Spring naar de content
bron: Jeroen Wielaert. Beeld: Robbert van Rijswijk

Jeroen Wielaert: ‘Seks met onderduikers is een taboe uit de oorlog’

Journalist Jeroen Wielaert (Veenendaal, 1956) debuteert deze week als romanschrijver. We dronken een paar glazen met Wielaert in het Utrechtse café-restaurant Villa Orloff. 

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Robbert van Rijswijk

Gefeliciteerd met uw debuut, waar gaat de roman over?
Oorlogsvrede gaat over een verborgen verhaal uit mijn familiegeschiedenis, waar ik als gevorderde vijftiger achter kwam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog slaat een onderduiker aan het klooien met de dames in het huis waar hij verblijft. De heer des huizes wordt dat langdurig niet gewaar. Pas tegen het einde van de oorlog beginnen zijn antennes iets op te vangen. Maar dan? Hij kan hem niet uit huis gooien, want dan zou hij hem zo in de armen van de moffen drijven. Er komt uiteindelijk een kindje uit het gerotzooi voort. Nadat zijn moeder dit verhaal aan hem vertelt, besluit het hoofdpersonage – Remco, een gevorderde vijftiger – op zoek te gaan naar het kind.
“Deze zoektocht speelt zich af tegen de achtergrond van het leven van het hoofdpersonage: zijn jeugd in de tumultueuze jaren zestig en de ontnuchterende jaren zeventig, en zijn werk als beroepsfotograaf in de jaren daarna, waarvoor hij onder meer naar de nasleep van de Golfoorlog in Koerdistan moet. Oorlogsvrede gaat daarmee ook over de paradox tussen het leven in vrede en vrijheid, en de vele oorlogen en wreedheden die zich ver weg en dichtbij, in het heden en het verleden, nog steeds immer aanwezig zijn.” 

Uw uitgeverij beschrijft de roman als ‘MeToo in WOII’. 
“Daar maak ik bezwaar tegen, hoor. Ik heb die vergelijking niet gemaakt. Ik snap wel dat het in het hoofd van een redacteur opkomt om zo’n vergelijking te maken, maar de link met MeToo zie ik zelf niet. Er kwam namelijk geen machtsmisbruik bij kijken.
“Maar, dit is wel een taboe uit de oorlog. Er is vermoedelijk heel wat gerotzooid met en door onderduikers, zowel onderling als met degene die onderdak boden. Mensen waren tot elkaar veroordeeld in samenhokken. Daar ontstond spanning. Daar was seks. René Kok van het NIOD, die ik regelmatig heb gebeld met vragen over de oorlogsperiode, zegt dat het vermoedelijk vaak is voorgekomen, maar dat er heel weinig bekend is over dit soort gespannen erotische relaties.”

Mensen waren tot elkaar veroordeeld in samenhokken. Daar ontstond spanning. Daar was seks

Wat is de mooiste zin uit uw roman? 
Vrede was het, maar nooit zonder oorlog

Hoe snel schrijft u zo’n boek? 
“Ik heb er zes jaar aan gewerkt, met tussenpozen van soms wel een paar maanden. Ik had niet de luxe, laat staan de wil, om me als een soort Peter Buwalda op te sluiten. Er moest ook gewerkt worden.”

Wat is de ergste tegenslag die u te verduren hebt gekregen tijdens het schrijven van dit boek? 
“Die heb ik niet gehad. Wel was het een hele ontdekking hoe je een roman moet schrijven. Ik ben natuurlijk een non-fictie auteur en in het begin stuitte ik op de moeilijkheid om van de journalistiek en het essayistische weg te blijven. Toen ik net was begonnen zei mijn vrouw, die meelas, dat ik geen geschiedenisboek moest schrijven. Er stonden veel te veel feiten in waarmee ik als verslaggever een compleet beeld wilde schetsen. 
Ook Bert Wagendorp, die ook vanaf het begin heeft meegelezen, zei: ‘Lazer op met die historische troep.’ 
Niet dat ik heb geluisterd naar alles wat maître Bert mij zei, maar daarin had hij gelijk."

