Soms heb ik gewoon helemaal geen zin om een lollige preek te schrijven. Dan komt mijn ware aard naar boven: een naargeestige, bekrompen, humorloze en tot op het bot gefrustreerde doemdenker met een hartstochtelijke doodswens. Mijn dramatische sprong uit de naar kamfer en schimmel stinkende Calvijn-kast is best bevrijdend, want er is niets vermoeiender dan dag in dag uit de vrolijk keffende blije circuspoedel te moeten spelen op het internet. In de jaren zeventig zag ik in Spanje nog weleens zigeuners die een geit op een draaiende ton lieten dansen. Die geit ben ik, bedelend om een applausje van de reaguurders.
Het liefst zou ik helemaal van het internet verdwijnen, totaal niet meer wired zijn en mij beperken tot het bestuderen van de Heilige Schrift en de commentaren van Rashi. Ik probeer X ‘s morgens zo lang mogelijk niet te openen, want een slechter begin van de dag is er niet. Van nature ben ik een goedgeluimd ochtendmens, maar door X krijg ik last van acute morning misanthropy. Als het even kan, wil ik ‘s avonds ook niet meer de waan van de dag volgen op dat open riool, zoals mijn goede collega Hans van Willigenburg (niet te verwarren met de eeuwig gebronzeerde televisiepersoonlijkheid) dat liefkozend noemt. Overdag is er nog nieuws waar twieps op reageren en waar ik eventueel iets mee kan doen in mijn obligate en voorspelbare columns en preekjes, maar ‘s avonds wordt er vooral over de televisie getwiet, en daar word ik pas echt treurig van, van dat oeverloze gezwatel der leeghoofden. Het werpt mij terug in mijn tragische jeugd op de Veluwe: mensen die nakakelden wat ze op de treurbuis hadden gezien en los van het slap lullen over het weer verder niks te melden hadden. En die kereltjes (met name de lagere beroepsmilitairen uit garnizoensplaats Ede) die als papegaaien herhaalden wat G.B.J. Hiltermann die zondag in radiopraatje allemaal niet had geduid. Veel vaders van vriendjes zaten in het leger. Dat waren vaak niet heel snuggere tiepjes maar het leger bood hen de kans carrière te maken. Die vaak boertige mannen verkregen hun kennis via de Encyclopedie voor Zelfstudie. De vier blauwe delen stonden te pronken naast een goudkleurig doosje boeken: wereldliteratuur ingekort tot een behapbare 10.000 woordjes.
En toch, lieve lezer, verpoos ik ondanks mijn negorijtrauma het liefst in de vermaledijde provincie als ik in het tragische moederland ben. De hectiek van Amsterdam trek ik niet meer. Zelfs Lissabon, een flegmatische stad met een provinciale inslag, vind ik al te druk voor mijn tere geest. De stad is volledig verpest door digital nomads en andere invasieven. Toen ik in Rio de Janeiro woonde, in de kolkende volkswijk Catete, knapte er iets en besloot ik nooit meer in een grote stad te willen wonen, want ik heb helaas een arendsoog voor rottigheid en voor de zelfkant, en als ik teveel drink beland ik vrijwel zeker tussen de hoeren en de junks en dan koketteer ik op zo’n moment heel pathetisch met die valse romantiek. Leuk voor een column, maar het is de kater des doods die daar de volgende dag onverbiddelijk op volgt, allemaal niet waard. Waar gaat dit geouwehoer waar Gods zegen op rust - en wellicht ook die van zijn collega A. - naar toe, hoor ik u denken. En wat hebben Pieter Waterdrinker, Theodor Holman, Christenen voor Israël en Barneveldse kippen hier mee te maken? Welnu, tromgeroffel, puntje puntje puntje: ik was afgelopen zaterdag in Barneveld, tijdens een grote bijeenkomst van Christenen voor Israël. De hal zat bomvol, met 1500 man. Good clean fun for the whole family, waar vindt men zulks nog in deze barre tijden van verval en decadentie? Allemaal keurige en vriendelijke hardwerkende belastingbetalende mensen, onvergelijkbaar met het falderappes dat sinds 7 oktober 2023 Nederland onveilig maakt. Hier een degelijke samenvatting:
