Spring naar de content
bron: Merlijn Doomernik

Wim Daniëls: ‘In het huidige dorp ontbreken de dorpsfiguren’

Het 116e boek van Wim Daniëls (1954) verscheen begin deze maand. Met Het Dorp gaat Daniëls op zoek naar het vroegere dorp van voor 1970; langs de dorpscafés, de kleurrijke figuren en de plaatselijke politiek. Hij concludeert dat het dorp niet dood is, maar noodgedwongen is veranderd.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Layla Deibert

Zeg, waar gaat dat boek van u eigenlijk over?
“Het boek is een mengelmoes van nostalgische aspecten die met het dorp te maken hebben en de vraagstukken die er tegenwoordig spelen. Bij de nostalgie moet je denken aan zoiets als een zandweg tussen het koren door, waarover Wim Sonneveld al zong, de typische bomen van een dorp – in dit geval de lindeboom, en de vroegere dorpsdokter die heel anders was dan de huidige dokter. Wat de actuele vraagstukken betreft, heeft een dorp te maken met politieke thema’s als gemeentelijke fusies en het verdwijnen van een dorpsschool; de overheid verstrekt scholen geen subsidie meer als ze drie jaar op rij minder dan 23 leerlingen hebben.”

Komt u zelf uit een dorp?
“Zeker. Ik ben in 1954 in Aarle-Rixtel geboren, in Zuidoost-Brabant. Daar ben ik met groot genoegen opgegroeid. Ik ben er zelfs afgelopen januari benoemd tot ereburger, omdat ik nog altijd veel voor het dorp doe ondanks dat ik nu in een stad woon. Dat ik nu in een stad (Eindhoven, red.) woon, komt omdat ik een vrouw heb die meer van de stad houdt. En ik houd weer veel van mijn vrouw. Dus…”

We hebben tegenwoordig blijkbaar niet zo graag meer dat mensen opvallen.

Wat was er vroeger zo anders en mist u nu?
“Wat het allermeeste ontbreekt aan het huidige dorp zijn de dorpsfiguren. Zij gaven het dorp extra kleur. Dorpsfiguren zijn mensen die opvallen door de uitspraken die ze doen, door hun gedrag, hoe ze eruit zien. Ze vallen op in positieve zin, het zijn geen dorpsgekken. Dorpsgekken worden over het algemeen irritant gevonden doordat ze hinderlijk gedrag vertonen, maar dorpsfiguren worden eerder omarmd. Ze hebben op de een of andere manier een heel gezichtsbepalende rol in een dorp. Bijna overal zijn ze weg. We hebben tegenwoordig blijkbaar niet zo graag meer dat mensen opvallen. Ze worden afgeschermd of onder de radar gehouden door hun familie, of ze belanden in een instelling. Ik vind dat wel een groot gemis. Mijn eigen vader was ook wel een dorpsfiguur.”

Wat was er zo kenmerkend aan uw vader?
“Mijn vader was een tamelijk luidruchtige man, hij groette iedereen heel nadrukkelijk. Hij was jarenlang de Sinterklaas van het dorp, bracht de radio- en tv-gids rond en was een tijdlang het hulpje van de groenteboer om nog wat bij te verdienen. Mijn vader was een noeste arbeider, hij werkte op een schroefboutenfabriek in Helmond. Toen hij gepensioneerd was, wandelde hij veel door het dorp met twee kameraden. Dan maakten ze met iedereen een praatje. Niet alleen in Aarle-Rixtel, overal zijn de dorpsfiguren weg of minder zichtbaar.”

Je kunt een plaats alleen een dorp noemen als de mensen die er wonen zeggen dat het een dorp is.

Wat is de mooiste zin uit uw boek?
“Dat is misschien wel de zin: ‘Je kunt een plaats alleen een dorp noemen als de mensen die er wonen zeggen dat het een dorp is.’ Tegenwoordig is er geen exacte definitie meer van een stad of een dorp. Mensen hebben lange tijd gezegd dat een dorp een plaats is die geen stadsrechten heeft, maar die definitie geldt al sinds 1851 niet meer. Toen hebben we de Gemeentewet gekregen; in die wet wordt alleen maar gesproken over gemeenten, niet meer over steden of dorpen.

