De inmiddels zeventigjarige Lech Walesa is een legendarisch politicus. Hij zorgde er onder meer voor dat het communisme in Oost-Europa viel, kreeg de Nobelprijs voor de Vrede, maar wordt in ‘zijn’ land Polen door een groot deel van de bevolking verguisd. Nu is er een film over hem gemaakt, een biografische rolprent, waarin regisseur Andrzej Wajda zijn naam probeert te zuiveren.“Over honderd jaar staat er in iedere stad in het land een monument ter herinnering aan Lech Walesa”, zei Lech Walesa in een van zijn bekendste redevoeringen. Nee, aan bescheidenheid doet hij niet. Maar wat wil je, als je van simpele, weinig charismatische electriciën op een scheepswerf opeens de machtigste man van Polen wordt? Het overkwam hem nadat hij eind jaren zeventig de onafhankelijke vakbond Solidarnosc oprichtte, Pools voor ‘Solidariteit.’ Deze vakbond werd aanvankelijk de kop ingedrukt door het communistische regime, er vielen zelfs doden bij demonstraties – een tegengeluid werd niet geduld.Maar Walesa liet zich niet uit het veld slaan en bleef doorgaan met het zoeken naar een vreedzame samenwerking. In 1980 zochten de communisten dan eindelijk toenadering tot de vakbeweging. Vanaf 31 augustus van dat jaar werd Solidarnosc zelfs officieel gedoogd door de regering. Een unicum: voor het eerst werd er in een Oostblokland een onafhankelijke vakbond toegelaten door de communisten. Lech Walesa kreeg in 1983 de Nobelprijs voor de Vrede voor deze vreedzame toenadering, en in 1989 de Europese Mensenrechtenprijs. Na de val van het communisme werd Walesa in 1990 gekozen tot eerste president van Polen. Historici beschouwen zijn werk als een belangrijke bijdrage aan de val van het communisme in het Oostblok. En toch is Lech Walesa zo ongeveer de meest omstreden man van Polen.Omstreden En nu is er de film, met de in het Engels vertaalde titel: Lech Walesa, Man of Hope. De hoogbejaarde en met een Oscar bekroonde regisseur Andrzej Wajda geeft “de man die zijn eigen imago verkwanseld heeft, zijn eigen legende terug.”


