Meredith Greer: ‘Ik ben liever een deugmens dan een zitzak’

Deugmens. Ik heb het woord nog nooit zo vaak naar mijn hoofd geslingerd gekregen als de afgelopen week.

Deugdrammer, deughoer, deugguerilla. Dit omdat ik samen met lokale politica Tirza de Fockert in het openbaar een mening had, en er door middel van bekende medeondertekenaars een zo groot mogelijk bereik voor probeerde te krijgen. Dat, zo werd mij verteld, was eigenlijk nog wel erger dan een minister van Buitenlandse Zaken die openlijk rassentheorieën weet te verkondigen. In het openbaar staan te deugen, dát was pas erg.

“Heel nadrukkelijk vinden wat heel veel weldenkende mensen vinden en dan vragen om applaus, ik vind dat treurig,” zei Marcel van Roosmalen in zijn radiocolumn bij De Nieuws BV op Radio 1. Kennelijk kon hij geen enkele andere reden bedenken dat mensen zich uitspreken dan aandachtsgeile ijdelheid. En ook Max Pam pleitte voor een ‘moratorium van open brieven van Bekende Nederlanders’. De ironie dat de beide heren zowel op de radio, als in de krant hun mening gaven over hoe irritant het toch was dat mensen toch maar de hele tijd hun mening stonden te geven, ontging hen kennelijk.

Het vinden van dingen an sich is het probleem natuurlijk niet. Waar het schuurt is het onderwerp en het gebrek aan ironische afstand van de brief. De ongeschreven regel is namelijk dat je moet doen alsof het je eigenlijk niets boeit terwijl je vanuit de losse pols een paar sarcastische sneren uitdeelt. Het liefst op een toon waardoor mensen nooit helemaal zeker weten of je het nou serieus meent of niet. En op die manier ben je nooit op een emotie, standpunt, of – oh de horror – ‘deugen’ te betrappen.

Dat, of je zet jezelf neer als de grootst mogelijke hufter. En op die manier kun je niet alleen iedereen afzeiken die het maar waagt met je oneens te zijn, want vrijheid van meningsuiting, maar ook gezamenlijk lekker naar beneden trappen. Dat werkt verbroederend. Daarom reist er altijd een colonne huftergroupies mee om lekker mee te trappen zodra de überhufter de eerste stomp heeft uitgedeeld.

Ik heb geen tijd voor ironische afstand. Ik vind het een treurig zwaktebod. In de tijden waarin we op dit moment leven, is je afzetten tegen ‘morele superioriteit’ van ‘deugmensen’ eigenlijk alleen maar een vorm van luiheid om te voorkomen dat je jezelf iets aan hoeft te trekken van wat er in de wereld gebeurt. Er spreekt een verwende zelfgenoegzaamheid uit. Dat je werkelijk zo gewend bent aan je recht van spreken, dat je verwacht dat de rotopmerkingen die je naar je tv maakt terwijl je in je neus zit te peuteren de maat der dingen moet zijn.

De meest tekenende sneer die ik de afgelopen week dan ook mocht ontvangen, was een oneindige variatie op de vraag of ik nou echt dacht dat ik hier iets mee ging bereiken. En ook Van Roosmalen vraagt zich af of ‘de opstellers van dit epistel nu echt denken dat het van hand tot hand gaat in de Tweede Kamer’. Wie denken we wel niet dat we zijn.

Alsof we niet de afgelopen vijftien jaar hebben gezien hoe een heel maatschappelijk debat is verschoven door het aanhoudende gejank gescheld en geblèr van een klein groepje extreemrechtse engnekken met een laptop en een blogje. Alsof dat zomaar van de ene op de andere dag vanzelf is gegaan. Alsof het er niets mee te maken heeft dat er een schare aan opiniemakers jarenlang niets beters kon verzinnen dan het minachten van hipsters met speltbrood en spinazieshakes, omdat dat nou eenmaal de populaire opinie was om mee gezien te worden. Het is morele onderuit-zakkigheid in optima forma om te doen alsof we daar helemaal niets aan kunnen veranderen en dan ook nog mensen af te zeiken die het wel proberen.

Ik zoek inderdaad aandacht. Ik zoek aandacht omdat de zaken die we met elkaar te bespreken hebben aandacht verdienen, omdat ze te belangrijk zijn om alleen maar even aan te raken met een ironische zitzakkige sneer. Als me een ding duidelijk is geworden afgelopen week, is dat er inderdaad een grote groep Nederlanders is die volledig klaar zijn met het steeds maar xenofobere politieke klimaat. Een geluid dat ze veel te weinig terug horen in de politiek en in de media, omdat iedereen zo ontzettend bang is om door een honderdtal huftergroupies uitgescholden te worden voor ‘deughoer’.

Ik ben liever een deughoer dan een zitzak.

Meer opinie van Meredith Greer? Volg ons op Facebook!