Spring naar de content
bron: ANP

Advocaat Knoops beschuldigd van discriminatie

Advocatenkantoor Knoops maakte mogelijk onderscheid bij de behandeling van een cliënt met een Nederlandse naam en een cliënt met een Marokkaanse naam. Dat valt te lezen in een geheime notariële akte, waarin een notaris verslag doet van een aantal opgenomen telefoongesprekken met het kantoor van Knoops Advocaten. De betrokken Marokkaanse Nederlander, Karim Aachboun, heeft een klacht ingediend bij de Deken van de Orde van Advocaten wegens discriminatie. Knoops Advocaten wil niet inhoudelijk reageren, maar ontkent de beschuldiging en meent dat er sprake is van ‘smaad’. Het woord is nu aan het tuchtcollege.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Wat is het geval? De Amsterdamse fiscalist Karim Aachboun is verwikkeld in een jarenlange strijd die voortvloeit uit zijn gedwongen vertrek bij accountantskantoor KPMG Meijburg. Aachboun werd ten onrechte ontslagen, zo oordeelde de rechter, en de fiscalist van Marokkaanse afkomst werd volledig in het gelijk gesteld.

Advocaat van KPMG in die zaak was Ferdinand Grapperhaus (CDA), de huidige minister van Justitie en Veiligheid. Die zou volgens Aachboun in de ontslagzaak hebben gelogen tegen de rechter. Reden voor hem om tegen advocaat Grapperhaus een tuchtklacht in te dienen.

Deze klacht is inmiddels in hoger beroep ongegrond verklaard. Maar ook dit keer is Aachboun van mening dat er onregelmatigheden in de rechtsgang hebben plaatsgevonden. Zo zijn de tuchtrechters die moesten oordelen over het handelen van Ferdinand Grapperhaus door het ministerie benoemd.

En dat is volgens Aachboun in strijd met de scheiding der machten, de trias politica, waarin is vastgelegd dat de rechterlijke macht volstrekt onafhankelijk dient te zijn. En dus heeft de Nederlander van Marokkaanse afkomst besloten om de gang van zaken te laten toetsen door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Voor die zaak zocht Aachboun advies van advocaat Geert Jan Knoops, een van de weinige specialisten op dit terrein. Knoops staat ook Geert Wilders bij in de minder-Marokkanenzaak, waarbij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ook wordt betwist en (net als in de zaak van Aachboun) waarbij sprake zou zijn van ‘politieke bemoeienis’, in dit geval van voormalig justitieminister Ivo Opstelten (VVD).

Alle reden voor Aachboun om zich telefonisch tot het kantoor van Knoops Advocaten in Amsterdam te wenden. Daar krijgt hij contact met de secretaresse die hem vraagt naar zijn naam.

Aachboun spelt daarop naar eigen zeggen zijn Marokkaanse naam en verstrekt zijn telefoonnummer. Wanneer de fiscalist vraagt om de naam van de secretaresse van advocaat Knoops weigert deze echter háár naam te geven. “Noemt u mij maar mevrouw X,” zegt de vrouw, aldus Aachboun.

Waneer de fiscalist vraagt om de naam van de secretaresse van advocaat Knoops weigert deze echter háár naam te geven.

Voor de Marokkaans-Nederlandse fiscalist niet veel later reden om schriftelijk opheldering te vragen bij het kantoor van Knoops. In een e-mail verklaart Carry Knoops-Hamburger, mede namens Geert Jan Knoops, dat het niet verstrekken van namen van medewerkers onderdeel is van het ‘privacybeleid’ van Knoops Advocaten.

Als Aachboun de kwestie bespreekt met zijn compagnon, de Nederlandse jurist Ad Aerts, oud-partner bij KPMG Meijburg, besluit deze de proef op de som te nemen en belt hij onder een gefingeerde Nederlandse naam eveneens met de secretaresse van Knoops. Tot verbazing van Aachboun en Aerts krijgt de laatste wél de naam van de secretaresse te horen.

Tot verbazing van Aachboun en Aerts kreeg deze wél de naam van de secretaresse te horen.

