Actueel

Prinsjesdag verhuist voor het eerst naar een echte schouwburg

Dinsdag leest de koning de troonrede voor in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. In 2006 noemde HP/De Tijd Prinsjesdag al een toneelstuk: jaarlijks volksbedrog waar iedereen voor juicht.

14/09 | 2026
door De Redactie
Leestijd 1 minuut
DEN HAAG - De Glazen Koets tijdens de generale repetitie voor Prinsjesdag. De bereden ere-escortes oefenden de route vanaf het staldepartement tot de Koninklijke Schouwburg. ROBIN VAN LONKHUIJSEN / ANP
foto: anp

Omdat de Ridderzaal wordt verbouwd, komen de Staten-Generaal morgen voor het eerst bijeen in een echt theater: de Koninklijke Schouwburg aan het Korte Voorhout, waar normaal Het Nationale Theater speelt. De Glazen Koets vertrekt om één uur van Paleis Noordeinde, om kwart over een leest koning Willem-Alexander er de troonrede voor, en rond twee uur verschijnt de familie op het balkon voor de wuivende menigte.

In september 2006, in de week voor Prinsjesdag, verscheen in HP/De Tijd de beschouwing Heulen met het volk, die het ritueel omschreef als het onbehaaglijk hoogtepunt van het Nederlandse openbare leven. De redenering steunde op de Britse econoom Walter Bagehot, die in de negentiende eeuw al schreef dat het koningshuis een sprookjesachtige façade is waarachter het echte machtsspel verborgen blijft: als het volk zou beseffen dat elke wet het resultaat is van compromissen achter de schermen, kwam het vaker in verzet. De troonrede, voorgelezen door een vorstin alsof het haar eigen politieke plannen betrof, was in die lezing het jaarlijkse culminatiepunt van het volksbedrog, en alle partijen deden er in feestkostuum aan mee, omdat openlijk verzet tegen het staatsbestel alleen electoraal verlies kan opleveren.

Maar het stuk keek verder dan het Binnenhof. Het juichen achter de hekken was volgens de schrijver hetzelfde juichen als in de theaters en concertzalen, waar het publiek na elke voorstelling als één man opstaat voor een ovatie, terwijl buitenlandse ensembles elkaar met aarzelende glimlach aankijken: waren we écht zo goed? En het was hetzelfde juichen als in de kunstkritiek, die het toetsen aan eigen kwaliteitsnormen elitair was gaan vinden en liever enthousiast openstond voor elke vernieuwing. De Nederlandse cultuur, zo eindigde het stuk, munt uit in het beginselloos heulen met wat de mode of het gezonde volksgevoel toevallig aandraagt.

Twintig jaar later kan de lezer zelf nagaan wat er van die diagnose is verjaard. De vorstin heet nu koning en de Ridderzaal is een schouwburg geworden, wat de theatervergelijking van 2006 onbedoeld letterlijk maakt. De staande ovatie is nog altijd standaard. Alleen het kritiekloze juichen voor de politiek heeft concurrentie gekregen: langs de route staan tegenwoordig ook omgekeerde vlaggen en boegeroep, en de vraag is of de bewuste kiezer met het felle spandoek, die het stuk in 2006 achter de hekken miste, daarmee eindelijk is opgestaan, of dat het heulen alleen van richting is veranderd.

De schrijver van het stuk, Hans van den Bergh, was theaterwetenschapper en overtuigd republikein. Hij overleed in 2011 en heeft dus niet meer kunnen zien dat de troonrede nu in een echte schouwburg wordt voorgelezen.

Lees hier de beschouwing uit 2006 terug.