Sytze van der Zee: ‘Matthijs van Nieuwkerk heeft gespuugd in de hand die hem voedde’

In Verslaggever van beroep schrijft voormalig correspondent (NRC Handelsblad) en oud-hoofdredacteur (Het Parool) Sytze van der Zee (1939) op ontwapenende wijze over zijn journalistieke en persoonlijke verleden, waaronder zijn conflict met Het Parool. Eerder schreef hij over het NSB-verleden van zijn ouders. Vanaf vandaag (14 februari) ligt zijn nieuwe boek in de winkel.

Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een zelfportret: een serie klassieke vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
“Ik ben onzeker. Het is altijd spannend hoe een boek gaat vallen. Aan de ene kant denk ik dat het wel goed zit, maar aan de andere kant denk ik: hoe zullen de kritieken zijn? Die gedachten gaan op en neer. Het is een zwalkende gemoedstoestand.

“Dat komt omdat het een persoonlijk boek is. Het is als het ware een vervolg op Potgieterlaan 7, dat ook bij mijn huidige uitgever Prometheus is verschenen (reeds in 1997 – red.). Dat was het eerste boek dat ik schreef nadat ik was vertrokken bij Het Parool en ging over mijn jeugd – mijn vader was een NSB’er en ik beschreef wat dat voor mijn leven betekende. Mijn nieuwe boek is een vervolg van mijn herinneringen, maar dan meer vanuit journalistieke invalshoek. Dus je kunt je voorstellen dat ik me kwetsbaar voel.”

‘Ik heb er moeite mee dat NRC Handelsblad vijf pagina’s aan #MeToo besteedt.’

Wie zijn uw helden?
“Mensen als Martin Luther King en Andrej Sacharov. Dwarsdenkers. Mensen die zich durven te verzetten, tegen de stroom in durven gaan. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de ernstige fout van mijn vader.”

Aan wie ergert u zich?
“Ik heb er moeite mee dat NRC Handelsblad vijf pagina’s aan #MeToo besteedt. Verkrachtingen of aanrandingen zijn relevante zaken. Maar over vrouwen die een keer in hun bil zijn geknepen of een beetje zijn lastiggevallen denk ik ‘jezus’… Wij laten ons meeslepen door dingen die in Amerika gebeuren.

“Vermoedelijk komt dat doordat kranten onwijs onder druk staan. Ze hebben het moeilijk. Daarom proberen ze maar catchy te zijn, om aandacht te krijgen. Meer dan veertig columnisten schrijven ook voor de NRC. Veel te veel.”

Lijkt u op uw vader?
“Ik denk het niet. Mijn vader was een rechtse, trouwe Telegraaf-lezer. Misschien lijk ik qua uiterlijk op hem – dat zeiden ze vroeger tenminste. Ik zal een foto pakken.

“Mijn vader was een stuk kleiner dan mijn moeder. Dat heeft hem zijn hele leven beziggehouden. Hij kocht dan schoenen met enorme rubberzolen om het verschil te verkleinen.

“Hij zag er wel goed uit. Maar ik ook toen ik een jonge jongen was. Deze foto heb ik meegenomen nadat mijn moeder overleed. Mijn vader wilde hem weggooien omdat hij dacht dat niemand er nog in geïnteresseerd zou zijn. Hij was aan het zielenpieten.”

Lijkt u op uw moeder?
Lachend: “Ik hoop eigenlijk van niet.”

“Zij was een moeilijke vrouw; humeurig. Ik denk doordat ze eigenlijk veel meer in haar mars had dan vrouwen in die tijd doorgaans konden en mochten. In de buurt noemden ze haar ‘de directrice van de kostschool’, omdat ze zo streng kon kijken. Ze kon als een blad aan de boom omslaan.

“Ik was thuis de enige die haar het hoofd bood. Volgens mijn broer had ze daardoor juist een zwak voor me. Zij was ook degene die vond dat ik mijn school moest afmaken.”

‘Ze vielen altijd op mijn blauwe ogen.’

Wat zijn uw dagdromen?
“Als ik niet bezig ben met mijn boeken, denk ik aan reizen. Twee jaar geleden hebben mijn vrouw en ik een rondreis gemaakt in Argentinië. Fantastisch! Daar ga ik graag nog eens heen. Ik ben gek op tangomuziek. Ook als ik werk, draai ik tango via iTunes of YouTube. Mijn vrouw wil naar Japan.

“Echte dagdromen, zoals kinderen hebben, heb ik niet. Als je ouder wordt, verdwijnt dat.”

Sytze van der Zee
Sytze van der Zee. Beeld: Koos Breukel

Wat is uw grootste angst?
“Dat mijn vrouw overlijdt. Dat lijkt me verschrikkelijk. Als ik zie wat dat met mijn vader deed…”

Bidt u weleens?
“Nee, ik ben atheïst. Vroeger baden we wel elf keer per dag. Ik zat dan ook op een gereformeerde school.”

