Spring naar de content

Don Arturo keert terug naar de Linkse Kerk

Ben ik wel extreem-rechts genoeg? Dat vroeg ik mij af toen ik vanochtend badend in het zweet en ziedend van woede wakker werd. Dat had deels te maken met alcohol, deels met een verkeerd gevallen Portugese stoofpot en deels met kinnesinne want opnieuw ging een belangrijke prijs aan mijn neus voorbij. Eerder greep ik al mis naar de Pim Fortuynprijs en nu kon ik fluiten naar de Theodor W. Adorno Award 2018, een jaarlijkse terugkerende bekroning voor een uitzonderlijke kunstenaar, een bijzondere wetenschapper of een morele raddraaier. De winnaar wordt gekozen door de redactie van OBA Live, waarbij presentator Theodor Holman het laatste woord heeft.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Ik had Theodor van de week nog een doosje sigaren en een knappe kruik vieux gestuurd maar het mocht niet baten. Kansloos werd ik verslagen door mijn gewaardeerde collega-columnist Martin Sommer, sinds jaar en dag het gezond verstand van de Volkskrant. Mijn jalousie de métier ebde wat weg toen ik de reactie van Bert Vuijsje las. Bert staat vooral bekend als groot kenner van het Nederlandse dixielandgebeuren en als schrijver van een lijvige geautoriseerde biografie over jazzpianist mr. Pieter van Vollenhoven.

Net als Bert ben ik stinkend jaloers op Martin Sommer maar ik zou nooit zo’n emotionele twiet de ether in slingeren. Het is toch een beetje decorumverlies maar dat kan natuurlijk ook met de respectabele leeftijd van de goede man te maken hebben.

Ik zoek altijd de schuld bij mezelf en vroeg mij vanochtend, gutsend van het zweet, af of ik mij wel goed geprofileerd heb dit jaar, in strategische zin.

Ik ben niet zo reactionair als dhr. Vuijsje maar heb toch mijn steentje bijgedragen aan de brede maatschappelijke discussie middels diverse ad hominem-aanvallen op Alexander Pechtold, fopfreule Karin Ollongren, Peter de Vries en Sylvie Meis. Wat natuurlijk ook niet in mijn voordeel sprak bij de jury van de Theodor W. Adorno Award, is het Marathoninterview bij de VPRO-radio waarvoor ik ben uitgenodigd.

Ik ben de helft van mijn trollenleger kwijtgeraakt door die kwestie. Niets dan hoon viel mij ten deel: ik was een biefstuksocialist, een ordinaire BN’er van het slag Peter de Vries en Sylvie Meis en eigenlijk was ik gewoon een extreem-linkse agent-provocateur in een olijke rechtse vermomming. De Volkskrant en HP/De Tijd hebben mij enkel ingehuurd om het rechtse deel der natie aan te trekken, zoals de honing de bij aantrekt en een verse hondenbolus de strontvlieg. Ik moet deze gemene beschuldigingen al jarenlang aanhoren en dat gaat mij niet in de koude kleren zitten, vrienden. Ik ben best wel hoerig aangelegd maar zal nooit mijn ziel verkopen aan de duivel en de Mammon, en al helemaal niet voor de karige honoraria die gangbaar zijn bij de vaderlandse media. Precies een jaar geleden werd ik, toevallig of niet, ook al geteisterd door dit duivelse dilemma: ben ik wel rechts genoeg en zou een terugkeer naar de linkse kerk mijn financiële situatie kunnen verbeteren.

Ook toen had ik visioenen van klotsende subsidie-infusen en stampvolle staatsruiven. Ik zou weer kunnen aankloppen bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten! Jarenlang was ik daar kind aan huis tot John Jansen van Galen (dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn) een persoonlijke vete tot een kruistocht maakte, enkel en alleen omdat ik ooit met zijn vrouw had gedanst in artiestensociëteit De Kringspier.

Onder de buitendouche vroeg ik mij dus af of de verloren zoon dus niet gewoon weer terug moest kruipen in die warme linkse baarmoeder. Voor mijn geloofwaardigheid zou het goed zijn. In een publiekelijke biecht zal ik toegeven dat ik de afgelopen jaren dolende was en dat ik flink in de war was als resultaat van excessief wietroken.  In principe zou ik dat dan vanaf 1 januari gaan doen. Mijn columns in de Volkskrant zijn al een stuk milder geworden en ik beperk mij tot leuke en gezellige weetjes over de Algarviaanse “Alltag”.  Daar heb ik veel vrienden mee gemaakt en mijn aaibaarheid werd zo groot dat ik vorige maand werd uitgenodigd bij Koffietijd van Omroep Max en bij Dolf Jansen van Kopspijkers. Mijn laatste columns voor HP/De Tijd dit jaar zullen nog leuk-rechts zijn maar in 2019 gaat het roer om, lieve lezers. Ik wil niet langer die boze, oude, witte, seniele man spelen. Ik wil dat iedereen van me houdt! En wil terug naar de honingpotten van de overheid! De staatsruif! Maar goed, zover is het nog niet want de komende weken ga ik over tot de sloop van Marietje Schaake. Die verkoopt namelijk nog ergere diarreetwiets dan dixielandkenner Bertus Vuijsje!

Ik heb ook al Pechtold doen vallen, juffrouw Schaake. U is gewaarschuwd. Hehe, dat lucht op. Mijn woede over het mislopen van de Theodor Adorno Award is verdwenen! Volgend jaar pak ik de Heldringprijs van het NRC Handelsblad. Mark my words.

Onderwerpen