco te vragen of dat mocht. Dat vond hij goed, waarna we samen afreisden naar het Zuid-Franse Menton, vlak bij de Italiaanse grens. Het was de koudste winter ever. Ik herinner me dat we vooral achter de flipperkast stonden.” Lachend: “Volgens mij is de hele subsidie die we voor het scenario schrijven hadden gekregen, in die kast verdwenen.”

Flipperkast

“In 1963 was het scenario klaar. Er was nog geen Filmfonds in die tijd, dus financiering was erg moeilijk. En het zou een duur project worden. Ik wilde namelijk van het boek een echte musical maken. Een soort Singin’ in the Rain, maar dan in de lente. Ik had een producent op het oog die musicals in theaters deed. Maar dat werd niets. Toen werd ik benaderd door Jan Vrijman die de film graag wilde produceren. Dat zag ik dan weer niet zitten, de film zou veel te duur voor hem worden.”

“In de jaren erna ben ik op verschillende momenten met Remco in gesprek gebleven. Ik had ook duo’s in mijn hoofd die de rollen van Boelie en Mees zouden kunnen spelen: Kees van Kooten en Wim de Bie, Freek de Jonge en Bram Vermeulen bijvoorbeeld. Met die laatste twee heb ik zelfs gesprekken gehad hierover. Ook dat liep op niets uit, al had ik ze bijna in een andere film gehad.”

“Begin jaren tachtig kocht producent Rob Houwer de rechten voor Het leven is vurrukkulluk. Houwer zette vervolgens Haye van der Heyden aan het werk om een scenario te schrijven. Het zou een mengeling moeten worden van Het leven is vurrukkulluk en het net door Campert geschreven boek De Harm en Miepje Kurk story. Het was de eerste oprechte poging om het verhaal en de film naar de volwassenheid te trekken.”

Sprong

Dan maakt Frans Weisz een grote sprong in de tijd. Er komen andere projecten op zijn pad, zoals Leedvermaak (1989) en het tv-epos Bij Nader Inzien (1991). Het is pas rond 2011 dat de film een nieuwe fase ingaat. Als producent Matthijs van Heijningen ziet dat de rechten voor Het leven is vurrukkulluk weer vrij zijn, koopt hij ze meteen. En Weisz blijft de eerst aangewezen regisseur om het te verfilmen. Maar het scenario blijft een hardnekkig struikelblok.

“Een paar jaar geleden begon een bekend scenarist enthousiast aan het schrijven van het script”, zo vervolgt Weisz. “Maar hij had teveel eerbied voor het boek. Het is een geweldig schrijver, maar hij kwam er maar niet uit. Ik had al vanaf het begin het gevoel: dit gaat niet lukken.”

“Daarna kwamen we bij Theo [Nijland]. Het goede was dat hij de ziel van het boek wist te vangen en er tegelijk elementen en personages aan heeft toegevoegd, zoals de twee moeders. Ook heeft hij de film deels naar deze tijd gehaald. Het is daarmee een echte ‘celebration of life’ geworden, een soort van gelukzaligheid. En de film laat terecht zien dat het allemaal om Panda [de gezamenlijke vriendin] draait, niet om de twee jongens.”

De tekst gaat hieronder verder. 

“Voor mij was de reden om het boek te willen verfilmen niet het verhaal maar de herinnering aan de eerste liefde van een boek. In mijn geval dus Het leven is vurrukkulluk. Het ontroert door de moeite om het leven te leven en te vangen. Met de film ben ik nu eindelijk op een plek gekomen waar ik zo lang naar heb verlangd.”

Het leven is vurrukkulluk is vanaf vandaag (donderdag, red.) te zien in de bioscoop.

Reageer op artikel:
‘De eerste subsidie van Het leven is vurrukkulluk verdween in de flipperkast’
Sluiten