“In de grote zaal, waar het hoofdprogramma plaatsvond, lichtten de LED-letters op het podium op: Israël, teken van hoop. Ze vormden een krachtig teken dat de hele dag door aanwezig was. Israël als teken van hoop voor ons als christenen en voor de rest van de wereld: daar draaide deze dag om.In de ochtend betraden verschillende sprekers het podium en werd er veel gezongen. De zaal zong overtuigend en enthousiast mee. Tussen de bijdragen door maakte Gert van der Vijver live op het podium prachtige zandtekeningen, speciaal ontworpen voor deze Israëldag. Tijdens de goed verzorgde lunch was er vervolgens alle ruimte om elkaar te ontmoeten en met elkaar in gesprek in te gaan. In de middag waren er twee keuzerondes. Bezoekers konden onder andere kiezen voor actualiteit of juist voor de Bijbelse boodschap. In een goed gevulde zaal vertelden Tweede Kamerleden Chris Stoffer (SGP) en Don Ceder (ChristenUnie) over de politieke verhoudingen rond Israël in Den Haag. In een andere workshop gingen mensen in gesprek met Midden-Oostenexpert Raouf Leraar, die uitgebreid de tijd nam om alle vragen te beantwoorden. Wie behoefte had aan meer Bijbelse verdieping kon terecht bij dominee Henk Poot. En voor wie het juist wat praktischer mocht, was er een snelle cursus Hebreeuws. Ook dominee Oscar Lohuis verzorgde een goed bezochte sessie over de vele misverstanden die er bestaan rondom Israël. Zo kon iedereen het programma volgen dat het beste bij hem of haar paste.”
En toch, lieve lezer, verpoos ik ondanks mijn negorijtrauma het liefst in de vermaledijde provincie als ik in het tragische moederland ben.
Ik heb de zandtekeningen van Gert van der Vijver en de Bijbelse verdieping van dominee Henk Poot helaas gemist, maar mijn uitgever Otto Wollring en ik verlieten de zaal met een goed gemoed want mensen stonden in de rij om mijn Tel Aviv-boek te kopen, gesigneerd en gepreegd en wel, en met de zegen van de auteur. Een mannenbroeder mopperde even dat al die juffrouwen in bikini voor hem niet zo nodig hadden gehoeven, maar hij zou de foto’s die avond nog nader bekijken in zijn studeerkamer, en vervolgens wellicht tot een ander oordeel over de schaars geklede dochteren van het geliefde volk Israël komen.
Ik was een eeuwigheid niet in Barneveld geweest en de laatste keer dat ik het kippenwalhalla (voor kipeters althans) bezocht, was heel treurig. Ik bezocht toen mijn opa van vaderskant in bejaardentehuis Nebo. De hardvochtige man was aan het dementeren, zijn onafscheidelijke driedelige pak met het vesthorloge zat onder de vlekken. De ooit zo trotse notabel was een schim van zichzelf geworden. Hij kneep verpleegsters in de billen en schuifelde scheldend en vloekend over de duistere gangen van het bejaardentehuis waar het, zoals het hoort, naar urine, kool, diarree en gele vla stonk. Tijdens mijn verrassingsbezoek aan opa - ik had de beste man om uiteenlopende redenen twintig jaar niet gezien - verloor hij ineens de controle over zijn sluitspier en scheet hij zijn broek onder. Hij was niet in staat zichzelf te verschonen en keek mij hulpeloos aan, met een zeldzame blik vol schaamte. Aarzelend kleedde ik hem uit, zette hem onder de douche, droogde hem af en stak hem in een kamerjas. ‘Jouw moeder’, vertelde opa die al snel weer zichzelf hervond en deed alsof er niets gebeurd was, ‘die deugt’. Nog nooit had ik hem iets over mijn moeder horen zeggen. ‘Maar’, vervolgde hij terwijl hij op zijn bolknak sabbelde, ‘haar broers zijn tinnef van het ergste soort.’ Toen ik hem door wilde vragen over de mij onbekende familiegeschiedenis, haakte opa af en begon hij luidkeels te zingen, een liedje in de geest van ‘Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan’. Ik kuste hem op zijn voorhoofd en maakte dat ik wegkwam. Drie dagen later werd hij dood gevonden. Als kind bezocht ik hem iedere zaterdag. Samen met mijn vader namen we dan de Kippenlijn op station Ede Centrum. Mijn vader vertelde iedere keer als we in Barneveld waren weer over Jan van Schaffelaar, die van de toren sprong. Net zo macaber waren zijn verhalen over kasteel De Schaffelaar tegenover het station. Van december 1942 tot september 1943 diende dit kasteel als interneringsplaats voor de zogenaamde Barneveldgroep: 650 Joodse Nederlanders met een ‘bijzondere status’ (hoogleraren, rechters, officieren, industriëlen, etc.) Op 29 september 1943 werd de hele groep onverwacht opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht, en later grotendeels naar Theresienstadt. In het park staat een monument voor de Barneveldgroep. Terwijl ik somberde over mijn verdrietige jeugd en over de Holocaust, hoorde ik een blijde schreeuw van mijn uitgever Otto, die een heuse eierautomaat had gevonden. Tien kakelverse eieren uit de poepertjes van heuse Barneveldse kippen voor slechts 2 euro en 20 cents, waar vind je zoiets nog in Nederland? In Amsterdam was de automaat allang gesloopt en hadden fatbikers en andere jongeren er Hamas-leuzen op gespoten, zoals Doot aan de Jooden en hun zioonistiese eitjes.
De volgende dag had mijn uitgever Ezo Wolf een literair middagje georganiseerd in Sint Pancras, met Pieter Waterdrinker en Theodor Holman. Hun laatste boeken gaan over Oekraïne, over oorlog, over de grote thema’s des levens. Holman’s De Huilende Gorilla is huiveringwekkend, net als Waterdrinkers Baden Baden, dat net uit is. Sint Pancras is hardcore provincie, en eigenlijk alleen bekend als geboorteplaats van Hendrik Jan Marsman, beter bekend als de schrijver J. Bernlef. De auteur van Hersenschimmen is geëerd met een heus Bernlefpad, dat vooral bezocht wordt door honden die daar hun behoefte uit hun reten schijten. Een naargeestige plekje dat net zo droevig is als de tochtige spooksteeg in Amsterdam die de naam draagt van mijn heldin Annie M.G. Schmidt. Overigens is Pancratius een van de vier ijsheiligen, samen met Sint Mamertus, Sint Servatius en Sint Bonifatius. Zo, dan weet u dat ook weer. Kinnesinne is mij niet vreemd en ik ben vooral jaloers op Pieter Waterdrinker. Het gemak waarmee hij prachtboeken schrijft, de een na de ander, is gekmakend. Baden Baden las ik in één ruk uit (pun not intended). Pieter zal niet snel een klimaatroman schrijven, zoals Tommy Wieringa, of zichzelf mystificeren zoals Peter Buwalda (de mystificatie betreft hoofdzakelijk het chronisch overschrijden der deadlines, qua romans en qua columns). In Settler Jack’s Colony ontspon zich een heerlijk herengesprek met meesterinterviewer Theodor Holman, wiens aangrijpende laatste roman terecht bewierookt werd door Waterdrinker. U kunt hier op uw gemakske naar het gesprek kijken, en ik kom ook nog even in beeld. Het interview begint op 12 minuten.
Pieter Waterdrinker vertrekt vandaag, donderdag, met een cruiseschip van Lissabon via Brazilië naar Argentinië en ik had graag meegewild. Het doel is belangrijker dan reis, want zo’n varend vakantieparadijs lijkt mij de hel. Je kan er niet van af, en ik zou op gegeven moment baldadig worden, zeker met een slokkie op. Recentelijk zag ik een documentaire Trainwreck: Poop Cruise en die vond ik zeer vermakelijk. Tout court: mijn weekeinde in Nederland was zeer louterend dankzij de twee literaire kanonnen, en dankzij de Christenen voor Israël en de kippetjes van Barneveld en hun kekke eitjes. Al die tijd zat ik niet op dat vervloekte internet, en dat moet wel komen door de magische werking van de provincie. Ik kan het iedereen aanraden.