Privacybeleid of discriminatie? Aachboun en Aerts vinden dat er sprake is van het laatste. Temeer omdat de zaak van Aachboun ondanks aandringen niet wordt aangenomen door Knoops Advocaten vanwege ‘te grote complexiteit’, aldus Carry Knoops-Hamburger in een e-mail aan Aachboun.

Knoops-Hamburger verklaart in schriftelijk correspondentie met de Deken van de Orde van Advocaten zich daarbij nadrukkelijk te baseren op de inhoud van een YouTube-filmpje over de zaak van Aachboun, dat door de Marokkaanse Nederlander zélf is aangedragen in het telefoongesprek.

Dit tot grote verbazing van Aachboun, die verklaart met ‘geen woord’ over een YouTube-filmpje te hebben gesproken. Knoops-Hamburger schrijft letterlijk in een brief aan de Deken: “Het enige dat nog relevant is te vermelden, is dat de heer Aachboun desgevraagd niet bereid was was om zijn verzoek op schrift te stellen ter toelichting en het secretariaat naar een YouTube-filmpje verwees dat in relatie tot het verzoek zou staan. Daarop is deze opname bekeken en vervolgens geoordeeld dat de kwestie een bewerkelijk zaak betrof waarvoor het kantoor op dat moment, vanwege een overvolle agenda, geen ruimte had.”

Aachboun beschuldigt Knoops-Hamburger ervan te ‘liegen’ over deze kwestie. En dat versterkt zijn vermoeden, dat er in zijn geval sprake is van ‘etnische profilering’ bij het aannamebeleid van Knoops Advocaten, hetgeen Knoops nadrukkelijk ontkent.

Aachboun beschuldigt Knoops-Hamburger ervan te ‘liegen’ over deze kwestie.

Aachboun en Aerts laten het er niet bij zitten en dienen daarom een formele klacht in bij de Deken in Amsterdam. Die bekijkt de klacht en verwijst de zaak onlangs door naar de Raad van Discipline waar Knoops zich mogelijk tuchtrechtelijk zal moeten verdedigen tegen de ernstige beschuldiging, dat hij onderscheid maakt tussen cliënten van verschillende etnische afkomst.

In een schriftelijke reactie op de beschuldigingen laat Carry Knoops-Hamburger aan HP/De Tijd, mede namens Geert Jan Knoops, het volgende weten: “De Deken heeft eerder geoordeeld dat de klacht onvoldoende gemotiveerd is en verzocht klager om de zaak daarmee af te doen. Niettegenstaande heeft klager gepersisteerd bij zijn verzoek aan de Deken om desalniettemin zijn klacht voor te leggen aan de Raad van Discipline.”

De Deken schrijft daarover: “Gezien het feit dat klager heeft nagelaten te reageren op het gemotiveerde verweer – ondermeer inhoudende dat verweerders op dat moment de tijd niet hadden de als complex aangemerkte zaak te behandelen – zal moeten worden beoordeeld in hoeverre klager zijn klacht naar behoren heeft onderbouwd en/of het gemotiveerde (feitelijk) verweer naar behoren heeft weerlegd.”

Carry Knoops-Hamburger: “De enige reden waarom wij de zaak van klager niet hebben kunnen aannemen is gelegen in de enorme werkdruk van ons kantoor waarmee wij de laatste maanden en de komende maanden mee te maken hebben. Niets meer en minder.”

De enige reden waarom wij de zaak van klager niet hebben kunnen aannemen is gelegen in de enorme werkdruk van ons kantoor. Niets meer en minder.

Carry Knoops-Hamburger zegt verder niet inhoudelijk op de beschuldigingen te willen ingaan: “Voor het overige laten wij het oordeel aan de Raad van Discipline over.”

Een Amstelveense notaris, die luisterde naar audio-opnamen van de telefoongesprekken met het kantoor van Knoops Advocaten en respectievelijk Aachboun en Aerts, komt in een officiële notariële akte die recent onder ambtseed is opgemaakt tot de conclusie dat er wel degelijk sprake is van ‘onderscheid’ in de behandeling van de twee potentiële cliënten.

