Sportzomerverhaal I: een edelman op het centre court

Sportcolumnist Frank Heinen trekt de komende weken per fiets naar Italië, maar niet zonder u te verwennen met een reeks sportzomerverhalen. In de eerste aflevering staat Gottfried Alexander Maximilian Walter Kurt von Cramm,  een edelman op het centre court, in de hoofdrol.

Op de avond van 5 maart 1938 zit baron Gottfried Alexander Maximilian Walter Kurt von Cramm in de eetzaal van het kleine kasteel op het familielandgoed in Brüggen, in Nedersaksen. Het diner staat op het punt van beginnen en Gottfried von Cramm voelt zich afgedraaid. Een dag eerder is hij, teruggekeerd in Duitsland, na een wereldtournee van bijna een jaar die hem kriskras over de wereld heeft gevoerd.
Hij wordt nog zeeziek als hij aan de terugreis op de Ormonde denkt, in één ruk van Perth naar Napels.
Dan wordt er aan de poort gebeld.
‘Verwacht jij nog mensen?’ vraagt Gottfrieds moeder.
De huisknecht komt de eetkamer binnen. ‘Er zijn twee heren voor de heer Gottfried. Vertegenwoordigers van de regering. Ze willen meneer gelukwensen met zijn succesvolle wereldreis, en zijn behouden terugkeer.
Gottfried von Cramm knikt zonder iets te zeggen. Hij staat op en verlaat de ruimte.
Als hij terugkeert, is alle kleur uit zijn gezicht weggetrokken.
‘Ik moet mee,’ mompelt hij.

Beeld: Wikimedia Commons

Op het moment dat hij door de nazi’s wordt gearresteerd, zijn er in de wereld weinig betere tennissers dan Gottfried von Cramm uit Nettlingen. In de jaren ervoor heeft hij twee keer de singles op Roland Garros gewonnen en op Wimbledon heeft hij drie keer op rij in de finale het onderspit moeten delven, ondanks de steun van een van zijn grootste fans, de Britse Queen Mary. Het meest wordt hij echter herinnerd aan een wedstrijd van een jaar eerder, in het Davis Cup-treffen met Amerika.

Tegen Don Budge kwam Gottfried, de nummer 1 van de wereldranglijst, met 4-1 voor in de laatste set, om het uiteindelijk met 8-6 af te leggen. Die wedstrijd, schrijven mensen die het kunnen weten, is misschien wel de allerbeste tennismatch ooit gespeeld.
Gottfried is niet alleen maar vreselijk goed. Hij is ook nog eens een uiterst aantrekkelijke speler, in iedere betekenis van het woord. Hij ziet er goed uit, gesoigneerd, altijd gekleed in een rood-wit gestreept vest en een crèmekleurige broek van flanel en altijd met een glimlach die zich permanent op zijn gezicht lijkt te hebben gevestigd. Het enige krasje op zijn stralende carrosserie is het feit dat hij de helft van zijn wijsvinger mist, als gevolg van een hapgraag paard in zijn jeugd. Bovendien tennist hij zoals het bedoeld is: sportief en avontuurlijk, altijd op zoek naar nieuwe vondsten om zijn spel mee te verrijken, en met een heilig ontzag voor de regels. Neem dat allesbeslissende dubbelspel in de finale van de Davis Cup van 1935, tussen Duitsland en de Verenigde Staten. Bij een 2-2 stand in sets komt het Duitse koppel Von Cramm – Lund eindelijk op matchpoint. Bij een slag door het midden reikt de baron vergeefs naar de bal, maar mist. Lund haalt de bal wel, sterker nog: hij veegt hem met kracht langs het Amerikaanse duo.
Game, set and match Germany microfoont de speaker.
Maar dat is buiten Gottfried von Cramm gerekend. Die loopt naar de scheidsrechtersstoel, om te melden dat hij de bal heel zachtjes heeft getoucheerd alvorens hij Lund bereikte. Punt overspelen dus.
Uiteindelijk verloor Duitsland die wedstrijd, en daarmee de Davis Cup.
Zo gladjes als Gottfrieds leven – rijkdom, adel, talent, uiterlijk, karakter – zich voor de oppervlakkige beschouwer lijkt te voltrekken, zo vol frustratie en angst en verdriet is het in werkelijkheid. Baron Von Cramm weet al op jonge leeftijd dat hij niet op vrouwen valt, maar trouwt desalniettemin met barones Lisa von Dobeneck. Tijdens dat huwelijk, dat al zijn tennissuccessen omspant, ontmoet hij in een van de talloze nachtclubs in Berlijn een joodse acteur, Manasse Herbst. De affaire tussen de acteur en Duitslands beste tennisser duurt een paar jaar, in het diepste geheim. Wanneer Manasse naar Palestina vertrekt als gevolg van de voor joden steeds penibeler wordende situatie in Duitsland, stuurt Gottfried hem elke maand een toelage.
Dat Gottfried von Cramm homo is, is trouwens geen geheim. Niet dat hij nou zo prudent is – op sommige toernooien hangt er een zwerm mooie, jonge jongens om hem heen – maar het is gewoon geen onderwerp van gesprek. Zijn collega’s, ze wéten het gewoon.

