Links Amsterdam maakt zich onterecht hard voor racisten

Meredith Greer 3 feb 2018 Leven

Tien jaar van links paniekvoetbal werd de afgelopen week in een politieke klucht gepresenteerd. De Amsterdamse PvdA, Partij voor de Dieren en SP waren namelijk zo bang voor de rechtse slachtofferschwalbe, en zó begaan met de democratische rechten van racisten, dat ze vergaten hun eigen achterban te vertegenwoordigen.

Het Comité 21 maart, een landelijke antiracismecoalitie die ieder jaar een demonstratie organiseert tegen racisme en uitsluiting, had het namelijk gewaagd om het beestje bij de naam te noemen. In hun manifest hadden ze namelijk de PVV en Forum voor de Democratie vermeld en het ook nog eens gewaagd om de demonstratie ‘Geen Racisten in de Raad’ te noemen. En kennelijk was dit voor de linkse partijen een wel hele boude uitspraak.

“Wij demonstreren niet onder de slogan ‘Geen racisten in de Raad’. Iedereen heeft een democratisch recht om mee te doen met de verkiezingen,” zei de Amsterdamse PvdA-fractievoorzitter Marjolein Moorman tegen EenVandaag. Ook benadrukte ze dat ze racisme altijd met woord zal bestrijden in de raad. Grappig genoeg werd nergens gesteld dat de PVV of FvD geen passief kiesrecht zouden mogen hebben, er werd alleen gezegd dat een vertegenwoordiging van racistische sentimenten in de gemeenteraad onwenselijk is. Maar goed, het is 2018, en zeggen dat je geen racisten in je raad wil, is een controversiële uitspraak geworden.

Maar het was een succesvolle stropop, want de discussie verplaatste zich naar de democratische grondbeginselen en of het wel of niet acceptabel was dat politieke partijen meeliepen met demonstraties tegen andere politieke partijen. Achterliggend was echter voor iedereen duidelijk te zien dat het ging om een tactische politieke zet. Moorman wilde namelijk, in eigen woorden, voorkomen dat de door FvD gekoesterde slachtofferrol versterkt werd. Alles om maar een Pimwin te voorkomen, om maar geen linkse kogels te geven aan de zij die er zo ontzettend onder hun demonisering gebukt gaan.

Het is een herhaling van zetten die in Den Haag al ruim een decennium gedaan worden, waarmee links zichzelf muilkorft en preventief in de hoek zet zodat rechts het niet voor ze kan doen. Maar waar men misschien in Den Haag gewend is om weg te komen met halfzachte formuleringen en strategische ontwijkmanoeuvres, is Amsterdam een hele andere stad. Het linkse electoraat was dan ook bepaald not amused.

Het past de linkse partijen van Amsterdam namelijk totaal niet. Ze doen er hun eigen idealen mee tekort. De lokale fractie van Amsterdam is er namelijk een die op allerlei manieren racisme en discriminatie tegen probeert te gaan. Die zich hard uitspreekt tegen de segregatie van leerlingen op witte en zwarte scholen. Moorman pleit zelf voor een ‘hyperdiverse mengelmoes van mensen’ als ideaal in Amsterdam en haar nummer twee, Sofyan Mbarki, wil gehakt maken van discriminatie op de arbeidsmarkt. Maar geen van deze plannen krijgt op deze manier de overhand. Wat beklijft is namelijk dat de Amsterdamse PvdA-fractie zich hard maakt voor de democratische rechten van racisten. Niet waar ze voor staan valt op, maar waar ze voor duiken.

En dat is niet zo heel gek. Want niemand heeft oog voor de gemeenteraadsleden die witte en zwarte scholen beter willen integreren, als naast hen een vrouw staat die al in 2015 letterlijk oorlog verklaarde aan moslims. Die de komst van asielzoekers vergelijkt met een uitbraak van open ebola. Die verantwoordelijk is voor de term ‘dobberneger’. (Wie net als Theodor Holman niet begrijpt wat er racistisch is aan deze term, zou ik graag uit willen nodigen om te bedenken wat zijn of haar definitie van racisme dan wél is.)

Femke Halsema kon ons afgelopen week tonen hoe het er dan in praktijk uitziet als je racistische ideeën met het woord probeert te bestrijden. Op het hoogtepunt van haar debat met Thierry Baudet in de Stadsschouwburg mocht ze namelijk in debat over de vraag of zwarte mensen nou werkelijk een lager IQ hebben dan witte mensen.

Deze walgelijke, racistische uiting van Yernaz Ramataursing – eveneens FvD kandidaat voor de Amsterdamse gemeenteraad – werd zo onderdeel van het debat. De dehumanisatie en ondergeschiktheid van zwarte mensen mocht gewoon plaatsnemen tussen alle andere onderwerpen van gesprek die avond, en stond op gelijke voet met de ideeën van Halsema. Het was een schoolvoorbeeld van de normalisering van een giftig en gevaarlijk discours.

Linkse politici hoeven niet bang te zijn om partijen als FvD en PVV in een slachtofferrol te drukken. Ze kunnen ophouden om zichzelf te censureren uit angst voor demonisering. Want politici als Baudet zijn nog in staat om bij een ingegroeide teennagel te schreeuwen dat de kogel van links kwam. Het is al niet meer te tellen hoe vaak rechtse shockblogs de foto van het lijk van Pim Fortuyn op hun voorpagina plamuren, om te onderschrijven hoe erg ze wel niet worden gedemoniseerd.

Wie een kleuter iedere keer gelijk geeft als die op de vloer van de supermarkt begint te gillen en te krijsen als je ze hun zin niet geeft, is zelf verantwoordelijk voor het kind dat daaruit voortkomt. Extreemrechts krijgt van linkse politici al meer dan een decennium een winegum iedere keer als ze dreigen te janken, en het heeft hun opkomst nou niet bepaald de wind uit de zeilen gehaald.

Hoe verfrissend was dan ook het antwoord van Rutger Groot Wassink dan ook, toen hem gevraagd werd of zijn deelname aan de demonstratie tegen racisme in de gemeenteraad dan niet demoniserend was: “Ik vind wel dat mensen van Forum voor Democratie racistische uitspraken doen, dus dan vind ik ook dat ik daar iets van mag zeggen. Dat is namelijk mijn taak als volksvertegenwoordiger.”

We zouden het bijna vergeten, dat er naast racisten, ook nog andere mensen zijn die democratisch vertegenwoordigd willen worden in de politiek.

Reageer op artikel:
Links Amsterdam maakt zich onterecht hard voor racisten
Sluiten