Column

Geert Wilders, de paradox van een nijdas

Hij belichaamt nijd en gemelijkheid, voert campagne op angst en wijst steevast naar de ander. Toch stemt een overweldigende meerderheid in rustige, homogene dorpen op Geert Wilders. ‘Een dorp waar 74% op Wilders stemt, heeft helemaal geen asielzoekerscentrum,’ schrijft Max Pam.

06/06 | 2025
door Max Pam
Leestijd 4 minuten
Afbeelding

Twee ouderwetse woorden vielen mij te binnen, toen ik beelden van Geert Wilders zag, de dag nadat hij het kabinet-Schoof had laten vallen. Eerste woord was: nijdas. Het tweede woord was: gemelijk. 

Een nijdas is iemand die nijdig is. Geert had ineens ook zo’n spitse snuit, het bijbehorende lichaam zie je pas later. Een nijdas is iemand die altijd boos is. Hij is boos op anderen, hij is boos op iedereen, hij is vooral boos op zichzelf. Tevens is hij iemand die graag uitdaagt met scherpe woorden en als het moet, deinst hij er niet voor terug anderen te irriteren, te pesten of zelfs te kwellen. Maar ergens deep down is hij zelf de meest gekwelde geest.

Het andere woord dat mij te binnenschoot, was gemelijk. Dat staat voor: humeurig, knorrig, ontevreden, verstoord, nors, kribbig, stuurs, bokkig, chagrijnig, narrig, wrevelig, balorig, korzelig, nurks, gallig, iezegrimmig. Enzovoort, enzovoort. Wel handig zoveel synoniemen, want er is er altijd wel eentje die past op de geestesgesteldheid van Wilders op dat moment. 

Door zijn karakter bloeit er maar weinig om Wilders heen en als hem macht wordt gegund, krijgt hij helemaal de neiging uit te groeien tot een Atilla de Hun: waar hij zijn hoef heeft gezet, zal geen gras meer groeien. Zijn partij, de PVV, is ook nooit meer geweest dan een eenmanspartij. Geert heeft geen leden. Hij heeft wel volgelingen en die staan per definitie in zijn schaduw. Toen in Den Haag werd begonnen met de formatie van een Wilders-kabinet kon ik met een gerust hart op deze plaats schrijven: ‘De PVV bestaat uit sukkels die helemaal niets kunnen.’ 

Dat is inmiddels wel gebleken. En dan heb ik het nog niet eens over een beperkte minister als Marjolijn Faber. Op haar simpele manier deed dat mens nog best haar best. Ik heb het dan vooral over de PVV-fractie in de Tweede Kamer: bète types, die nauwelijks iets presteerden en ogenschijnlijk meer slaven dan zelfdenkende wezens waren. De meesten leken van politiek even veel te begrijpen als een dwergnijlpaard van een kruiswoordpuzzel – ik vermoed dat ze juist daarom ook door Wilders zijn uitgekozen. 

In de komende verkiezingscampagne zal Wilders proberen het voornamelijk over migratie en asiel te laten gaan. Dat is ook het thema dat het meest bij zijn karakter past: het is de schuld van anderen.

In de komende verkiezingscampagne zal Wilders proberen het voornamelijk over migratie en asiel te laten gaan. Dat is ook het thema dat het meest bij zijn karakter past: het is de schuld van anderen. Overal waar het populisme opduikt, worden schuldigen aangewezen van buiten de eigen kring. Zelfs als er door de tarieven van Trump een handelsoorlog zou ontstaan met voor de VS desastreuze gevolgen, dan nog zal aan het eind blijken dat het allemaal de schuld is geweest van Trumps voorganger Biden. 

Migratie is voor Europa, dus ook voor Nederland, een probleem – dat zal niemand ontkennen. Asielzoekerscentra veroorzaken overlast en dat moet worden aangepakt. Maar het thema zal door Wilders worden opgeblazen tot luchtballonachtige proporties. Hij zal erop slaan, hameren, beuken, meppen en tamboereren – tot zijn gehoor er gek van wordt. Hij zal proberen de kiezers ervan te overtuigen dat al die buitenlanders het allergrootste gevaar zijn voor ‘ons-Ne-der-land.’ We hebben hier te maken met wat ik voor het gemak maar ‘de Wilders-paradox’ noem. 

Die paradox bestaat natuurlijk al langer, maar het is Wilders die hem steeds weer actueel maakt. Een mooi voorbeeld van de Wilders-paradox werd onlangs beschreven door Anna van Es in de Volkskrant. Ze was als verslaggever naar Sint Willebrord getogen, een dorp tussen Roosendaal en Breda, waar twee jaar geleden 74 procent van de inwoners op de PVV stemde – een landelijk record.

Sint Willebrord heeft niet alleen een kerk met processiepark en een nagebouwde Lourdesgrot, maar de gemeente valt ook op door zijn rolluiken. Willebrord wordt ‘Rolluikcity’. Deze rolluiken hebben niet alleen het voordeel dat zij inbrekers buiten houden, maar ook de zon en het licht. 

Nu zou je denken dat een dorp waar 74% op Wilders stemt, geteisterd wordt door een asielzoekerscentrum of een moskee. Maar niets daarvan. Die heeft Sint Willebrord helemaal niet. Sint Willebrord bezit wel een wielerclub en als het aan de beroemdste inwoner Rini Wagtmans ligt, komt er binnenkort zelfs in het nabij gelegen Etten-Leur een heus wielermuseum. Alles is er pais en vree, onrust veroorzakende buitenlanders zul je in Sint Willebrord niet aantreffen. Desondanks gaat bij de komende verkiezingen vermoedelijk weer 74% van de Willebrorders op Geert stemmen.

Dat is de Wilders-paradox.

Denk niet dat de Wilders-paradox alleen optreedt in de Generaliteitslanden. Ook in de grote steden in het westen des lands kan de Wilders-paradox zo maar opduiken. In een keurige Amsterdamse straat niet ver van mij vandaan wonen Thierry Baudet, leider van Forum voor Democratie, en diens hof-ideoloog Paul Cliteur. Vervelende asielzoekers kom je ook in hun straat niet tegen, hoewel het maar een minuut of tien fietsen naar een opvangcentrum. Maar mijn god, wat gaan die lui op de sociale media te keer tegen asielzoekers, alsof die dagelijks bij hun vrouw in bed worden gevonden. 

Er staan ons weer veel ergerniswekkende & slaapverwekkende debatten over migratie te wachten, terwijl ik vermoed dat een regering VVD, D66 (of CDA) en PvdA/GroenLinks het probleem tamelijk snel kan oplossen. Maar dat zal er niet één, twee, drie inzitten, omdat Geert met zijn xenofobe obsessies politiek Den Haag gek heeft gemaakt. 

Als ik een VVD’er was zou ik een enorme heimwee hebben naar Mark Rutte, maar helaas heeft die een functie elders.

Nog geen jaar – 337 dagen om precies te zijn – heeft het kabinet-Schoof I bestaan. In die korte tijd is Pieter Omtzigt afgeserveerd en zijn partij geïmplodeerd. Het was natuurlijk ook zijn eigen schuld, maar de voortdurende chagrijnigheid van nijdas Wilders heeft Omtzigt uiteindelijk de das omgedaan. Ook de BBB plofte in elkaar en inmiddels zit VVD-leider Dilan Yesilgöz met de twijfel in haar hart. Haar samenwerking met Wilders is eveneens op een fiasco afgelopen en nu is ze doodsbang dat zij in de handen zal vallen van Frans Timmermans, die zij altijd als de duivel heeft afgeschilderd. 

Wat nu?

De weg naar Wilders toch op een kiertje zetten, zoals Yesilgöz nu schijnt te doen, lijkt geen optie. Ik hoor de ezel, die zich niet twee, drie of vier keer stoot aan dezelfde steen, de Nederlandse talkshows al binnen balken. Als ik een VVD’er was zou ik een enorme heimwee hebben naar Mark Rutte, maar helaas heeft die een functie elders, zoals wij de komende weken nog vaak genoeg zullen merken.