Zijn geaardheid is niet het enige aan Von Cramm wat de machthebbers tegen de borst stuit. Er is de nazi’s veel aan gelegen om een ster als Gottfried in te lijven. Zijn looks, zijn talent, zijn elegantie, zijn blonde haar; voor hen zijn het allemaal bewijzen voor de suprematie van de ariër. In het begin laat Von Cramm zich de aandacht welgevallen, en steekt hij zijn rechterhand schuin omhoog zodra het volkslied klinkt, maar dat verandert al snel. Hij wordt een uitgesproken tegenstander van het fascisme, weigert lid te worden van de nazipartij en protesteert hevig tegen de uitsluiting van zijn joodse ploeggenoot Daniel Prenn. Gottfried gelooft dat zijn populariteit hem onaantastbaar maakt, zodat opmerkingen in interviews dat Hitler weinig meer is dan een omhooggevallen huisschilder voor hem geen consequenties zullen hebben. Als Max Schmeling, de grote bokser, de posterboy van het naziregime is, dan is Von Cramm zijn tegenpool.
En terwijl de oorlogsdreiging in Europa oploopt, verslaat de jonge Amerikaan Don Budge Gottfried von Cramm in de Wimbledon-finale.
Een paar weken later treffen ze elkaar weer. Dit keer in de finale van de Davis Cup.
Vlak voor Don en Gottfried–het center court op wandelen, wordt Gottfried aangeschoten in de gang.
‘Mister Von Cramm, telephone call for you.’
Iemand roept: ‘Daar is geen tijd meer voor.’
Gottfried gaat toch. Budge ziet hoe zijn tegenstander even verderop de hoorn tegen zijn oor drukt, luistert en dan zegt: ‘Ja, mein Führer.’

De weg terug

De wedstrijd die volgt staat anno 2018 nog altijd bekend als de Beste Tenniswedstrijd Ooit Gespeeld. Von Cramm en Budge halen het beste in elkaar naar boven in een match die geen einde lijkt te kennen. De baron wint de eerste twee sets, Budge de volgende twee en ondanks een voorsprong van Gottfried van 4-1 in de vijfde, wint de Amerikaan uiteindelijk met 8-6. Onder een ovationeel applaus lopen de twee naar het net.
‘Don,’ zegt Gottfried, ‘this was absolutely the finest match I have ever played in my life. Congratulations.’

Von Cramm samen met Henner Henkel. Beeld: State Library of NSW/Wikimedia Commons

Een maand later vertrekt de beste tennisser ter wereld op wereldtournee met zijn goede vriend Henner Henkel. Ze trappen hun wereldreis in Amerika. In Los Angeles zijn ze voor hun wedstrijd getuige van een antinazi-demonstratie onder leiding van komiek Groucho Marx, die later zou bekennen dat hij spijt kreeg van zijn agressie zodra hij Gottfried op de baan ontwaarde.
En de reis gaat voort, naar Tokyo, waar Gottfried lezingen geeft en naar Australie, waar ze een paar wedstrijden spelen en waar Gottfried aanwezig is bij de vertoning van de film Der Weg Zurück, naar de antioorlogsroman van Erich Maria Remarque, ofschoon het bekijken van die film officieel verboden is voor elke Duitse staatsburger.
Op 4 maart 1938 keren Gottfried en Henner terug in Duitsland.
Een dag later wordt de baron thuis, in Brüggen, gearresteerd.

