Na twee lange weken wachten was het eindelijk zover: ‘s lands ‘belangrijkste intellectueel’, Thierry Baudet, mocht voor het eerst als Kamerlid het spreekgestoelte van de Tweede Kamer beklimmen. En zoals we dit inmiddels van Baudet gewend zijn, deed hij dat met verve.In een vrolijk drafje, zonder op een enkele manier zijn euforie te onderdrukken, begaf de voorman van Forum Voor Democratie zich naar het podium. Wat volgde was een monoloog die in een willekeurige Harry Potter-film niet zou weerstaan. In de lingua franca van Thierry – het Latijn – werd de rede afgetrapt. Want niets vertegenwoordigt de gewone man in de Tweede Kamer immers zo goed als een dode taal die door een select groepje intellectuelen, wetenschappers – en een handjevol mijterdragers in de Paapse hoofdkwartieren – gebezigd wordt.
Maar helaas voor de lijsttrekker viel het spreukenboek van Baudet niet in de smaak bij de herkozen kamervoorzitter Khadija Arib. Het relaas werd onderbroken met het vriendelijke doch dringende verzoek om het Nederlands als voertaal toch vooral in ere te houden. Voor onze onvervalste polyglot was dat natuurlijk geen probleem. Baudet schakelde moeiteloos over naar de voertaal van de plebejers en de proletariërs.