Uit de notariële akte die HP/De Tijd in bezit heeft: “Op basis van deze introductiegesprekken stel ik als notaris vast dat bij Aachboun op basis van privacybeleid is geweigerd de naam van de secretaresse te verstrekken en bij Aerts (onder een autochtone schuilnaam) is bij toepassing van het privacybeleid wel de naam van de secretaresse verstrekt. Als notaris verklaar ik hierbij dat er bij de toepassing van het privacybeleid van het kantoor Knoops’ Advocaten een onderscheid is gemaakt.”

Ook bestrijdt de notaris in zijn officiële verklaring, dat Aachboun heeft verwezen naar een YouTube-filmpje over zijn zaak, zoals Carry Knoops-Hamburger in een schriftelijke verklaring aan de Deken van de Orde van Advocaten stelt.

De notaris: “In tegenstelling tot wat de advocaten prof. dr. mr. G.G.J.A. Knoops en mr. C.J. Knoops-Hamburger in hun verweerschrift beweren, blijkt niet uit deze telefoongesprekken dat Aachboun voor zijn advieszaak naar een YouTube-filmpje zou hebben verwezen en dus ook niet naar het in hun verweerschrift specifiek genoemde filmpje.”

De notaris besluit zijn akte als volgt: “Op basis van deze telefoongesprekken verklaar ik als notaris dat de bewering van Knoops en Knoops-Hamburger niet waar is.”

Op basis van deze telefoongesprekken verklaar ik als notaris dat de bewering van Knoops en Knoops-Hamburger niet waar is.

Topfiscalist Ad Aerts benadrukt namens Karim Aachboun dat de Amsterdamse Deken de zaak inmiddels heeft bekeken en dat deze van oordeel is dat er sprake is van een ‘toetsingskader’ voor deze zaak dat betrekking heeft op het non-discriminatiebeginsel.

Deken E.J. Henrichs schrijft daarover aan de Raad voor Discipline: “Als toetsingskader zou kunnen gelden dat het een advocaat vrij staat een zaak niet in behandeling te nemen, zolang hij daarbij geen wettelijke normen (zoals non-discriminatienormen) schendt, danwel anderszins handelt op een wijze die een behoorlijk advocaat niet betaamt.”

Niet onbelangrijk: Deken Henrichs was ten tijde van de schriftelijke doorverwijzing naar de Raad voor Discipline nog niet op de hoogte van het bestaan van de ogenschijnlijk belastende notariële verklaring in deze zaak, waarin de notaris verklaart dat wat Knoops beweert in correspondentie met de Deken aantoonbaar ‘niet waar’ is.

Karim Aachboun zelf zegt in een korte reactie: “De discriminatie en de aantoonbare leugen is objectief aangetoond, nu dit onder ambtseed door een notaris is erkend en kan dus niet meer door Knoops en zijn echtgenote Knoops-Hamburger ontkend worden. Ik zie de tuchtzaak met vertrouwen tegemoet.” 

Wanneer de zaak wordt behandeld is nog niet bekend.

Na lezing van de integrale (concept) tekst van dit artikel ontving HP/De Tijd de volgende aanvullende verklaring van Carry Knoops-Hamburger, mede namens Geert Jan Knoops:

“Wij herkennen ons geheel niet in uw stuk. De lezing van de feiten is anders van onze zijde. Wij werpen iedere suggestie van discriminatie verre van ons. De insinuatie dat wij ‘etnisch profileren’ en ‘liegen’ is zeer kwalijk en smadelijk. In uw artikel brengt u gedeeltelijk de nuance aan dat wij daarvan door Aachboun beschuldigd worden, maar die nuance brengt u niet aan in de (suggestieve) dikgedrukte inleiding van het artikel, waarmee u deze beschuldiging internaliseert. Ook uw keuze om wel de eerste alinea uit de brief van de Deken op te nemen, maar niet de daarop volgende alinea, vinden wij niet juist. Mocht u tot publicatie overgaan, dan verzoek ik u uw artikel op deze punten aan te passen.”

HP/De Tijd heeft het artikel op de gevraagde punten aangepast.