Nadat hij op 18 mei tot een jaar gevangenisstraf is veroordeeld, slijt Gottfried von Cramm, de Federer van zijn tijd, zijn dagen in de Moabit-gevangenis, wegens zijn verboden affaire met Herbst. Geen van de Duitse kranten besteedt aandacht aan zijn zaak, maar als een journalist van The New York Times het nieuws op het spoor komt, pakt hij er direct groots mee uit. Als Don Budge leest wat zijn vriend en tegenstrever is overkomen, stelt hij onmiddellijk een petitie op, die hij door de meest vooraanstaande Amerikaanse sporters (onder wie honkballer Joe DiMaggio) laat ondertekenen. Zo wordt de vergelding van het regime een pr-boemerang die midden in het gezicht van de machthebbers terugkeert. Gottfried zit uiteindelijk maar vijf maanden vast.
In het voorjaar van 1939 tracht hij het tennis weer op te pakken, zo goed en zo kwaad als het gaat. In juni speelt hij het klassieke grastoernooi van Queen’s, de voorbereiding voor Wimbledon. Dat toernooi wint hij met overmacht, onder meer door in de halve finale het Amerikaanse talent Bobby Riggs met 6-0, 6-1 van het gras te maaien. Daarmee is Gottfried de grote favoriet voor Wimbledon, dat hij nog altijd nooit gewonnen heeft, maar door zijn Duitse strafblad wordt de deelname aan dat toernooi hem ontzegd. Wimbledon wordt dat jaar gewonnen door Bobby Riggs.
En een paar maanden later is het oorlog.
Eerst tennist Gottfried nog even door, maar als hij in mei 1940 wordt teruggeroepen van een toernooi in Rome, weet hij hoe laat het is. Hij is opgeroepen, ook aan ’s werelds beste tennisser gaat de grootste ellende niet voorbij. Nadat hij eerst een tijdje in Utrecht heeft doorgebracht, wordt Gottfried von Cramm in september 1941 naar Moskou gestuurd. Van daar uit vertrekt hij naar Smolensk. Het Oostfront.
Wat hij daar meemaakt, ziet en voelt, wordt nooit duidelijk. Gottfried zou er in zijn latere leven nooit iets over loslaten. Wat zeker is, is dat hij werd onderscheiden met het IJzeren Kruis wegens zijn verdiensten voor de krijgsmacht, én dat hij korte tijd later oneervol werd ontslagen. Ook daarover is nooit duidelijkheid gekomen. De meest voor de hand liggende reden was dat Gottfried deel uitmaakte (of: verdacht werd deel uit te maken) van een aristocratische onderstroom binnen de Wehrmacht, een groep van mogelijk vijfhonderd man die een aanslag op de Führer zouden voorbereiden. De meeste van hen worden ter dood veroordeeld. Gottfried niet, zijn vriendschap met de Zweedse koning redt hem: Hitler wil dan nog weinig liever dan zaken doen met de Zweden.
De rest van de oorlog brengt Gottfried hoog en droog door in het land van zijn tennisvriend.
Henner Henkel heeft minder geluk: hij sterft een jaar later, in Wolgograd.

Hutton

Na de oorlog lijkt het soms of er nooit iets gebeurd is. De gruwelen lijken nauwelijks vat op Gottfried te hebben gehad, de gebeurtenissen lijken van hem af te zijn gegleden als water van een eend.
Hij gaat weer tennissen, bouwt zijn oude tennisclub Rot-Weiss weer op en keert in 1951 terug op Wimbledon. Daarnaast gaat de baron in zaken: hij importeert katoen uit Egypte en wordt de beheerder van de familielandgoederen. Tussendoor vindt hij tijd om zich bezig te houden met liefdadigheid: zo stelt hij het familiekasteel open voor gevluchte Oost-Duitsers en voor Kai Lund, zijn oude dubbelpartner die uit de oorlog is teruggekeerd met een arm en een been minder, koopt hij een hotel in Baden-Baden. Zijn meest menslievende daad is misschien wel zijn tweede huwelijk: wanneer hij op 8 november 1955 trouwt met de droeve miljardairsdochter en socialite Barbara Hutton, doet hij dat niet uit verliefdheid, maar omdat hij hoopt haar van de drank en drugs af te kunnen helpen. Gottfried is Huttons zesde echtgenoot: voor hem zijn er al twee prinsen, een graaf, acteur Cary Grant en de beruchte playboy Porfirio Rubirosa geweest.
Ook dit Hutton-huwelijk houdt geen stand: Barbara en Gottfried scheiden in 1960 en vanaf dat moment bevindt Gottfried zich vaker in Egypte dan in Duitsland. Barbara trouwt (en scheidt) voor de zevende keer en Gottfried brengt almaar meer tijd door in Egypte. Wanneer hij op 8 november 1976 door een chauffeur van Cairo naar Alexandrië wordt gereden. Op een verlaten weg die langs een liniaal door de woestijn getrokken lijkt, knalt hun auto op een legertruck.

Op 7 juli 1985, de dag dat Gottfried 76 zou zijn geworden, wint de zeventienjarige Duitser Boris Becker Wimbledon. Na afloop staat hij hevig geëmotioneerd de journalisten te woord. Hij zegt: ‘Ik ben gelukkig dat ik Duitsland voor het eerst een tennisidool heb kunnen schenken.’
Even is het alsof Gottfried von Cramm nooit heeft bestaan.

Meer Frank Heinen? Volg ons op Facebook