Verguld verliet ik Volendam en reed terug naar mijn gezin in de Betuwe. Tegen de tijd dat ik aankwam bij de pont die mij scheidde van de laatste drie kilometers, was de zon goeddeels onder en werd het vaartuig verlicht door een fraaie combinatie van kunst- en daglicht, gelijk een Edward Hopper in beweging. Ik was de enige wachtende, en terwijl de gele schuit naderde, schalde mij een lied tegemoet. Dat was een nieuwtje. Míj was muziek op de pont in elk geval nog nimmer overkomen. Het geluid droeg ver over de rivier, maar werd gesmoord in een krakende landing.
Ik reed mijn auto de boot op, begroette de schipper en rekende af. Hij besteeg de ladder van de cabine, haalde de klep op en zette andermaal zijn cd-speler op volle sterkte over het verlaten water. “One way wind,” klonk nu plotsklaps luid en duidelijk uit de kleine boxen. Piet Veerman trok mij aan mijn recht overeind staande haren in twee overdonderende minuten naar de overkant: “Are you trying to blow my mind?” Die kat in het donker had ik niet zien aankomen, en zelden heeft een groots monument mij zo onnavolgbaar origineel ingepakt.
Enfin, ik van de pont af en naar huis. Maar ik kon het niet laten om de schipper twee dagen later op een volgende oversteek aan te spreken. De emotionele en hypnotiserende lading van mijn belevenis ontging hem zichtbaar, maar een exemplaar van het blad werd in dank aangenomen. Een veerman, levenslang fan van The Cats, bezorgde mij een late bekering in één overtocht.