Doet Jeroen Wielaert aan mythevorming?
“Ik heb geen enkele pretentie. Ik heb gewoon eindelijk eens een roman mogen schrijven. Eerder zat er geen roman in mijn hoofd die ook maar iets zou toevoegen aan de veelheid romans die verschijnt.”

En hoeveel verdient u hier nou mee?
“Het voorschot is al lang op. Dat was zo’n 3000 euro en kreeg ik al in 2012.”

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden? 
“Bert Wagendorp is een vriend van me. Ik kan bogen op een langdurige amicale betrekking met Ronald Giphart, een buitengewoon aardige man.
“En ik zal niet zeggen dat Harry Mulisch mijn vriend was, maar ik kon goed met hem opschieten. Hij was helemaal niet de arrogante kwal waarvoor hij werd uitgemaakt. Integendeel, hij was een buitengewoon voorkomende, attente man. Op de Frankfurter Buchmesse heeft me eens uitgenodigd voor een diner – samen met Suzanne Holtzer en Robbert Ammerlaan. Aan tafel ging het de hele avond over Mulisch, Mulisch en Mulisch. Tot Horst Tappert (de Duitse acteur die Derrick speelde in de gelijknamige televisieserie – RvR) binnenkwam.

Harry zei: ‘Die man is twintig keer zo beroemd als ik, een icoon van de late twintigste eeuw. Alleen altijd op andermans tekst.’ 
Ik vroeg Mulisch: ‘Wil je hem spreken?’ 
Dat wilde hij graag.
Dus ik loop naar Horst Tappert en zeg: ‘Daar zit Harry Mulisch, de beroemde Nederlandse schrijver.’
Tappert: ‘Ach, nein… Ich bin zu müde, zu müde! Nein, nein, nein… Morgen, vielleicht.’
Mulisch heeft het daarna de hele avond over verschillende afleveringen van Derrick gehad. Tot Martin Walser binnenkwam, de beroemde Duitse schrijver. We zagen Horst Tappert ineens uit zijn vermoeidheid opstaan, naar Walser toestappen en hem omhelzen. Buitengewoon ontnuchterend. Mulisch zat het verbaasd en geamuseerd aan te kijken.” 

Wie zijn uw favoriete Nederlandstalige schrijvers?
“Ik lees graag Simon Carmiggelt, Gerard Reve, Remco Campert, Peter Buwalda en Ilja Leonard Pfeijffer. Ik herinner me dat Campert me een paar jaar geleden – ik meen op een boekpresentatie van Jan Cremer – vroeg waar ik mee bezig was. 
‘Nou,’ zei ik in verlegenheid, ‘een roman.’ 
‘Waarover dan?'
‘De oorlog.’ 
‘Ach,’ zei Campert, ‘de oorlog. Ja… ja…’ 
Toen vroeg ik hem maar of het goed was als het hoofdpersonage Remco zou heten. Dat mocht.” 

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren? 
“Ik ben een schijterd en kan niet tegen geweld. Ik laat iedere schrijver dus graag in leven. Wel zou ik Michel Houellebecq een schop onder zijn kont willen geven. Elementaire deeltjes was een afrekening met de sixties, die op zich wel begrijpelijk is, maar hij serveert de sixties naar mijn smaak toch al te karikaturaal af als één grote ellende. Daarin is hij veel te ver gegaan. Dat heb ik hem ook gezegd toen ik hem eens interviewde over zijn roman De mogelijkheid van een eiland, ergens in merkwaardig hotel in de buurt van Straatsburg.
Con! Con! Con!’ zei ik over een van de hoofdpersonen. ‘Zak die hij is.’
Houellebecq stak een sigaret op en zei: ‘Ja, dat kan.’”

Oorlogsvrede van Jeroen Wielaert is vanaf 14 mei verkrijgbaar bij Uitgeverij De Arbeiderspers. 

Jeroen Wielaert