Tijdens het tergende niets van een overgangsetappe kun je afgestraft worden voor een moment van onoplettendheid als een massale valpartij of een snijdende demarrage plaatsvindt. Een magistrale sprint (en vooral ook de voorbereiding daarvan) kan een middag verveling helemaal goedmaken. De afvalrace die de beklimming van een gemene berg is, kan net zo enerverend zijn als een roekeloze afdaling. Zelfs kan ik ontroerd raken als Andy Schleck, dan drager van de gele trui, water gaat halen voor zijn ploegmakkers.
Wielrenners zijn mijn helden. Ooit heb ik welbespraakt een sessie met de koningin meegemaakt, ooit heb ik stamelend Gerrie Knetemann een hand gegeven. Onlangs heb ik me voorgesteld aan Michael Boogerd. Hij zei: “Maar ik ken je wel...” Het was de derde keer dat ik me voorstelde aan Michael Boogerd, maar toch.
Lang is de lijst van wielervedetten die mij peilloos genot hebben verschaft. Als televisie niet was uitgevonden, had ze uitgevonden moeten worden voor live-verslagen van wielerklassiekers en grote ronden.
Positiever dan dit wordt het niet.

