Column

Twee hagiografieën tegen wil en dank

Max Pam vergelijkt twee persoonlijke biografieën — Mannetje van de krant van Jan Blokker jr. over zijn vader en In alles ben ik groot van Willem Otterspeer over zijn vriend Michaël Zeeman — waarin beide auteurs ondanks hun streven naar eerlijkheid vooral liefdevolle, enigszins hagiografische portretten schetsen van briljante maar moeilijke mannen uit de wereld van de Volkskrant.

24/10 | 2025
door Max Pam
Leestijd 4 minuten
Afbeelding

Omdat ik de verkiezingsdebatten even zat was, zette ik de televisie uit en deed iets ouderwets. Ik las achter elkaar twee boeken, die veel met elkaar gemeen hebben, te weten: Mannetje van de krant van Jan Blokker jr. over Jan Blokker sr., en In alles ben ik groot van Willem Otterspeer over Michaël Zeeman.

Wat beide boeken in de eerste plaats gemeen hebben, is dat zij een biografie zijn, maar geen gewone biografie. Bij Mannetje van de krant over Blokker staat het onomwonden op de omslag: ‘Een persoonlijke biografie’. Het is een boek van een zoon over zijn vader. Eenzelfde subjectieve relatie zien wij bij In alles ben ik groot, zij het dat het hier gaat om een boek van iemand over zijn (beste) vriend.

Opmerkelijk is dat beide auteurs uitleggen dat zij geen heldenleven hebben willen schrijven, maar dat zij ook oog hebben gehad voor de minder fraaie daden en karaktertrekjes van hun onderwerp. Eerlijk gezegd – hoe kan het ook anders? – is dat niet overal gelukt. Uiteindelijk heeft Jan Blokker jr. een boek geschreven over zijn geweldige vader en heeft Willem Otterspeer een boek geschreven door zijn geweldige vriend. Beide boeken zijn in zekere zin hagiografieën tegen wil en dank.

Wat beide boeken ook gemeen hebben, is dat zij zich voor een groot deel afspelen op de redactie van de Volkskrant. Blokker is niet alleen columnist van die krant geweest, maar ook adjunct-hoofdredacteur en vooral in die laatste functie was hij de spin in het web. Hij had zijn eigen coterie en dat betekende vaak intriges, ruzies en slaande deuren. Vooral tegen het einde carrière reageerde hij onredelijk en obsessief. Hij beschouwde zichzelf als onaantastbaar.

Uit eigen ervaring weet ik dat Blokker een moeilijk heerschap was. Zowel bij de Volkskrant als bij de VPRO was hij mijn mentor in de tijd dat ik daar als student aan de School voor de Journalistiek stage liep. Veel had ik niet aan hem, want Blokker was voornamelijk bezig met zichzelf en met zijn vele projecten, waarbij kwam dat hij ook nog rommelde met Cox Habbema – een romance die zich praktisch voor mijn neus afspeelde, maar waarover je geacht werd stil te zijn. Heel vervelend was dat. Ook kon hij het moeilijk zetten dat hij op het schaakbord weinig tegen me in te brengen had – het bleef bij één potje. Enfin, belangrijk was dat allemaal niet, uiteindelijk moet ieder mens alleen zijn weg vinden. Toch was ik verrast bij Jan Blokker jr. te lezen dat zijn vader op de Volkskrantredactie wel degelijk oog heeft gehad voor de jonge, aankomende journalist. Ik geloof het graag.

Mannetje van de krant is een liefdevol portret over een vader, maar je moet niet verwachten dat de fouten van Blokker sr. breed worden uitgemeten, of dat zijn vijanden – hij had er velen – aan het woord komen. De klachten van Paul Verhoeven over de vooringenomenheid van Blokker worden met een enkel zinnetje afgedaan. Wim T. Schippers, toch een boegbeeld van de VPRO, had een pertinente hekel aan Blokker, maar ook daar lees je nauwelijks over.

