‘Je moet veel boter op je boterham doen,” moedigt Hans van Manen me aan. “Echt veel. Nee, dat vind ik belachelijk weinig. Meer. Veel boter smaakt namelijk zo heerlijk. Vooral als er zalm op ligt.”
We zitten in zijn met moderne kunst behangen eetkamer in Amsterdam-Zuid. De tafel is keurig gedekt, de servetten zijn gestreken, een fles chardonnay is ontkurkt. “Je moet er echt meer boter op doen. En dan twee plakken zalm. Niet een. Twee. En dan wat peper en citroen. Bij mij moet er overdreven worden.” Als ik met het olijfhouten botermes een flinke laag boter op de bruine boterham heb gesmeerd en er twee plakken zalm op heb gelegd: “Ja, zo is leuk.” Zelf legt hij slechts één plakje zalm op zijn bord.
Waarom eet u zelf niets?
“Ik houd af en toe even op met eten. Dan eet ik tussen de middag een ons paling en een plak gerookte zalm en meer niet. En dat gaat geweldig. Ik sta altijd voor dansers en die zijn zo geweldig gedisciplineerd en zien er zo geweldig uit, dus als ik voor ze sta wil ik er ook een beetje uitzien als een danser met mijn kleren aan. Omdat ik ze respecteer. Ik zeg altijd: voor je vijftigste moet je er goed uitzien zonder kleren, na je vijftigste mét.”
Hoeveel weegt u?
“Ik denk zo rond de 64 kilo.”
Dat is niet veel.
“Nee, maar ik voel me er goed bij. Aan diëten doe ik niet. Van die mensen die dan een periode minder gaan eten... ik vreet gewoon altijd bijna niks! ’s Middags eet ik een ons gerookte zalm en ’s avonds een kop kippensoep of drie coquilles met een beetje sla. Klaar. En waarom eet ik zo weinig? Ik wil wel gewoon wijn kunnen blijven drinken. Want als dat ook al niet meer mag, wordt dat erg vervelend.”
Drinkt u veel?
“Een fles wijn per dag. En tien sigaretten. Als je rookt, is weinig eten zoveel makkelijker – een sigaret stilt de trek. En ’s avonds rook ik dan ook vaak nog een lekkere joint.”
Overal in de kamer liggen stapels papier. “Oude contracten,” zegt hij. Over zes weken verhuist de choreograaf naar een flat nabij het Museumplein. Het grote uitzoeken is begonnen. Drie dozen met brieven, twee niet te tillen tassen met foto’s en bergen kleding zijn al door zijn handen gegaan; een heel leven.
Ziet u op tegen de verhuizing?
“Het verhuizen op zichzelf is vervelend, maar om verhuisd te zijn lijkt me erg leuk: een heel nieuw huis, alles weer anders neergezet, al die mensen die weer komen eten in een ruimte waar ze nog nooit gezeten hebben.”
Hoe lang heeft u in dit huis gewoond?
“Bijna vijftig jaar. Ik heb eerst 36 jaar bij mijn moeder gewoond, en daarna ben ik hier komen wonen.”
Pardon? Bij uw moeder?
“Ja. Eerst als kind natuurlijk, maar toen ik vanaf mijn zestiende geld ging verdienen als toneelkapper – en later als danser en choreograaf – huurden we samen een huis. Zij voor, ik achter.
Dat is toch niets voor een jongen? Hoe nam u dan bijvoorbeeld stiekem een vriendje mee naar huis?
“Dat hoefde niet stiekem. Ik wist op mijn elfde al dat ik op jongens viel en mijn moeder kwam erachter toen ik veertien was. Op een dag zei ze: ‘Ik moet je iets vragen.’ Mijn moeder had namelijk van vriendinnen gehoord dat ik weleens in de Jamaica Inn kwam, een behoorlijk stoute homoseksuele bar – van het woord gaykroeg hadden we nog nooit gehoord – in Amsterdam. We gingen zitten. ‘Ben je homoseksueel?’ vroeg ze. ‘Ja,’ antwoordde ik kortaf. ‘En vind je dat erg?’ ‘Nee,’ zei ik bits. Toen zei ze: ‘Nou, gelukkig dan maar.’ En toen hebben we alle twee even gehuild en vanaf dat moment hebben we nog meer lol met elkaar gehad dan we al hadden. Later heb ik wel vriendjes gehad die – omdat het zo’n leuk wijf was – vriendschap met haar hadden gesloten en lang nadat het uit was gegaan nog bij haar op de koffie kwamen. Dan riep ze: ‘Pim is er!’ En dan riep ik vanuit mijn kamer terug: ‘Kan me geen donder schelen!’
‘De seks wordt natuurlijk minder; als je 85 wordt, houdt dat wel een beetje op. En dat is ook geen punt. Ik heb het allemaal wel gezien.’
Hans van Manen
Mede door het vroegtijdige overlijden van zijn vader bouwde hij een bijzondere band op met zijn moeder Marga. Samen woonden ze gedurende de oorlog tussen de hoeren op de derde etage van ‘een huis van lichte zeden’ in de Marnixstraat in Amsterdam. Daar ontdekte hij zijn liefde voor de dans. Elke zondagmiddag, als het radioconcert van het Concertgebouworkest door de kamer schalde, danste hij tussen de schuifdeuren. “Ik heb veel lol gehad in de oorlog. Maar het was ook een heel armoedige tijd. Met mijn buurkinderen Richard en Frieda was ik altijd op pad. Krengen waren we. We jatten tramblokjes – die waren toen nog van hout en teer – uit trams, omdat die zo adembenemend fantastisch brandden in ons noodkacheltje. Of we reden een heel stuk op een fiets op velgen – want banden waren er niet – om wat aardappels of suikerbieten te pakken op een akker. En als dat niet lukte, groeven we tulpenbollen uit het plantsoentje voor Hotel Americain. Zodat we toch wat te eten hadden. Dat ging goed tot ik hongeroedeem kreeg.”
Is het daarom dat u uw gasten nu zo verwent?
“O, nee, ik vind het gewoon verrukkelijk om voor andere mensen te koken, ook al eet ik zelf niets. Er zal wel een moeder in me zitten of zoiets afschuwelijks. Dat is eigenlijk ook de belangrijkste reden dat ik ga verhuizen: ik krijg de boodschappen de trap niet meer op. Ik moet drie trappen op om in huis te komen. Nu moet ik bij de eerste etage tien seconden rusten, bij de tweede etage twintig seconden en als ik boven ben, puf ik uit. Vroeger nam ik zelf ook altijd de flessen mee naar boven, maar gelukkig heb ik een wijnhandelaar die twintig flessen in één keer naar boven brengt. De groenteman en de visboer kan ik gelukkig houden. Mijn nieuwe huis ligt niet ver hiervandaan.”
U gaat naar een soort aanleunwoning?
Met een vies gezicht: “Nee zeg! Het is een flat met een oprijlaan en een huismeester – heel chic, vlak bij het Concertgebouw, en daar betaal je natuurlijk ook voor, maar dat je aan het eind van je leven rijk kunt zijn, is natuurlijk erg fijn. En mijn vriendin Neelie Kroes komt naast me wonen. Leuk wijf hoor. Die is privé heel anders dan in de media. Dat is in het echt niet zo’n pittige dame hoor. O nee. Ze vraagt altijd heel veel aan me. Hoe Henk (van Dijk, al 45 jaar zijn partner – red.) en ik elkaar hebben leren kennen bijvoorbeeld. En hoe het is om met iemand getrouwd te zijn en toch niet samen te wonen.”
En hoe is dat?
“Prima. De seks wordt natuurlijk minder; als je 85 wordt, houdt dat wel een beetje op. En dat is ook geen punt. Ik heb het allemaal wel gezien.” Ondeugend: “Maar als ik op de televisie een buitengewoon leuke acteur zie, dan denk ik wel: als hij hier aanbelt, haal ik hem meteen naar binnen.”
Is daar iets voor in de plaats gekomen?
“Alles wat tussen mensen gebeurt, is erotiek. Daarvoor hoef je niet met elkaar te neuken. Als het wel kan, is het fijn, en ik vind ook dat je het dan vooral niet moet laten, maar ik zit er niet meer achteraan. Ik ben tot op de dag van vandaag stapelverliefd op Henk. Als hij tien minuten te laat is, denk ik al: ik moet de politie bellen. En er is natuurlijk ook sprake van liefde tussen al je vrienden. Dat kan ook sexy zijn. Maar dat neemt niet weg dat ik af en toe best nog weleens even neuk hoor. Dan belt er weer eens een oude vriend op en dan willen er weleens dingen gebeuren. Maar dat zijn altijd mensen die ik al heel lang ken, en het komt niet vaak voor.”
Zo’n verhuizing is in zekere zin ook een voorbereiding op de dood: u laat het leven nog één keer door uw handen glijden en bewaart wat u vindt dat bewaard moet blijven.
“Ik vind ook dat je dat goed moet regelen. Niets is erger dan niets geregeld te hebben. Toen ik naar de notaris was geweest om mijn nalatenschap te regelen, zei ik tegen Henk: ‘Je hebt alles en je geeft het maar weg, daag.’ Maar het interesseert hem niet. Hij wil ook nog steeds naar de niet zo dure hotelletjes waar we vroeger logeerden. Dan zeg ik: we hebben het geld, dus we gaan gewoon in het West Inn zitten. En dat vindt hij ook prima, maar het interesseert hem niet.”
Moet er op uw begrafenis gedanst worden?
“Daar wil ik niets mee te maken hebben. ‘Over mijn lijk’ zou ik bijna willen zeggen. Ze zullen wel prachtige balletmuziek laten horen en er zullen vast een aantal mensen zijn die de leukste dingen over me kunnen zeggen, maar het zal me een zorg zijn. Ik ben helemaal nooit met de dood bezig, maar ik begrijp wel heel goed dat ik ooit doodga – dat zijn twee totaal verschillende dingen. Met de dood bezig zijn betekent dat je er angstig voor bent. Dat ben ik niet. Het mooiste lijkt me om in je slaap dood te gaan, een goede hartaanval is ook prima, een dubbele hersenbloeding zonder dat je aangesloten wordt is ook prachtig, maar kanker is vervelend. Daarom heb ik ook een euthanasieverklaring. Je moet zorgen dat je niemand met je dood opzadelt. Niet met de nalatenschap, maar ook niet met dit soort beslissingen. Dat is het enige wat ik erover denk. En tot die tijd moet je er maar het beste van maken.”
We hebben het er al even kort over gehad: rijkdom is voor u nietvanzelfsprekend. Bent u gelukkiger nu u geld heeft dan toen wanneer u dat niet had?
“Geld maakt niet gelukkig, maar het is wel prettig om het te hebben. Vroeger, als er een vriend kwam eten, vroeg ik: ‘Waar heb je zin in?’ ‘Spaghetti met krab,’ antwoordde hij dan. Dat konden we natuurlijk helemaal niet betalen. Maar dan ging hij even een pakje boter halen bij de Albert Heijn, die toen nog een kleine kruidenier was, en dan stak hij stiekem een blikje krab van Chatka van negen gulden vijftig onder zijn jas. En dan maakten we heerlijke spaghetti met krab. Nu hoef ik daar niet meer over na te denken. Ik eet niets, maar als ik wil, kan ik eten wat ik wil.”
Neem het er dan lekker van, zou ik denken. Zullen we de tweede boterham delen?
“Nee, echt niet, ik ben tevreden zo. Ik moet een beetje oppassen met brood. Ik heb een colbert en die past nét niet. Ik krijg het knoopje niet meer dicht. Dus ik naar de kleermaker, maar die zei me dat ik het gewoon zo moest laten. ‘Dat is in de mode.’ En dat vind ik idioot. Ik ben op nogal wat buitengewoon bijzondere party’s geweest van buitengewoon bijzondere mensen, en wat me elke keer weer opvalt, is dat ze tegenwoordig allemaal hun jasje open laten staan. Ook als ze binnenkomen. En ik heb altijd geleerd: binnenkomen, jasje dicht, en als je dan gaat zitten, doe je je jasje open. Dus ik maak van de nood een deugd en houd mijn jasje nu ook open.”
‘Het mooiste lijkt me om in je slaap dood te gaan, een goede hartaanval is ook prima, een dubbele hersenbloeding zonder dat je aangesloten wordt is ook prachtig, maar kanker is vervelend. Daarom heb ik ook een euthanasieverklaring.’
Hans van Manen
Is kleding belangrijk voor u?
“Ik kijk altijd naar wat iemand aan heeft. Vooral bij vrouwen. Bij mannen valt niet zoveel te zien – behalve dat de smoking die hij vijf jaar geleden heeft gekocht iets te krap begint te worden. En voor mezelf: ik vind het belangrijk om er goed verzorgd uit te zien. Als het even kan, laat ik mijn kleding ook op maat maken. Dat komt ook omdat ik dat nog gewend ben als danser; danskostuums worden altijd op maat gemaakt. Dan weet je hoe fijn dat zit.”
Over dans gesproken: uw oeuvre wordt de laatste jaren herontdekt. Overal lees ik lyrische recensies over stukken die soms al vijftig jaar oud zijn. Dat moet u deugd doen.
“Zeker. Met de danskunst gaat het goed, maar met de aandacht daarvoor niet. Ik vind dat de danskunst wordt gediscrimineerd in Nederland. Ik zal je een voorbeeld geven. Het Nationaal Ballet bestaat vijftig jaar, er gaan in twee dagen negen choreografieën in première. The New York Times schrijft: er is nog nooit zoiets vertoond, en wat staat er in NRC Handelsblad? Geen woord. Ze vonden het, zo heb ik later begrepen, niet interessant genoeg om er een stukje aan te wijden. De hele internationale pers was aanwezig bij het festival, wij worden samen met Sint-Petersburg, Bolsjoj en Parijs gerekend tot de vier beste balletten ter wereld, en dan vindt de NRC het niet interessant genoeg? Toen heb ik die hoofdredacteur eens even opgebeld en de huid vol gescholden. De volgende dag stond er een klein, nietszeggend stukje van tien regels over in de krant. Het is verschrikkelijk. Elke dag lees je een recensie of wat over een middelmatig popconcert, maar dans? Nee. Niet interessant. De kranten zijn zo commercieel als de pest. Ze schrijven alleen wat de massa wil lezen. Alleen Trouw wil nog weleens een goed inhoudelijk stuk over dans schrijven.”
Toen u in juni de Turkse staatsprijs voor ‘Choreograaf van de Eeuw’ weigerde, wisten ze u wel te vinden.
“Maar dan gaat het weer niet over de danskunst. Godzijdank heb ik die prijs toen geweigerd zeg, drie weken voor de ellende daar begon. (Van Manen weigerde deze eretitel omdat de persvrijheid en de mensenrechten in Turkije onder druk staan – red.) Ik had trouwens helemaal geen zin om op mijn schouders geslagen te worden. Ik heb al vier keer eerder in mijn leven een prijs geweigerd, en nooit heeft iemand daar een woord over geschreven.”
Heeft u het idee dat u te weinig erkenning krijgt?
“O nee, dat zeker niet. Persoonlijk heb ik niets te klagen. Overal waar ik kom, roepen ze bravo en ik heb zo ongeveer elke prijs gewonnen die er te winnen valt.”
Is het oeuvre in die zin voltooid?
“Als ik nu geen ballet meer zou kunnen maken, zou ik dat ook niet zo erg vinden, maar daar krijg ik de kans niet toe. Ieder jaar vragen ze me weer. En dat vind ik ook wel fijn, want ik ben van nature ongelooflijk lui. Ik zou niet weten wat ik zou moeten doen als ik niet meer kan werken. Dus doe ik graag wat me gevraagd wordt.
“Wat me nog leuk lijkt om ooit eens te doen, is een man op z’n knieën voor een meid laten zitten, dat hij haar even aankijkt en dan met zijn handen onder haar rok gaat – zonder de rok op te tillen – en dan het broekje uittrekt. En dan gaat het licht uit. Het is zo stout. Zo erotisch. Want iedereen, zelfs de grootste boerenlul, weet wat er dan gaat gebeuren.”
Wat zou voor u een reden zijn om te stoppen met werken?
“Als ik niet meer naar de repetities kan lopen, dan hou ik ermee op. En als ik dood ben natuurlijk ook. Maar tot die tijd ga ik lekker door. Ik doe niet meer alles voor zoals ik dat vroeger deed, maar de dansers begrijpen heel goed wat ik bedoel. Ik hoef mijn voet maar vijf centimeter op te tillen en dan weten ze het al.”
U heeft in de zestig jaar dat u nu actief bent als choreograaf meer dan honderdvijftig choreografieën gemaakt. Is er een stuk dat u beschouwt als uw magnum opus?
“Nee, dat moet ieder voor zich bepalen, welk stuk dat is. Bij die honderdvijftig stukken zit ook troep hoor, stukken waarvan ik zeg: die hoef ik niet nog een keer te zien. Ik denk dat er zo’n vijftig stukken zijn waar ik met trots op terugkijk.”
Prinses Beatrix staat bekend als een groot liefhebster van uw werk. Hoe zit dat eigenlijk met Máxima? Weet u dat?
“Beatrix is een geweldige vrouw. Ik zou bijna zeggen een geweldig wijf, maar zoiets zeg je volgens mij niet over een prinses, al vind ik het wel het grootste compliment dat je als vrouw kunt krijgen. Ze weet altijd waar ze het over heeft als ze naar een voorstelling van je komt kijken. Ze heeft een eigen mening over dans, maar ik mag daar ook rustig tegen ingaan. En Máxima, die vroeger buitengewoon leuk was als prinses, is gewoon een verkeerde koningin geworden.”
Waarom?
“Ze is niet meer dezelfde die ze vroeger was. Zo uitbundig als ze als prinses was, hoeft ze nu ook niet meer te zijn, dat kan ze ook niet meer zijn, dat begrijp ik best. Maar die man van haar krijgt altijd maar alle egards. Haar adviseur vertelt hoe ze zich moet gedragen en daar moet ze niet naar luisteren, vind ik. Vroeger kwam ze naar je toe en groette ze je en had je een gesprek over de kinderen en van alles en nog wat, maar nu? Uitgesloten. Ik vind het jammer voor haar. Ze zit gevangen in het protocol.”
‘Godzijdank zal de wereld over honderd jaar lichtbruin zijn. Laten we allemaal maar lichtbruin worden, dan hoeven we ook niet meer twee weken naar Turkije om bij te kleuren.’
Hans van Manen
Wordt dat denkt u gedaan om haar populariteit in te tomen?
“Dat weet ik niet. Zo zou het in ieder geval niet moeten zijn. Ze hoeft niet altijd naast die man te staan. Ze mag ook weleens alleen naar een première komen. Ze is meer dan ze nu is. Het moet wat losser. Alle koningshuizen hadden vroeger schijt aan alles. Al die vrouwen hadden ook gewoon een eigen leven. Ze gingen uiteindelijk wel onder de guillotine, daar niet van, maar ze hadden wel een eigen leven.”
Tot slot: ik vroeg uw goede vriend Erwin Olaf een paar maanden geleden hoe het ervoor stond met de homo-emancipatie in Nederland, en hij zei toen dat hij de vluchtelingenstroom – en dan met name de conservatieve moslims – vreesde. U bent al een leven lang een prominent lid van het COC. Hoe kijkt u hiertegenaan?
“Laat ze maar komen. Godzijdank zal de wereld over honderd jaar lichtbruin zijn. Laten we allemaal maar lichtbruin worden, dan hoeven we ook niet meer twee weken naar Turkije om bij te kleuren. In Amerika zie je het al: daar zijn ze al behoorlijk lichtbruin aan het worden. Ik vind het dik in orde. En van mij mag ook iedereen een hoofddoek omdoen.”
Maar het gaat ook niet om kleur of een hoofddoek, maar om homo’s die vanwege een geloofsovertuiging worden gediscrimineerd. Of is dat een probleem dat niet bestaat?
“Ja zeg, maar niet zo lang geleden kregen we in Nederland ook nog gevangenisstraf als je als jongen van 21 aan het vrijen was met een jongen van 20. Hier waren we tot voor kort niet veel beter hoor, laten we dat niet vergeten. Als wij nou maar blijven zoals we zijn, dan passen zij zich wel aan.”
Bent u dan nooit gediscrimineerd?
“Ik heb een keer gehad dat Henk en ik elkaar een kus gaven in een taxi en dat de taxichauffeur ons daarna weigerde te rijden. Ik heb erover gedacht om zijn kenteken te noteren en naar de politie te gaan, maar ik vond het te veel werk. Als het me een tweede keer overkomt, doe ik het wel.
“Maar zo slecht gaat het met de homo-emancipatie niet hoor. Laatst hoorde ik een heteroman naar een andere heteroman ‘vuile homo’ roepen. Ik vond het geweldig! ‘Homo’ is nu net zoiets als ‘klootzak’ geworden: het woord heeft geen betekenis meer. ‘Krijg de kanker’ betekent toch ook niets meer? Of: ‘Je moeder is een hoer’? Iedere moeder is een hoer tegenwoordig! Ik vond dat echt een teken van vooruitgang.”
Maar als ze het naar u roepen, is het dan nog steeds een teken van vooruitgang?
“Dan roep ik terug: ‘Dat heb je goed gezien!’”






