Column

De pijn van Sytze van der Zee

Max Pam herdenkt voormalig hoofdredacteur van Het Parool Sytze van der Zee. ‘Tot het eind was hij bezeten van zijn werk.’

09/11 | 2024
door Max Pam
Leestijd 4 minuten
Afbeelding

Het beste boek van de deze week overleden Sytze van der Zee (1939-2024) is naar mijn idee niet Potgieterlaan 7 – over de NSB-sympathieën van zijn ouders – en evenmin het onthullende Harer Majesteits loyaalste onderdaan – over de complotterende verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema – maar Pijn

Die eerste twee boeken waren voltreffers, ook naar verkoopaantallen gemeten, maar in Pijn toonde Van der Zee zich op zijn allerbest. Het boek blinkt uit door een voorbeeldige research naar het verschijnsel pijn. Zoals iedere topjournalist werd Van der Zee gedreven door onblusbare nieuwsgierigheid en als hij besloot iets te ondernemen, ging hij ook tot op de bodem. Maar aan Pijn voegde hij, nog meer dan in Potgieterlaan 7, een persoonlijk element toe. ‘Een biografie’, liet hij daarom op het titelblad zetten. 

Van der Zee werd tegen de verwachting in hoofdredacteur van Het Parool. Hij werd dat, omdat hij gewoon de beste was voor de job. Pas daar leerde ik hem goed kennen, want toen hij de taak op zich nam om die krant te redden, kreeg ik als een van eersten de eervolle uitnodiging om een column (en een schaakrubriek) te schrijven. Met zijn reddingspoging kwam Sytze een heel eind, maar volgens de toenmalige directie van de Perscombinatie niet ver genoeg. Het werd een hectische tijd, zeker toen de directie van hem af wilde en hij zich daar in alle heftigheid tegen verzette. Tenslotte verloor hij die strijd, zijn opvolger Matthijs van Nieuwkerk – ook gij, Brutus! – stond al klaar. 

Pijn gaat over ziekte, operatie en herstel, met de onderzoeksjournalist Sytze van der Zee zelf als de kwetsbare hoofdpersoon.

Hij zou over die periode bij Het Parool een cholerisch boek schrijven, De Overkant, maar dat zou niet het boek worden waar hij het meest trots op kon zijn. Door alle opwinding dronk hij een paar whisky’s teveel en hield daar vervolgens een darmperforatie aan over. Het was kantje boord, maar na een operatie klauterde hij weer op, al bestelde hij in café De Zwart voortaan alleen nog koffie. Pijn gaat over ziekte, operatie en herstel, met de onderzoeksjournalist Sytze van der Zee zelf als de kwetsbare hoofdpersoon. De Macher van de Middentafel ging vermagerd weer aan het werk. Wat hij deed was geen gezeur over kwaaltjes, maar een diepgravend feitenonderzoek naar wat hem zelf was overkomen. 

Kortom, Pijn is een klein meesterwerk.

Tot op het laatst heb ik met Sytze gecorrespondeerd. Als het over de Tweede Wereldoorlog ging, wilde hij me graag corrigeren of iets toevoegen aan wat ik had geschreven. Hij bleef tot het eind diep betrokken bij wat erom hem heen gebeurde en altijd keek hij met een journalistiek oog naar de dingen. Hij was nooit bang om zijn mening te geven en nooit politiek correct. Zo schreef mij eens: 

‘Een week geleden werd hier in mijn woonplaats Amstelveen, zoals je wel hebt gelezen, een meisje, Frédérique geheten, door een paar Marokkaanse jochies in elkaar geslagen. Alleen werd in de berichtgeving niets over de achtergrond van de daders gemeld, zelfs niet in De Telegraaf. Toen een bewoner van Westwijk, waar het gebeuren plaatsvond, tegen een radioreporter zei dat het Marokkaantjes waren geweest, vroeg de reporter of dat wel ‘relevant’ was. In het NOS Journaal en in Het Parool kwam een maffe onderzoekster van de VU opdraven die het allemaal toeschreef aan ‘hokjesgedrag’. Een dag eerder had ik een mailwisselling met Sjoerd de Jong (redacteur NRC) over het feit dat de bewuste tekening van Westergaard in geen enkele krant niet werd gepubliceerd bij het stuk over zijn dood. Mijn punt is dat media tegenwoordig aan zelfcensuur doen. Door de tekening af te drukken zou men wel eens kunnen denken dat je islamofoob bent. Dat is tegenwoordig net zo erg als racistisch, seksistisch of antisemitisch. Diezelfde zelfcensuur hebben de media toegepast bij berichtgeving over de mishandeling van Frédrique. Het is zorgwekkend en diep treurig.’

Helemaal Sytze van der Zee. Als hij toen hoofdredacteur was geweest, had hij de bewuste cartoon zeker afgedrukt.  

Maar zijn interesse beperkte zich zeker niet tot de Marokkaantjes in zijn buurt. Bij een andere gelegenheid schreef hij: ‘Prima column vandaag. Helemaal mee eens. China is de grootste bedreiging. Maar wat me verbaast, is dat de meeste kranten nauwelijks aandacht besteden aan de jongste deal tussen China en de VU/UvA. Ze willen op het gebied van artificiële intelligentie gaan samenwerken. Door een donatie van China kunnen de VU/UvA negen mensen aanstellen. Schandalig! Keep on the good work!’

Enzovoort, enzovoort, enzovoort.

In een NRC-necrologie wordt Sytze van de Zee ‘een journalist van de oude stempel’ genoemd. Zo’n karakteristiek vind ik obligaat en eigenlijk nogal dubieus, want daar worden altijd ouwe witte mannen mee bedoeld, die in het café zitten te zuipen en daarom slokdarmkanker krijgen. Het type-Walter Matthau als hoofdredacteur (met opgestroopte hemdsmouwen), mannen helemaal niet meer van deze tijd. Maar mij viel het de laatste tijd nogal op hoe in de Nederlandse media journalisten van de jonge stempel kritiekloos achter Kamala Harris aanhobbelden, terwijl Sytze messcherp voorspelde dat Trump wel eens zou kunnen winnen. Zelfs ik heb hem eerst niet willen geloven. Maar hij wist waar hij het over had, hij was jarenlang in Amerika correspondent geweest voor NRC Handelsblad.

Tot het eind was Sytze van der Zee bezeten van zijn werk. Zijn laatste boek, een biografie over de oorlogsmisdadiger Willy Lages, was nog geen dag uit of hij wilde al weten wat ik ervan vond. Dat duldde geen uitstel. Hij was diep beledigd toen de Volkskrant hem niet de recensie gaf die hij meende verdiend te hebben. Hij was toen al dodelijk ziek en wist dit zijn laatste boek zou zijn. Op de valreep leverde zijn oude krant, de NRC, hem ook nog een gemene streek. Een kattenbelletje, dat helemaal niet bedoeld was als ingezonden brief, werd toch geplaatst. De journalist in hem had hij zich beklaagd over het feit dat bij de NRC de economiepagina was opgeheven en in zijn woede daarover had hij erbij geschreven: ‘Dat krijg je ervan als je een vrouw tot hoofdredacteur benoemt.’ 

Op Facebook noemt Daniela Hooghiemstra hem ‘de eerste en misschien de beste, in ieder geval de moedigste, hoofdredacteur die ik meemaakte.’ Dat kan ik alleen maar beamen.

Hoofdredacteur Patricia Veldhuis meende hem (85) als een klein kind te moeten straffen door opzettelijk en zonder zijn toestemming het kattenbelletje toch als ingezonden brief te plaatsen. Daarmee bewees zij niet eens zo zeer dat Sytze een seksist was – ik heb nooit klachten gehoord op dat gebied – maar wel dat vrouwen als het erop aankomt even tactloos en zonder empathie kunnen zijn als mannen. 

Op Facebook noemt Daniela Hooghiemstra hem ‘de eerste en misschien de beste, in ieder geval de moedigste, hoofdredacteur die ik meemaakte.’ Dat kan ik alleen maar beamen. Hij ging altijd voor zijn mensen staan, wat tegelijkertijd betekende dat hij als hoofdredacteur altijd tussen hen in stond. Oude stempel, kom daar nog maar eens om.

Het afscheid van Sytze van der Zee vindt plaats op 12 november in Amsterdam. Wie hem heeft gekend, is van harte welkom. Hoewel zij krachtens haar functie aanwezig zou moeten zijn, denk ik niet dat Patrica Veldhuis de ballen heeft om te komen. Sytze, rust in vrede.