Actueel

Maarten Spanjer (1952-2026): ‘Ik probeer alles van de vrolijke kant te zien, dan valt er nog genoeg te lachen’

Maarten Spanjer, acteur, televisiemaker en schrijver, is in de nacht van vrijdag op zaterdag op 73-jarige leeftijd overleden in een hospice in Ouderkerk aan de Amstel. Hij leed sinds vorig jaar aan blaas- en prostaatkanker, waarover hij wekelijks schreef in zijn column Uitgeluld in De Telegraaf. De krant publiceert de columns die hij nog in voorraad had alsnog. 

17/10 | 2026
door De Redactie
Leestijd 2 min
Maarten Spanjer tijdens de boekpresentatie van het boek Deal
 


NOVUM COPTYRIGHT FRANS VAN ZIJST
foto: anp

Eind vorig jaar kreeg Spanjer te horen dat hij blaaskanker had. Bij een zware operatie werden zijn blaas en prostaat verwijderd. Aanvankelijk leek hij te herstellen, deze zomer zei hij nog dat hij zich goed voelde en weer onder de mensen kwam, maar onlangs werden nieuwe uitzaaiingen gevonden.

Over zijn ziekte deed Spanjer na zijn operatie niet geheimzinnig. In de drie weken dat hij in het ziekenhuis lag, maakte hij aantekeningen, en die werden de basis voor de columnreeks Uitgeluld die sinds eind augustus elke zaterdag in De Telegraaf staat. Hij schreef over de stomazak, over het jargon van de verpleging en over de ijdelheid die hij kwijtraakte, op de toon die Nederland van hem kende: laconiek, met de grap altijd op zichzelf. Aan HP/De Tijd vertelde hij hoe de verpleegster vroeg of hij al ontlasting had gehad. “‘Nee,’ zei ik, ‘alleen een kop thee en een beschuitje.’” In totaal schreef hij zo’n 25 columns, waarvan er tot nu toe zeven zijn verschenen; de laatste ging over een inwendig darmonderzoek. De Telegraaf plaatst de rest de komende tijd alsnog, vandaag al een nieuwe.

Spanjer werd op 24 oktober 1952 geboren in Amsterdam, in een groot gezin met een strenge vader en een ernstig zieke moeder. Hij brak eind jaren zeventig door als voetbalombudsman Drs. Vijfje in het satirische Voetbal ’80 en speelde in 1980 motorcrosser Hans in Paul Verhoevens Spetters. Later volgden rollen in de serie De Fabriek en in de twee Kameleon-films, en voor de NCRV maakte hij het reportageprogramma Spanjer. Het grote publiek kent hem vooral van Taxi, het programma waarin hij als chauffeur nietsvermoedende passagiers aan de praat kreeg terwijl verborgen camera’s meedraaiden. Hij hoefde er weinig voor te doen: een vraag stellen, doorpraten, mensen laten vertellen.

Zelf zag hij zich in de eerste plaats als schrijver. Acteren en presenteren noemde hij een manier om geld te verdienen; over het schrijven zei hij in 2005: “Schríjven kwam, in tegenstelling tot al het andere, veel meer uit mijn hart.” Hij debuteerde in 1986 met de bundel Eigen schuld en publiceerde daarna meer dan tien boeken met columns en korte verhalen, waaronder Moedeloos voorwaarts, Maarten maakt vrienden, Gisteren liep ze nog, Geluk is een herinnering en, vorig jaar, Amsterdammers hebben geen humor. Zijn stof haalde hij uit zijn eigen leven: de Amsterdamse straat, de kroeg, het voetbal, de ontmoetingen met Jan Wolkers, Rijk de Gooyer en Pelé. Zijn verhalen zijn kort en anekdotisch, droog van toon en meestal tragikomisch, over mensen die net naast het geluk grijpen, hijzelf voorop. 

Voor dit blad schoof hij deze zomer voor de tweede keer aan bij strafpleiter Theo Hiddema en dichter Jean Pierre Rawie, tien jaar na hun eerste gezamenlijke ode aan de drank. Hij rookte de ene sigaret na de andere, weigerde de tafel te verschuiven omdat hij als blaaskankerpatiënt niet mocht tillen en vertelde over het moment waarop de arts een doos tissues naar zijn vriendin toeschoof. Op de vraag of hij ooit had gedacht dat hij eraan ging, antwoordde hij dat er wel zo’n moment was geweest, maar dat hij er toen amper bij was. De titel van zijn columns had hij in het ziekenhuis al bedacht. “Ik dacht: prostaat eruit, blaas eruit, dus de titel wordt Uitgeluld.”

Lees hier het driegesprek met Hiddema, Rawie en Spanjer: ‘We zijn boos, wit en vol rancune’