“Neem een plaats als Heemskerk, een plaats in Noord-Holland met ongeveer veertigduizend inwoners. In 2018 werd daar een stadsfotograaf aangesteld. Bewoners maakten toen bezwaar, vanwege het woordje ‘stad’ in ‘stadsfotograaf’. Nu hebben ze daar een dorpsfotograaf. Dat vind ik wel mooi, want je moet uiteindelijk toch zeggen: wat is een dorp? En dan kom je uit bij de definitie: een dorp is een dorp als de mensen die er wonen zeggen dat het een dorp is. Zeggen de mensen dat ze in een stad wonen, dan wonen de mensen in een stad.”

Staan er ook slechte zinnen in uw boek?
“Nee, ik schrijf geen slechte zinnen. Ik ben schrijver, ik probeer natuurlijk goede zinnen op te schrijven. Misschien haal ik weleens een citaat aan waarvan de zinsbouw krom is, maar verder denk ik dat ik de zinnen die ik in eerste instantie niet zo goed heb opgeschreven, bijtijds schrap of verbeter.”

Het Dorp is mijn 116e boek.

 Hoe snel schrijft u?
“Ik schrijf vrij snel en vrij veel. Het Dorp is mijn 116e boek, ik ben er een half jaar aan bezig geweest.”

U schrijft veel boeken in korte tijd. Gaat dat niet ten koste van de kwaliteit?
“Nee, nee. Ik zit bij uitgevers van naam en faam; die gaan echt geen prulwerk uitgeven. Er is ook altijd begeleiding van een redacteur die meeleest. Ik heb bij dit boek met Catharina Schilder opnieuw een uitstekende redacteur gehad.”

Waar schrijft u mee?
“Ik ben iemand die geregeld met de pen aantekeningen maakt. Ik heb altijd wel een notitieboekje bij me, omdat ik veel onderweg ben. Als ik eenmaal thuis ben werk ik de aantekeningen uit op een vaste computer, ik werk zelden op een laptop.”

Hoeveel verdient u hier nou mee?
“Dat ligt eraan. Een schrijver verdient natuurlijk net zoveel als hij verkoopt. De eerste druk van dit boek is voor Nederlandse begrippen heel hoog – tienduizend exemplaren. De uitgever ziet dus veel potentie in het boek en de boekhandel eveneens, want een eerste oplage wordt mede bepaald door de voorbestellingen vanuit de boekhandel. Het boek kost 19,99 euro en als schrijver krijg je tien tot vijftien procent – dan kun je wel uitrekenen hoeveel ik verdien. Een schrijver in Nederland moet echt wel dertig-, veertigduizend boeken verkopen wil het een beetje interessant zijn, hoor.”

Kunt u leven van uw inkomsten als auteur?
“Ja. Tot mijn inkomen reken ik de opbrengst van mijn boeken, waar ik wel van mag zeggen dat ze vrij goed verkopen, maar ik reken daar ook het geven van lezingen bij. Dat hoort er tegenwoordig ook bij, en dat bepaalt mede mijn inkomen.”

Een vriendelijke man voert geen precisiebombardement uit.

Wie zijn uw favoriete Nederlandse schrijvers?
“De afgelopen tijd heb ik veel mooie boeken gelezen van Nhung Dam, Jente Posthuma en Marieke Lucas Rijneveld. Momenteel lijk ik meer van het werk van vrouwelijke schrijvers te genieten, zij schrijven toch iets vernieuwender.”

Op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“Geen enkele schrijver. Als ik een woord zou moeten noemen dat het meest bij mij past dan is dat het woord ‘vriendelijk’. En een vriendelijke man gaat geen precisiebombardement op welk schrijvershuis dan ook uitvoeren.”

Het Dorp is onlangs verschenen bij uitgeverij Thomas Rap.