Spring naar de content
bron: ANP

Waarom populisten geen partij kunnen runnen

Het geruzie binnen Forum voor Democratie staat in een langere lijn van politieke relletjes. Dit soort taferelen hebben wij eerder gezien bij partijen als de LPF en de PVV. Waarom komen ruzies en schandalen zo vaak voor bij radicaal-rechts?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Sebastian Proos

Het is heibel bij Forum voor Democratie. Voormalig penningmeester en Eerste Kamerlid Henk Otten is geroyeerd, en doet vervolgens een boekje open over het gegraai binnen de partij. De beschuldigingen vliegen over en weer. Otten meent dat dit debacle eigenlijk gaat over de ideologische koers van de partij en de extremere lijn die Thierry Baudet wil volgen. Hoe komt het dat rechts-populistische partijen vaak met dit soort relletjes kampen? We vroegen het aan twee deskundigen: Stijn Van Kessel, universitair docent politicologie aan de Queen Mary universiteit in Londen en Matthijs Rooduijn, politiek socioloog en universitair docent bij de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam.

Waarom lijkt het telkens bij rechts-populistische partijen mis te gaan?

Rooduijn: “Dit soort problemen zijn niet uniek voor radicaal-rechtse partijen, we hebben recentelijk bijvoorbeeld ook relletjes gezien bij 50Plus en onlangs nog Partij voor de Dieren. Het zijn problemen die zich bij allerlei relatief jonge partijen voordoen. Dat is ook niet zo gek, omdat dergelijke partijen nog veel moeten ontwikkelen als het gaat om interne organisatie, standpunten en ideologische uitgangspunten.”

Van Kessel: “Dit zijn nieuwe partijen, waarvan de regels en structuur nog niet stevig zijn vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de ideologische lijn. Er is in dit geval ook sprake van een vrij autoritaire leider die veel aandacht naar zich toe trekt en waarschijnlijk weinig tegenspraak duldt. Dat leidt dan op een gegeven moment tot botsingen. Maar dit is niet alleen het geval bij populistische partijen; voor andere nieuwe partijen kan dit ook gelden.”

Rooduijn: “Op het moment dat een partij nog niet zo sterk geïnstitutionaliseerd is, zie je dat de mensen die er actief lid van zijn of als volksvertegenwoordiger optreden, nog minder sterk  gehecht zijn aan de partij zoals bij oudere, meer geïnstitutionaliseerde partijen zoals de PvdA. Dat zag je bij de LPF duidelijk, en het is niet ondenkbaar dat dit bij Forum ook het geval is.

Wat moet een partij in huis hebben om dergelijke problemen te voorkomen?

Rooduijn: “Een goed functionerende en gestructureerde partij op de rails houden is iets heel anders dan zetels binnenhalen bij verkiezingen, daar zijn andere kwaliteiten voor nodig. Intern leiderschap is hierbij erg belangrijk. Een figuur als Thierry Baudet kan extern een goede leider zijn, hij spreekt kiezers aan en kan goed oreren.  Maar om het binnen de partij allemaal in goede banen te leiden zijn er sterke organisatorische, communicatieve en praktische vaardigheden nodig, en dat is een heel andere tak van sport.  Elke partij doet dat anders. De PVV is daarin wel uniek, Geert Wilders heeft als enig lid altijd heel erg sterk de touwtjes zelf in handen gehouden om lastige personen zonder gedoe weg te kunnen werken. Of dit op lange termijn de beste strategie is weet ik niet.”

Van Kessel: “Zodra de partij de uitgangspunten en ideologie duidelijker heeft vastgesteld, verkleint dit het risico op dit soort ruzies en relletjes. Breuken kunnen zich echter ook bij meer gevestigde partijen voordoen, bijvoorbeeld als leden een andere koers voor ogen hebben. Dat zag je onlangs bij het Rassemblement National in Frankrijk, waarbij de ‘hard’ Eurosceptische Florian Philippot zich afscheidde van Marine Le Pen’s partij. Ook binnen gevestigde populistisch radicaal rechtse partijen kunnen ideologische conflicten ontstaan.”

Zijn het dan vooral ideologische verschillen die spelen bij dit soort conflicten?

Rooduijn: “Binnen elke partij bestaan er ideologische verschillen. Het verschil is dat ze bij een partij als FvD nog niet goed in staat zijn om ideologische verschillen in goede banen te leiden. Bij gevestigde partijen zijn ze veel meer gewend aan discussies over de koers. Baudet probeert met bijvoorbeeld opmerkingen over een boreale wereld aan een echt radicaal-rechts of zelfs extreemrechts publiek te appelleren, en het lijkt erop dat het voor Otten initieel nog niet duidelijk was dat de partij die richting op zou gaan. Bij dit soort rechts-radicale bewegingen gaat het daarnaast om politici die sterk polariseren, in hun boodschap staat het wij vs. zij denken centraal. Anti-elite, anti-immigranten, anti-EU, enzovoort. Het is de vraag of een dergelijke polariserende dynamiek zich ook binnen de partij kan vestigen. Als dat gebeurt kan het zijn dat er voor een verschil van mening of visie maar weinig ruimte is.”