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
“Ik zat ooit met een vriend te praten over religie, over geloven. Het was helemaal windstil toen plotseling het raam met een klap dichtsloeg. Dat vonden we allebei wel erg bijzonder.”

‘Schaamte is een jeugdige eigenschap.’

Bent u aantrekkelijk?
“Nu ben ik wat ouder geworden, maar als jongeman was ik wel aantrekkelijk, denk ik.

“Toen ik tweeëntwintig was, reisde ik met een vriend door Italië. Daar hebben we heel wat mannen achter ons aan gekregen. Terwijl wij allebei niet eens op mannen vielen. Ook vrouwen zochten toenadering – op een andere manier, want Italiaanse vrouwen waren vrij kuise types. Later heb ik nog wel een tijdje een Italiaanse vriendin gehad die ik leerde kennen in de heuvels van Pistoia. Ik had geen geld en zij bracht me ’s middags stukken brood en fruit. Armoe troef, maar des te romantischer.”

Lachend: “Het zal mijn Friese achtergrond zijn. Ze vielen altijd op mijn blauwe ogen.”

Bent u monogaam?
“Ja, altijd geweest.”

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
“Toen mijn beste vriend overleed. We waren bevriend vanaf ons twaalfde – meer dan vijftig jaar. Ik wist wat hij dacht en hij wat ik dacht. We hebben van alles samen beleefd, gingen als jongens samen op vakantie en hadden dezelfde vriendinnen. Ook toen ik correspondent was, kwam hij overal langs. Acht jaar geleden is hij dodelijk verongelukt in Catalonië, waar hij woonde.

“Het had veel gesneeuwd en tijdens het uitlaten van zijn hond is hij uitgegleden. In de taxi naar het ziekenhuis raakte hij buiten bewustzijn en de volgende dag hebben ze de stekker eruit getrokken. Ik was verschrikkelijk verdrietig.

“Een paar maanden daarvoor ben ik gelukkig nog bij hem langs geweest. Hij heeft toen nog enorme ruzie met zijn vrouw gekregen omdat hij en ik waren gaan drinken voor we met z’n allen uit eten gingen. Mijn vrouw vond het niet zo erg.”

‘Jouw generatie gaat zo naar huis. Wij gingen naar het café, urenlang lullen.’

Wat is uw definitie van geluk?
“Geluk is kortstondig. Het leven gaat altijd door. Neem Nederland. We wonen in een goed land – één van de beste landen – met allerlei voorzieningen en regelingen. Maar ook dat maakt mensen niet permanent gelukkig. Mensen kunnen zo chagrijnig reageren op bepaalde zaken. Hebben zij wel door hoe het leven hier is? Het leven is hier zo veel eenvoudiger dan elders.”

Waar schaamt u zich voor?
“Ik was ooit in Vietnam en stond bij een verlaten heiligdom op het platteland. Er lag een aardig schilderijtje en ik dacht ‘laat ik dat meenemen’. Uit het niets komt er een man aangefietst die tegen me begint te foeteren. Hij had door dat ik dat schilderij wilde pikken. Toen schaamde ik me dood. Dat is nu meer dan twintig jaar geleden. Het was wel een leuk schilderijtje.

“Als jongen schaamde ik me voor mijn vader en wat hij gedaan had. Nu is er weinig waar ik me voor schaam. Schaamte is een jeugdige eigenschap, denk ik.”

Hoe moedig bent u?
“Ik heb redelijk veel guts. Ook in mijn conflict met Het Parool – dat ik graag wil afronden met mijn nieuwe boek – ben ik niet teruggedeinsd voor de confrontatie.

“Ik heb de afgelopen jaren een hoop nieuwe dingen ontdekt over dat conflict. Zo heb ik mezelf meermaals de vraag gesteld welke rol Matthijs van Nieuwkerk heeft gespeeld rond mijn vertrek als hoofdredacteur (Van Nieuwkerk volgde Van der Zee op als hoofdredacteur van Het Parool, red.). Tijdens de reorganisatie van de krant heeft hij binnen de redactionele werkgroep meerdere dingen gedaan waarover we hadden afgesproken dat we die juist niet wilden. Hij deed dat achter mijn rug, toen ik met vakantie op Sicilië zat. Dit had niet mogen gebeuren en heeft voor mij dan ook verkeerd uitgepakt.

“Wat ik hem het meest kwalijk neem is dat hij later – toen de waarheid aan het licht kwam – nooit de moeite heeft genomen om het met mij uit te praten. Negen jaar lang is hij mijn chef kunst geweest en heeft hij alle vrijheid gekregen om de dingen te doen die hij heeft willen doen – waar ik ook blij mee was. Daarna is het contact volledig verloren gegaan. Hij heeft gespuugd in de hand die hem gevoed heeft. Dan moet je ook de grootheid opbrengen om de zaken eens uit te praten. Dat heeft hij nagelaten.”

‘Henk Hofland wilde geen vrouwen op de redactie.’

Van wie heeft u het meest geleerd?
“Als leerling-journalist heb ik veel geleerd van Dick Seip en Pieter van de Vliet, mijn chefs bij het Nieuw Utrechts Dagblad. Ons leven stond in die tijd helemaal in het teken van de journalistiek. Jouw generatie gaat zo naar huis. Wij gingen naar het café, urenlang lullen. Journalistiek was een 24-uursbaan. Het was een gouden tijd die nooit meer terugkomt.

“Ook Henk Hofland (1927-2016, oud-hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad – red.) beschouw ik als mijn leermeester, al was ik het niet op alle punten met hem eens. Zo wilde hij geen vrouwen op de redactie. Hij vond dat zij door hun hormoonhuishouding en menstruatiecyclus emotioneel niet stabiel genoeg waren. Ik schaamde me daar ontzettend voor. Het deed de krant bovendien geen goed.”

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
“Loyaliteit. Net als in een man.”

‘De dominee ging er op een zeker moment met een catechisante vandoor.’

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
“Ik ben erg ongeduldig en ben eigenlijk altijd bezig. Ik zou meer rust willen vinden in mezelf.”

Hoe ontspant u zich?
“Als ik een boek lees of op reis ben.”

Van wie houdt u het meest?
“Mijn vrouw.”

Gelooft u in God?
“Nee. Ik heb vroeger dus wel op een christelijke school gezeten. Mijn moeder wilde in die tijd ook dat ik naar catechisatie ging. Ik wilde dat wel doen voor haar, ze hielp me immers vaak tegenover mijn vader. Maar ik had in die tijd een vriendin, dus ging ik meestal stiekem naar haar toe terwijl ik zei naar catechisatie te gaan.

“De dominee ging er op een zeker moment met een catechisante vandoor. Hij woonde op de Gijsbrecht van Amstelstraat in Hilversum en liet er twee of drie kinderen achter. Toen ben ik maar helemaal gestopt met die poppenkast.”

‘Die anderhalf jaar met gezeur, drank en eindeloos vergaderen was zo’n gedoe.’

Waaraan bent u het meest gehecht?
“Dat mijn leven ondanks alles toch een bepaalde regelmaat kent. Zeker als correspondent is het erg belangrijk om een eigen en prettige plek te hebben waarnaar je kunt terugkeren, waar je kunt thuiskomen. Een huis, een stamcafé. In Washington hadden mijn vrouw en ik een prachtig huis in een bos met reusachtige eiken. Daar hadden we het fijn. Maar in Brussel is het ons bijvoorbeeld juist niet gelukt om een thuis te creëren.”

Welk leed heeft u anderen berokkend?
“Bij Elsevier moesten we als hoofdredactie schoon schip maken. Het was er een zooitje. Onder meer de redactie moest op de schop. Daar heb ik wel wat mensen leed berokkend door hen over te plaatsen. Dat ging er niet altijd zachtzinnig aan toe. We zorgden er wel voor dat ze binnen het bedrijf bij een ander blad konden werken. Maar dat waren niet bepaald promoties.”

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
“Dat het misging bij Het Parool beschouw ik als een grote nederlaag. Een hoofdredacteur verliest het natuurlijk altijd van een uitgever. Maar die anderhalf jaar met gezeur, drank en eindeloos vergaderen was zo’n gedoe. Ik ben daar na afloop heel verbitterd over geweest en dat heeft een tijd geduurd.”

‘Ik zie mezelf nog op de MacArthur Boulevard rijden – onder de klimop die over de weg groeide. Correspondent in de USA: dat was een fantastisch gevoel.’

Wanneer was u het gelukkigst?
“Dat vind ik moeilijk. In Washington was ik heel gelukkig, maar dat was ik ook bij Het Parool en toen ik net bij het Algemeen Handelsblad kwam. Het klinkt zo pedant om te zeggen dat ik een gelukkig leven heb, maar ik heb absoluut geen ongelukkig leven.”

Wat is de beste plek om te wonen?
“Washington. We woonden daar in de natuur en hadden eekhoorntjes in de tuin. De lucht was bijna altijd prachtig blauw, zelfs als het twintig graden vroor. Als het aan mijn vrouw had gelegen, waren we een stuk langer gebleven.

“Ik zie mezelf nog op de MacArthur Boulevard rijden – onder de klimop die over de weg groeide. Correspondent in de USA: dat was een fantastisch gevoel.”

Hoe is ongeluk te vermijden?
“Ongeluk is niet te vermijden. Dingen overkomen je.”

Wat is uw devies?
“Leven en laten leven.”

Verslaggever van beroep van Sytze van der Zee is hier te bestellen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook