Spring naar de content
bron: Hollandse Hoogte

Niña Weijers: ‘Ik ben dat apenrotsengedoe een beetje zat’

De nieuwe roman van Niña Weijers heet Kamers antikamers en verschijnt deze week. We treffen de schrijfster, die eerder op de dag nog het luisterboek heeft ingesproken, op het zonnige terras van Café Kuijper te Amsterdam.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Robbert van Rijswijk

Zeg, uw nieuwe roman, waar gaat die over?
“Het uitgangspunt van dit boek wordt gevormd door het besef dat ik eigenlijk kreeg toen ik dertig werd. Ik heb altijd met het idee geleefd dat alles mogelijk is, dat niets definitief vastligt – alsof het leven nog een oefening is voor het échte leven. De afgelopen jaren is het bewustzijn ontstaan dat ik keuzes heb gemaakt waarmee ik mijn leven toch een bepaalde kant opgestuurd heb, dat er gevolgen zijn van wat ik doe en laat.

“Het is een cyclisch en hybride verhaal geworden waarin bepaalde levenskeuzes en juist niet gemaakte keuzes worden uitgelicht en onderzocht. Daarmee gaat het boek ook over het proces van het vormen van een verhaal. We vertellen onszelf voortdurend verhalen, om een soort logica of controle aan te brengen, maar houden onszelf daarmee soms heerlijk voor de gek. Wie vertelt, de manier waarop dat gebeurt en waarom dat gebeurt, heeft grote invloed op het uiteindelijke verhaal.”

U debuteerde succesvol met De consequenties en verkocht 35.000 exemplaren. Voelt u druk om die prestatie te evenaren?
“Iedereen vraagt het, maar ik weet er geen goed antwoord op. Ik heb niet zozeer geworsteld met de druk van een tweede boek. Het was ook weer niet zo’n succes als Bonita Avenue, natuurlijk. Dat scheelt.”

Doet Niña Weijers aan mythevorming?
“Nee, daar houd ik me in mijn eigen geval niet zo mee bezig. Ik vind mythevorming wel een interessant fenomeen en snap heel goed dat iemand zijn eigen mythe schept, die is heel handig, zeker als je er zelf in gelooft. We hebben nu – althans, zo worden ze neergezet – bijvoorbeeld ineens weer een soort Grote Drie: Ilja Leonard Pfeijffer, Tommy Wieringa en Peter Buwalda. Al is het misschien een momentopname, ze hebben in ieder geval alle drie hun eigen schrijversmythe en worden helemaal geloofd als schrijver.

“Wat me daaraan opvalt is dat men er nauwelijks doorheen prikt en heel weinig doet om die mythes te weerleggen. Zo stond Pfeijffer laatst op de cover van jullie blad als ‘de Grote Eén’. Soms vraag ik me af hoe lang hardnekkige ideeën, zoals over zoiets als een Grote Drie, nog kunnen standhouden. Misschien blijft de behoefte aan dominante verhalen altijd bestaan, maar mijn hoop is toch dat het narratief veelvormiger wordt. Ik heb bovendien het gevoel dat we die methode om aandacht te krijgen nou wel hebben gehad; been there, done that.”

Twee jaar geleden ging u in de weekendbijlage van de Volkskrant op de foto met Maartje Wortel, Hanna Bervoets…
“Ah, nee… Hou op! Dat is echt een trauma, verschrikkelijk…”

… Nina Polak en Alma Mathijsen, voor een stuk met de titel ‘De jonge schrijver is een vrouw’. Toen werkte u wel mee aan mythevorming over uzelf en jonge schrijfsters.
“We zijn toen misleid. Het zou een artikel worden over de opkomst van vrouwelijke schrijvers. We hebben dat niet zo goed in de gaten gehouden en zijn gewoon op de foto gegaan. De journalist heeft op eigen houtje een infographic gemaakt over wie bevriend was met wie. Daar werd veel nadruk op gelegd. Er gingen vervolgens zelfs verhalen rond dat we allemaal lesbische relaties met elkaar hadden. Of zoiets. Ik weet het niet meer precies, ik heb het verdrongen. Het was in ieder geval een heel domme move van ons. Er is onderling wel een groot gemeenschapsgevoel, maar we zitten echt niet de hele tijd bij elkaar op de theekrans, zoals dat artikel suggereerde.”

Waar schrijft u mee?
“Met een laptop. Aantekeningen maak ik vaak in mijn telefoon. Ik gebruik geen post-its of schema’s aan de muur, daarvoor ben ik te intuïtief. Ik hecht ook niet veel waarde aan schrijven met de hand. Niet echt romantisch, hè?”

Hoe snel schrijft u?
“Ik heb dit boek binnen één jaar geschreven.”

Toch heeft het vijf jaar geduurd voor uw debuut een opvolger kreeg.
“Al met al ben ik nog lang bezig geweest met De consequenties. Ik heb bijvoorbeeld door Amerika getourd en ben veel in Duitsland en Frankrijk geweest. Daarnaast heb ik op universiteiten lesgegeven en heb ik journalistiek werk gedaan. Ach, het leven dendert door, op soms onverwachte manieren.
“Bovendien moet je een verhaal hebben, en het vinden ervan heeft even geduurd. Na mijn debuut en ook toen ik aan dit boek begon, voelde ik een weerstand tegen het vertellen van een klassiek verhaal met personages en een conflict. Het kwam me zo leugenachtig voor om zomaar een verhaal te verzinnen in een tijd waarin juist grote verhalen en dominante perspectieven, van bijvoorbeeld the white male, worden bevraagd en afgebroken.”

Hoe ziet een gemiddelde schrijfdag eruit?
“Ik heb druk nodig om een boek af te maken. De laatste drie maanden van het boek heb ik me als een kluizenaar opgesloten en deed precies waar ik zelf zin in had. Ik hield er rare slaapgewoonten op na en werkte soms tot half 3 ’s nachts door waarna ik om zes uur ’s ochtends weer opstond – zonder wekker. Ik houd wel van het ongezonde dat bij zo’n fase hoort. Ik word er een soort schizofreen van, mijn gevoel over het boek verandert gerust tachtig keer per dag, van euforie tot totale wanhoop.”

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden?
“Nina Polak, Maartje Wortel, Marja Pruis en Roel Bentz van den Berg.”

Wie zijn uw favoriete Nederlandstalige schrijvers?  
“Om nepotisme te vermijden, beperk ik me tot Frans Kellendonk, Connie Palmen, Cees Nooteboom en Charlotte Mutsaers.”

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“De verwijzing naar Reve ken ik eerlijk gezegd niet, maar ik vind dit zo’n stomme vraag. Deze vraag stel je me om een ‘relletje’ te veroorzaken, en dat snap ik ook wel, hoor. Het mag er zijn, ik ben geen hippie die iedere stem evenveel waard vindt en ik vind heus sommige schrijvers overgewaardeerd. Maar ik ben deze manier van spreken en denken, dat apenrotsengedoe, een beetje zat.”

Niña Weijers

Kamers antikamers van Niña Weijers verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact.