Column

Hoe blijf je overeind in een wereld die alleen maar erger wordt?

Een student mailt Ilja Leonard Pfeijffer een vraag die hij niet kan negeren: hoe blijf je emotioneel overeind in een wereld die dagelijks nieuwe rampen produceert? Hij heeft geen gemakkelijk antwoord. Maar hij probeert het toch.

11/03 | 2026
door Ilja Leonard Pfeijffer
Leestijd 5 minuten
Afbeelding

Ik heb het voorrecht dat ik vaak post mag ontvangen van lezers, vooral in de vorm van e-mails. Hoewel ik dankbaar ben voor ieder bericht en voor ieder teken van leven dat mij eraan herinnert dat er een wereld bestaat voorbij mijn schrijftafel, zou ik er een roman per jaar aan moeten opofferen om alle post te beantwoorden met de aandacht die deze verdient. Mocht u, dierbare lezer, tot diegenen behoren die nooit een antwoord van mij hebben ontvangen, weet dan dat u in mijn gedachten bent en dat u met velen bent en aanvaard mijn nederige excuses.

Af en toe komt het voor dat ik zozeer word geraakt door een brief of door een e-mail dat het voor mij onmogelijk wordt om mij nog langer tegen mijzelf in bescherming te nemen en om de pijnlijke discipline van zwijgzaamheid te blijven opbrengen. Dit gebeurde gisteren. 

‘Beste meneer Pfeijffer,’ zo begon de mail die ik gisteren ontving. ‘Ik ben K. en ik kwam er recent achter dat u zou langskomen bij mijn universiteit om een gesprek te voeren over de huidige geopolitiek. Jammer genoeg kan ik er niet bij zijn en precies daarover gaat een vraag die ik eigenlijk had willen stellen tijdens het evenement. Het is voor mij emotioneel heel zwaar om de huidige, tragische ontwikkelingen op te volgen zodat ik ervoor heb gekozen om de laatste tijd wat afstand te doen van nieuwszenders en geopolitieke debatten. Tegelijk erken ik het privilege dat ik überhaupt afstand kan doen wanneer het te veel wordt en dat voelt heel wrang of naar aan. Ook zie ik het als mijn plicht als burger om geïnformeerd te blijven en tegengewicht te bieden op kleine en grote schaal. Mijn vraag is hoe (en of) u het evenwicht bewaart tussen emotionele stabiliteit enerzijds en geïnformeerd en geëngageerd te blijven anderzijds. Dank u wel voor uw tijd en ook bedankt om studenten te betrekken in zulke belangrijke discussies. Met vriendelijke groeten, K.’ 

Deze mail raakte mij vanwege de oprechtheid en vanwege de urgentie van de vraag die erin wordt gesteld. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om niet op zijn minst een poging te wagen om hierop een antwoord te formuleren. Het is een belangrijke vraag die K. mij stelt. Omdat ik weet dat velen met dezelfde vraag worstelen, heb ik de ongebruikelijke beslissing genomen om K. antwoord te geven in een open brief op deze openbare plek en om u, dierbare lezer, deelgenoot te maken van mijn overwegingen. Omdat ik niet zeker weet of K. deze vorm van openbaarheid op prijs stelt, heb ik hem of haar K. genoemd. Zijn of haar echte naam houd ik voor mijzelf. 

Ik denk niet, beste K., dat het bevredigend zou zijn als ik op jouw vraag zou antwoorden dat tragiek niet minder tragisch wordt door onze ogen ervoor te sluiten. Jij denkt ook helemaal niet dat dat wel zo is. Jouw vraag gaat over iets anders. Je wilt weten hoe je je bewust kunt zijn van de tragiek zonder daar aan onderdoor te gaan. 

Ik heb zelf ook met dit dilemma geworsteld. Ten bewijze daarvan kan ik mijzelf citeren. ‘Misschien is naïviteit gewenst,’ schreef ik eerder op deze plek. ‘“In veel wijsheid is veel verdriet en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart,“ zegt de Prediker. Dit is natuurlijk vuige propaganda van bekeerlustige godsdienstverdwaasden, die kritiekloos geloof in fabeltjes verkiezen boven zelfstandige waarheidsvinding. Maar dit neemt niet weg dat het waar is. Ik begeef mijn hart om met wijsheid te onderzoeken en na te speuren wat er geschiedt onder de hemel en ik zie en begrijp de moedwil van de verdwazing van de consumptiemaatschappij, de verwording van de democratie, de uitverkoop van de vrijheid in naam van de vrijheid en de verregaande marginalisering van alles wat een waarde heeft die niet in geld kan worden uitgedrukt. Ik zie al de werken aan die onder de zon geschieden en het is al ijdelheid en kwelling des geestes. Maar ik laat mij niet knechten door mijn eigen behoefte aan comfort! Ik ga niet als een yogamoeder mijn quinoa-kom vol moreel verheven egoïstische afzijdigheid, afgetopt met een spirulina-swirl, verkiezen boven zwarte vingertoppen van het doorspitten van dichtbedrukte kwaliteitskranten waarin de pijnlijke waarheid in inktzwarte drukinkt dag na dag aan het licht wordt gebracht. Wie niet bereid is tot wijsheid, onderzoek, wetenschap, smart en kwelling des geestes, is een schaap voor de wolven en rijp voor de kudde die door clerus of dictators zal worden geherderd.’

Wie niet in staat is opwinding te ervaren bij rampspoed, moet geen historicus willen zijn van deze tijden.

Dat was stoere praat, geformuleerd met een schwung die mijn onbehagen moest overschreeuwen. Dat wist ik zelf ook. ‘Maar toch,’ schreef ik vervolgens. ‘Gelukkig word je er niet van door gehoor te geven aan je morele plicht om te weten. In al mijn columns, artikelen, overpeinzingen en onderzoekingen construeer ik mijn eigen kerker van zwartgalligheid, onwrikbaar als mijn onwrikbare gelijk. Als ik in dat duister af en toe een signaal mag ontvangen vanuit de buitenwereld dat het niet helemaal zinloos is, kan ik het verdragen om gelijk te hebben. Alleen dan.’ 

Jouw mail is zo’n signaal, beste K., en ik dank je daarvoor. Maar daarmee hebben we jouw vraag nog steeds niet beantwoord. Ik draai er omheen, dat merk je. Het is ook niet gemakkelijk. 

Als ik er oprecht over nadenk – en dat is wat ik wil doen voor jou –, dan denk ik dat voor mij persoonlijk geldt dat ik in staat ben om mijn evenwicht te bewaren te midden van alle ontwortelende ontwikkelingen doordat ik mij op een perverse manier bevoorrecht voel om getuige te mogen zijn van de geschiedenis. Ik vind alles wat er gebeurt buitengewoon verontrustend, maar ik vind het ook spannend. Ik ben oprecht benieuwd wat er morgen allemaal zal gebeuren en overmorgen en hoe dit allemaal gaat aflopen, hoewel ik natuurlijk ook wel weet dat niets ooit afloopt omdat alles almaar doorgaat en doorgaans alleen maar erger wordt. Ik heb het idee dat wij in dit tijdsgewricht in een groot verhaal zijn terechtgekomen en ik smul van grote verhalen, hoe angstaanjagend zij ook zijn mogen. 

Dit zou een antwoord zijn dat voor mij geldig is, maar ik pretendeer niet dat het ook jou zou kunnen helpen, want dit defensiemechanisme werkt alleen voor mensen zoals ik, die behept zijn met de ziekelijke perversiteit van een voyeur of van een ramptoerist. Wie niet in staat is opwinding te ervaren bij rampspoed, moet geen historicus willen zijn van deze tijden. 

Ik vrees dat er voor mij nog iets meespeelt, wat het alleen nog maar erger maakt. Ik houd ervan om gelijk te krijgen. Waar normale mensen tegen de klippen op zo lang mogelijk voor zichzelf proberen vol te houden dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen, dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als hij wordt opgediend en dat er niets nieuws is onder de zon, denk ik vanwege mijn aangeboren en gecultiveerde sensatiebelustheid te zien dat de mechanismen in werking zijn gezet van een apocalyps in wording. Vervolgens ervaar ik het als buitengewoon bevredigend om daadwerkelijk in het gelijk gesteld te worden. Misschien moet je wel een slecht mens zijn zoals ik om in deze tijden niet uit je evenwicht te worden gebracht. 

Dat laatste meen ik, in die zin dat ik oprecht vind dat het voor jou pleit dat je worstelt met de vraag die je mij hebt gesteld. Je moet er trots op zijn dat je moeite hebt om emotioneel stabiel te blijven bij de ontwikkelingen die zich in deze tijd voordoen in de wereld. Zoek niet naar een harnas, maar laat je zachte handen zien. Een boeddhist sluit zijn ogen niet voor het ontzaglijke lijden in de wereld. De kunst is om het lijden, zoals de Boeddha heeft gedoceerd, niet te bejegen met afschuw of woede, maar met compassie. Wij moeten leren om medelijden te hebben met de onwetendheid van hen die ons kwaad berokkenen. Wij moeten niet gefrustreerd raken door ons onvermogen om al dat kwaad uit de wereld te helpen, maar in plaats daarvan moeten we vandaag beginnen met een poging om één klein ding een klein beetje beter te maken. En morgen nog een ander ding, misschien, dat zullen we morgen wel zien. De weg die wij moeten bewandelen is de weg van kleine daden die het lijden van medemensen een klein beetje verlichten. De mail die jij mij hebt gestuurd is zo’n daad. Ik dank je daarvoor. 

Met vriendelijke groet,

Ilja Leonard Pfeijffer