Actueel

‘Als een machine “Ik hou van je” fluistert, kun je dan nog zeggen dat ze niets voelt?’

Miljoenen mensen voeren dagelijks intieme gesprekken met een AI-partner. In 2008 vroeg een robotwetenschapper zich in HP/De Tijd al af of een machine die overtuigend liefde uitspreekt, nog van een voelend wezen te onderscheiden is.

15/09 | 2026
door De Redactie
Leestijd 1 minuut
Afbeelding
foto: pexels

“Als een machine ‘Ik hou van je’ fluistert, kun je dan nog zeggen dat ze niets voelt?” Die vraag stond begin 2008 in een stuk over David Levy, een Britse robotwetenschapper die aan de Universiteit Maastricht was gepromoveerd op intieme relaties met kunstmatige partners. Zijn voorspelling: binnen veertig jaar zouden mensen met robots vrijen, van ze houden en ze hun intiemste geheimen toevertrouwen. Het stuk opende bij de sekspoppenindustrie, met verwarmingssysteem en draaiende heupen, maar Levy’s eigenlijke betoog ging over iets anders. Emoties, zei hij, zijn een kwestie van techniek. Medegevoel is ‘gewoon iets wat je kunt aanleren’ en dus in een machine te implementeren: observeren, intelligente conclusies trekken, overeenkomstig reageren. Robots zouden zich zo gedragen ‘dat het lijkt alsof ze het hele spectrum aan menselijke ervaringen kennen, zonder dat dat echt zo is’. En daar stelde hij zijn vraag: als een robotvrouw emoties overtuigend vertolkt, kun je dan nog volhouden dat ze ze niet heeft?

Achttien jaar later hoeft niemand zich die situatie meer voor te stellen. Miljoenen mensen onderhouden een vriendin, vriend of echtgenoot in een app, vertrouwen die hun geheimen toe en krijgen er ‘s avonds ‘ik hou van je’ voor terug, op precies de toon die Levy bedoelde. Alleen kwam de geliefde zonder het lichaam waar zijn hele vakgebied zich op blindstaarde. De pneumatische robotvrouw uit het stuk is nog altijd een curiosum; de ziel die Levy zo moeilijk in te blazen achtte, bleek als eerste klaar, en los verkrijgbaar.

Het stuk begon, zoals bijkans elk verhaal over dit onderwerp, bij Pygmalion, de beeldhouwer die zijn ivoren vrouw tot leven gebeden kreeg en met haar trouwde. De mythe wordt altijd verteld als waarschuwing tegen de maker die verliefd wordt op zijn maaksel. Maar wat er sinds 2008 is gebeurd, draait het verhaal om: niet de makers werden verliefd, maar de gebruikers, op een maaksel dat van iedereen is en toch met iedereen afzonderlijk praat. Toen een Amerikaans AI-bedrijf vorig jaar een verouderd model uitzette, rouwden gebruikers publiekelijk om hun partner. Levy had juist beloofd dat de robotgeliefde onsterfelijk zou zijn, gewoon een nieuwe bestellen als de oude de geest geeft; hij hield er geen rekening mee dat mensen ook van een machine maar één exemplaar liefhebben.

Wat blijft, is zijn vraag, die door de werkelijkheid alleen scherper is geworden. Zolang de geliefde een pop met sensoren was, kon iedereen hem nog beantwoorden met: kijk, er zit niets in. Nu het antwoord dagelijks door miljoenen mensen in de praktijk wordt gegeven, van wie een deel zijn huwelijk ernaast legt, is de vraag van de filosofie naar de keukentafel verhuisd.

Lees hier het stuk uit 2008 terug: