Duys was decennialang een spil in de Nederlandse muziek- en cultuurindustrie. Hij begon als redacteur bij Het Vrije Volk, werkte als copywriter bij Lintas-Unilever en stapte in 1957 over naar Philips Phonografische Industrie in Baarn. Van 1961 tot 1964 was hij directeur van de Collectieve Grammofoonplaten Campagne; in 1963 was hij mede-initiator van het Grand Gala du Disque, de jaarlijkse Edison-uitreiking die uitgroeide tot het muzikale televisiehoogtepunt van het jaar. Wie in zijn programma’s werd gedraaid of besproken, kon rekenen op landelijke aandacht. Dat verklaart de aanvoer van opdrachten in zijn boekenkast.
Tot de meest sprekende kavels behoort een exemplaar van Buiten van A.B. Wigman, met tekeningen van Rien Poortvliet, dat Cees Nooteboom (1933-2026) en zijn toenmalige partner, zangeres Liesbeth List (1941-2020), in augustus 1973 aan Duys schonken voor diens 45ste verjaardag. Nooteboom en List waren van 1965 tot 1979 een gevierd paar. De band tussen Duys en List ligt voor de hand: als vertolkster van Brel, Theodorakis en Shaffy was zij een vaste waarde in het muzikale circuit waarin Duys de dienst uitmaakte. Over een rechtstreekse omgang tussen Nooteboom en Duys is minder bekend, al was de schrijver in dezelfde jaren actief in de mediawereld, onder meer als redacteur bij Elsevier en de Volkskrant. Het cadeau, een prozaboek over jacht en natuur, sluit aan bij de opdracht voorin: ‘Voor Willem op zijn 45ste verjaardag, om niet meer zo hard te werken en te genieten van tempeest en roerig (?) wild. Cees & Liesbeth, aug. ‘73.’
Twaalf jaar later, in maart 1985, schreef Jan Cremer (1940-2024) een opvallend hartelijk briefje aan Duys, ingeplakt in het jaarwisselingsgeschenk Tropen (Loeb & Van der Velden, 1980, beperkte oplage van vijfhonderd exemplaren): ‘Beste Willem Duys, wat ben ik blij dat u weer terug bent op de radio! Ik heb u tijdens mijn bezoeken aan Nederland des zondags werkelijk gemist. Mijn complimenten, en met vriendelijke groet, Jan Cremer. P.S.: wat ik tientallen jaren geleden reeds zei: u bent de vakman!’ Cremer verbleef in die periode afwisselend in de Verenigde Staten en Nederland. Hij kende Duys uit de mediacircuits van de jaren zestig, toen hij met Ik Jan Cremer (1964) een literair schandaal veroorzaakte en Duys tot de weinige presentatoren met landelijk bereik behoorde die zulk werk gastvrij ontvingen. De toon van het briefje is voor Cremers doen ongewoon onderdanig.
Het briefje van Jan Cremer
De verhouding tussen auteur en presentator komt nog onverbloemder naar voren in de kavel-Michel van der Plas (1927-2013): voorin diens Godfried. Het leven van de jonge Bomans 1913-1945 (1982) staat een opdrachtgedicht, vergezeld van een brief waarin Van der Plas Duys verzoekt het boek in Muziekmozaïek aan te kondigen. Simon Carmiggelts opdracht in Ze doen maar (1976) verwijst naar Voor de Vuist Weg; in die kavel zit bovendien een Parool-Kronkel uit 1978 waarin het programma terugkeert. Verder gaan onder de hamer onder anderen Havank, Herman van Veen, Robert Long en een pseudoniem-brief van Martin van Amerongen als ‘Ir. H.A. Schuringa’.
Bieden kan nog tot en met 14 juni 2026.



