De vriendin start niet in de Tour

Wat Harry Mulisch ooit in een vlaag van gebrek aan verstandsverbijstering opmerkte over de ziel – dat-ie te paard komt – dat zei de vriendin van Frank Heinen gisterochtend over slecht nieuws.

Een korte situatieschets, met het penseel van Jan Steen: de vriendin, sombrero op het hoofd en verder totaal nakend, bedverkreukeld nog en ik (idem) tegenover elkaar aan de keukentafel, boven twee dampende borden worteltjespap, bladerend door het glossy deel van de zaterdagkrant, in gezamenlijke fascinatie voor hoe totale vreemden de inrichting hun tot woonhuis omgebouwde vogelkooi hebben aangepakt. Verder: buurtkat-met-duidelijk-zichtbare-vlooien in de sanseveria, laptop aan de powerbank, powerbank aan de zuurstof, Chinese ventilator op volle kracht en koelkast open, want energiebesparing is belangrijk, maar het hoofd koel houden evenzeer.

De tekst loopt hieronder door.

Tour
Beeld: ANP/AFP Foto

Tussen twee happen door wierp ze een blik op haar telefoon. En toen zei ze het dus: “Slecht nieuws komt te paard.”
“Mulisch!” riep ik meteen, want life’s a quiz.
“Nee,” zei de vriendin streng. “Paard.”
Ik keek naar buiten. Onwillekeurig, heet dat, geloof ik.
“Nee,” zei ze, “dat paard was overdrachtelijk.”
Ze toonde me haar telefoon. Een e-mail. Onderwerp: Tour?
Die mail was dus van een vriendin (‘dinnetje’) van de vriendin, die als au-pair voor een hoge pief binnen de Tourorganisatie werkt en al jaren tevergeefs naar promotie hengelt – promotie waarheen weet niemand. Maar dat dinnetje had dus een dingetje opgevangen, tijdens het verschonen van de Tourbaby.
Ik scande de mail. Daarna las ik hem. En daarna scande ik hem nog eens.
“Ben je eindelijk klaar?” vroeg de vriendin. Haar lontje is zo kort, dat ik me wel eens afvraag of het niet gewoon een iets verlengde ontsteking is.
“Maar,” stamelde ik, krabbend onder mijn Mexicaanse zonnehoed, “hier staat dat je niet welkom bent bij de Tour.”
“Startverbod,” mompelde de vriendin, op de toon waarop gourmands ‘frituurpan’ zeggen.

Tour
Beeld: ANP/AFP Foto/Lionel Bonaventure

ASO

Enige achtergrondinformatie.
Vorig jaar september was er een akkefietje concerning de vriendin. Bij een interne routinecontrole kwam aan het licht dat zij ongeveer 140 keer méér zoete aardappel in haar bloed had dan toegestaan volgens de richtlijnen die mijn natte vinger en ik ooit zorgvuldig hebben opgesteld. Een schorsing dreigde.
Alle prestaties uit het verleden stonden plots in een daglicht zó suspect dat het wel nachtlicht leek. De vriendin zelf ontkende dat ze zoete aardappel gegeten had zonder mij op de hoogte te stellen, maar ja, de feiten spraken een andere taal. De zoete aardappeltaal, om precies te zijn. Uiteindelijk bleef het bij een aantekening in haar biologisch paspoort (‘Foei!’) en pakten we het gewone, koolhydraatarme leven op, zo goed en zo kwaad als het ging.
Het nieuws lekte weg door de kieren van de tijd en zo rond Kerst gerardreefden we tegen elkaar dat het ‘niet opgemerkt was gebleven’.

En dan nu dit. Niet welkom in de Tour, wegens de mogelijkheid op het ‘schaden van het imago of de reputatie van de wedstrijd’. Aldus het bericht van het dinnetje, dat al snel bevestigd werd door een bericht op de website van HP/De Tijd, waar ze doorgaans goed zijn ingevoerd als het om nieuws over de vriendin gaat.

De klap was enorm. Alsof Rico Verhoeven hem persoonlijk was komen uitdelen, en dan de Rico Verhoeven die net voor de achtste dag op rij een briefje van de pakketbezorger in de brievenbus heeft gevonden ‘dat ze hem helaas niet thuis getroffen hebben’. Het hele jaar werk je tou naar zo’n Tour, en dan dit. Afgewezen wegens een culinaire faux pas, aan de kant gezet door een organisatie die – niet geheel verrassend – zichzelf ASO noemt.
“Ik neem een advocaat in de arm!” riep de vriendin, en stak de arm uit waarin ze hem of haar kennelijk van plan was te nemen. Mooie arm.

Ondertussen sloeg de boerenknol waarop het slechte nieuws ons leven was binnengehobbeld op hol. Eerst belde De Telegraaf (VRIENDIN VRIENDUIT?!), daarna het AD (‘Vriendin niet welkom, wielerwereld in rep en roer’), daarna de Boekenkrant (verkeerd verbonden) en tenslotte Trouw (‘Zoete aardappels – wat zijn het en wat doen ze?’).

Plan B

“Kleed je eerst maar eens aan,” zei ik, toen ‘eerst’ al een uur of twee achter de (blote) rug was. “Dan gaan we lekker wespenmeppen aan de Maarsseveense Plassen.”
“En wat nou,” riep de vriendin wanhopig, “als het allemaal niet doorgaat? Als ik echt niet meemag? Wat dan?”
Tja, had ik willen zeggen, dan treedt Plan B in werking. Nieuwe vriendin, zo clean als een fluitje van een scheidsrechter bij een afgelaste wedstrijd, een leeg bloedpaspoort en in topvorm. Le roi est mort, leve de enzovoort. Maar ja: hoe breng je zoiets? In elk geval niet zittend aan de ontbijttafel, slechts gekleed in een sombrero.

Meer Frank Heinen? Volg ons op Facebook