Spring naar de content

Toeslagenaffaire: Vervolging Rutte niet langer science fiction

Met de aangifte tegen topambtenaren van de Belastingdienst wegens het plegen van mogelijke ambtsmisdrijven is de strafrechtelijke geest in de toeslagenaffaire nu écht uit de fles. Want, wat wist premier Rutte van de mogelijk gepleegde strafbare feiten? En belangrijker: wat deed hij met die informatie? Vervolging van de premier is niet langer science fiction, zo denkt Ton F. van Dijk.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Ton F. van Dijk

Eerder al lieten Kamerleden Pieter Omtzigt (CDA), Renske Leijten (SP) en Farid Azarkan (DENK) een memo opstellen over strafrechtelijk onderzoek naar de rol van ambtenaren en politieke gezagsdragers richting burgers die – zo lijkt het nu – willens en wetens kapot zijn gemaakt door dezelfde overheid die hen diende te beschermen.

Toen werd het één van hen, Pieter Omtzigt, als dualistisch ingesteld en vooral kritisch volksvertegenwoordiger, binnen zijn eigen coalitie nog zeer kwalijk genomen dat hij überhaupt over een strafrechtelijk onderzoek van overheidsfunctionarissen durfde te speculeren.

Gesproken werd al snel van een ‘solo-actie’ van de drie Kamerleden en daarmee leek de zaak afgedaan.

Maar nu zijn het dus de twee staatssecretarissen van Financiën, Hans Vijlbrief en Alexandra Van Huffelen (beiden D66) die zélf aangifte doen tegen hun eigen ambtenaren. 

De twee nieuwe bewindspersonen – belast met het oplossen van de problemen bij de Belastingdienst – vonden recent de juridische beoordeling van de affaire door topadvocaat Hendrik Jan Biemond van het Amsterdamse kantoor Allen & Overy op hun bureau. En zijn oordeel over het optreden van de Belastingdienst liegt er niet om.

De inhoud van Biemonds juridische verkenning versterkt het vermoeden van strafbare feiten gepleegd door de ambtelijke top van de Belastingdienst. En Biemonds waarschuwing luidt klip en klaar: wie kennis heeft van een mogelijk ambtsmisdrijf, is verplicht is aangifte te doen.

Wie kennis heeft van een mogelijk ambtsmisdrijf, is verplicht is aangifte te doen.

En dus kozen Vijlbrief en Van Huffelen eieren voor hun geld. Nu zij nog geen bloed aan hun handen hebben in de toeslagenaffaire, konden zij niet anders dan besluiten de zaak bij het Openbaar Ministerie neer te leggen. 

Dit zal geen populaire boodschap zijn geweest aan het adres van premier Rutte. Als voorzitter van de Ministeriële Commissie Aanpak Fraude was hij van veel zaken op de hoogte. Sterker: die commissie nam wellicht het initiatief tot de ongebreidelde fraudejacht. En daarmee komt de mogelijke strafvervolging van Rutte zelf ook voorzichtig in beeld. 

En nee, dat is geen science fiction.

Want indien het Openbaar Ministerie op basis van de aangifte vaststelt dat er sprake is van ambtsmisdrijven van topambtenaren en overgaat tot vervolging van betrokkenen, zullen deze kakelverse ‘verdachten’ en hun inmiddels ingehuurde legertje prominente advocaten er letterlijk alles aan doen om aan te tonen dat de ambtelijke top van de Belastingdienst handelde op gezag van de politieke bazen.

En minstens zo relevant: dat deze – Rutte voorop – volledig op de hoogte waren van de zaken die (in dat scenario) door het OM als strafbaar worden aangemerkt.

Er zullen ‘kwijtgeraakte’ memo’s opduiken, gespreksverslagen boven tafel komen en getuigenverklaringen onder ede plaatsvinden, die de ambtsmisdrijven proberen te koppelen aan de verantwoordelijke politici zoals oud-staatssecretarissen Frans Weekers (VVD), Eric Wiebes (VVD) en Menno Snel (D66) om uiteindelijk ook uit te komen bij de politieke constante in het hele verhaal: Mark Rutte zelf. Wat wist de premier, wanneer, en wat deed hij met deze informatie?

Er zullen memo’s opduiken, gespreksverslagen en getuigenverklaringen onder ede die de ambtsmisdrijven proberen te koppelen aan de verantwoordelijke politici

Was Rutte op de hoogte van zaken die door het OM mogelijk als strafbare feiten worden gezien? En heeft hij zich dan zelf ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van die feiten? 

Het klinkt nu nog als pure fantasie – immers een premier strafrechtelijk vervolgen is een unicum – maar feit is dat zelfs de minister-president niet boven de wet staat. Als er onder zijn wakend oog misdrijven zijn gepleegd, zou het wel eens een duur ‘rondje’ kunnen worden voor de VVD-premier. 

In de Notitie Vervolging ambtsmisdrijven van 28 november 2019 is al vastgelegd hoe dat dan zal gaan: 

“Op een bewindspersoon is artikel 119 van de Grondwet van toepassing waar het gaat om gepleegde ambtsmisdrijven. In artikel 119 van de Grondwet is geregeld dat ministers, staatssecretarissen en leden van de Staten-Generaal (hierna: politieke ambtsdrager) wegens ambtsmisdrijven in die betrekking gepleegd, ook na hun aftreden, terecht staan voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging kan alleen bij koninklijk besluit worden gegeven of bij een besluit van de Tweede Kamer.”

Aldus het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer.

En zo lijkt een parlementaire enquete waar ‘slechts’ politieke verantwoordelijkheid op het spel staat opeens een heel aantrekkelijke optie voor de premier, die middenin een coronacrisis wel iets anders aan z’n hoofd heeft dan de gedachte aan terecht staan voor de Hoge Raad vanwege zijn rol in één van de grootste politieke schandalen sinds de Tweede Wereldoorlog.

Word voor slechts €4,00 per maand lid van HP/De Tijd