Mannetje van de krant maakt een columnist wel nederig. Jarenlang was Jan Blokker sr. het gevreesde gezicht van de Volkskrant. Met zijn snerpende stukjes overheerste hij het debat. Behalve Wiegel was zo’n beetje elke politicus bang als hij door Blokker werd gepakt. Dat hij zich daarnaast had ontwikkeld tot een kunstpaus die niet te beroerd was in commissies plaats te nemen, gaf hem in bepaalde kringen een onbeperkte macht. Hoe groot die geacht werd te zijn, bleek toen Blokker boos de Volkskrant verliet en in het bijblaadje NRC Next zijn tirades voortzette. Pieter Broertjes, de toenmalige hoofdredacteur van de Volkskrant, ging op zijn knieën en bood Blokker alles aan wat hij maar wilde – als hij maar zou blijven. Blokker weigerde koppig en hautain, wat in feite een stilzwijgende erkenning was van het feit dat hij zijn beste tijd had gehad. 

Bij de Volkskrant bleven ze angstig achter na het vertrek van Blokker. Men vreesde een uitloop van abonnees. Maar dat viel mee. Over de opzeggingen heb ik verschillende aantallen gehoord, variërend van 8 tot 80. De Volkskrant heeft er nauwelijks schade van ondervonden. NRC Next daarentegen leidde een zieltogend bestaan, tot het in 2021 werd opgeheven. Maar toen lag Blokker sr. al op het kerkhof van de onmisbaren. 

Soms probeert Otterspeer tegen de klippen op Zeeman zo sympathiek mogelijk te laten overkomen, wat niet kan verhinderen dat Zeeman vooral de indruk maakt van een rare kwibus.

In alles ben ik groot, het portret van Michaël Zeeman (1958-2009) door Willem Otterspeer, heb ik met een bepaald soort genoegen gelezen. Anders dan bij Blokker heeft de ster van Zeeman maar kort geschenen. De literatuurpaus van de Volkskrant, die een spoor van ruzies en ellende heeft achtergelaten, werd zo ziek dat hij er zelf een einde aan heeft gemaakt. Soms probeert Otterspeer tegen de klippen op Zeeman zo sympathiek mogelijk te laten overkomen, wat niet kan verhinderen dat Zeeman vooral de indruk maakt van een rare kwibus. Over Zeemans boekenroof (niet bewezen) en grensoverschrijdend gedrag (niets van terug te vinden) wordt tamelijk laconiek gedaan. Over Zeemans gewoonte eigenhandig de Wikipediapagina’s van zijn vijanden te veranderen, blijven we onwetend. Letterkundig gezien is de emmer vis die Zeeman een keer over zich heen gekieperd kreeg, zijn belangrijkste wapenfeit. Ik wil niet zeggen dat Zeeman als een Olympiër wordt neergezet, maar Otterspeer doet voornamelijk wat een ware vriend geacht wordt te doen: Zeeman veel groter maken dan hij ooit is geweest.  

Was Zeeman een geweldig essayist? Ik zou niet zo gauw een tijdgeest veranderend stuk weten. Een groot dichter? Ik weet niemand die ook maar een vers van Zeeman uit zijn hoofd kent. Heeft hij als criticus meer gedaan dan alleen zijn eigen vooroordelen nagejaagd? Vraag het aan het graf van Joost Zwagerman. Ja, Zeeman heeft even een televisieprogramma gepresenteerd over boeken, maar ik zie zijn kop nog opzwellen als de naam van Arnon Grunberg per ongeluk viel. 

Voor mij is Michaël Zeeman vooral een schrijver van boeken die nooit zijn geschreven. Vele uitgeverijen hebben boeken en boekjes van Zeeman aangekondigd die nooit zijn uitgekomen, met De denksporter als mooiste titel. Eigenlijk is Zeeman een gigant, die met veel lawaai is gevallen nog voordat een bananenschil op zijn pad kwam. Ik weet niet of Willem Otterspeer het zo heeft bedoeld, maar op een bepaalde manier heb ik van zijn boek bijzonder genoten. 

Mannetje van de krant
Jan Blokker jr.
Querido
€ 26,99

In alles ben ik groot
Willem Otterspeer
Prometheus
€ 37,00